Exota

De Exota-affaire is bijna bekender dan Exota zelf: een populair flesje prik in de jaren vijftig en zestig. Een VARA-uitzending in 1971 waarin toenmalig ombudsman Marcel van Dam een willekeurig flesje liet ploffen, was startschot voor een kwart eeuw juridisch getouwtrek. En het begin van het einde van Exota.

In de jaren vijftig, toen Nederland nog vooral sirooplimonade dronk, kwam onder aanvoering van Coca Cola meer interesse voor priklimonade. Limonadefabriek VLT uit Dongen maakte Exota, een merk dat overigens al voor de oorlog bestond. De prik viel in de smaak: op verjaardagspartijtjes schudden veel ouders er Spoetnik van: Exota met koffiemelk en suiker.

Begin jaren zeventig kregen de prikdranken het moeilijker. De gezondheidscultus schreef vruchtensap voor en geen zoete, koolzuurhoudende dranken.

In 1971 vestigde ombudsman Van Dam de aandacht op het ontploffingsgevaar van frisdrankflessen. ,,Voor de uitzending hebben wij TNO gevraagd of zij konden laten zien hoe een fles ontploft. Dat hebben we uiteindelijk uitgezonden. We hebben nooit een Exotafles in beeld gebracht, het was een neutrale fles die er helemaal niet op leek'', zegt Van Dam.

Wel noemde de ombudsman twee keer de naam Exota, en niet die van andere frisdrankproducenten. De limonadefabriek voelde zich gedupeerd en eiste een schadevergoeding van de VARA. Oud-directeur Serge van Tuijn van VLT verklaarde later dat de combinatie van de VARA-uitzending en grote investeringen in de schroefdop ongelukkig was.

Toen het bedrijf op het randje van faillissement verkeerde, nam de onroerend-goedmagnaat Jakob Leutscher de aandelen over voor de balanswaarde en één gulden. Daarmee ging ook de schadeclaim over naar Leutscher. Met de familie Van Tuijn zou een afspraak zijn gemaakt om de eventuele schadevergoeding te delen. Daar bleek Leutscher later niet meer toe bereid.

Voor het flesje Exota was het doek gevallen, maar de affaire sleepte ruim een kwart eeuw voort. In 1996 oordeelde de rechtbank dat het ontploffingsfilmpje niet onrechtmatig was. Het noemen van de naam Exota wel. De VARA moest 7,7 miljoen gulden, vergoeding plus rente vanaf 1971, betalen aan Leutscher.

In 1998, Leutscher was inmiddels overleden, bevestigde de Hoge Raad uiteindelijk dat de VARA de helft moest betalen van de eis. Bovendien besliste de raad dat de miljoenen toebehoorden aan de Van Tuijnen en niet aan Leutscher.

Daarmee kwam een einde aan de affaire. Maar wat nu de reden is geweest van het verdwijnen van Exota? In de pers wezen alle vingers naar de VARA, maar ook Leutscher kreeg er van langs. Hij zou zich op discutabele wijze hebben ingekocht bij het noodlijdende Exota en leek niet uit op het redden van de frisdrank. Uit onderzoek van merkenbureau Markgraaf in Amsterdam blijkt dat de naam Exota waarschijnlijk al in 1971 is overgegaan naar Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam. Inmiddels is de naam Exota in bezit van Coca Cola. Ook de fabriek schijnt al snel verkocht te zijn en nog tot 1978 te hebben gewerkt.

Van Dam ergerde zich al die jaren aan het feit dat hij zo makkelijk de zwartepiet kreeg toegeschoven. ,,Het is frustrerend om te zien dat in de pers steeds dezelfde fouten worden gemaakt. Ik ben in 28 jaar niet één keer gebeld. Iedereen denkt dat die fabriek is failliet gegaan door mijn uitzending. Dat is fout. Het ging al niet goed. Ik ben niet verantwoordelijk voor dat faillissement. En dat vond de rechter ook. Die achtte ons slechts voor een deel schuldig.''

    • Renske Schriemer