Een bedrijf

In de interessante reportage van Zembla over Ajax, vorige week uitgezonden, kwam een supporter voor, bijgenaamd `Taxi-Piet'. Het was een grote, amorfe man van een jaar of vijftig, hoofd van een gezin waarvan hijzelf het grootste kind was.

Hij had een dochter van achtentwintig, die weer bij haar ouders was ingetrokken omdat ze daar meer plaats had voor al haar Ajax-attributen: shirts, vaantjes en plakboeken. Het gezin ging altijd gezamenlijk naar de wedstrijden. Vroeger hield `Taxi-Piet' zich dan bezig met het verbouwen van `treintjes', zoals hij vertelde, maar inmiddels was hij rustiger geworden. Hij beperkte zich nu alleen tot verbaal geweld: we hoorden hem vooral veel `klootzak' roepen naar de Ajacieden.

Dat meedogenloze uitschelden van de eigen spelers is iets waar ik me over blijf verbazen, ook omdat ik het me niet kan herinneren uit mijn jeugd als clubsupporter. Kankeren bij tegenslag, dat hoorde erbij, maar verbale moordaanslagen op de eigen spelers? Geen sprake van. Gisteren, tijdens Ajax-AZ, hoorde ik een echte Amsterdamse supporter achter me na de zoveelste fout van Aron Winter zeggen: ,,Die Surinamers denken ook altijd wat langzamer.'' Dat zegt de supporter van een club die de laatste tien jaar zoveel aan Surinaamse voetballers te danken heeft gehad.

`Taxi-Piet' ging, zoals veel Ajax-supporters, gebukt onder nostalgie. Op een gegeven moment stond hij naar de bouwplek te kijken waar vroeger het Ajax-stadion stond, en hij zei: ,,Gewoon kut. Sonde. So jammer. Er sat een siel in. Het is nu een klere-sooi. Die fucking Arena. Kales segt het self: het is een bedrèèèf geworden.''

In `Taxi-Piet' kreeg de F-side van Ajax, de beruchte aanhang achter het oostelijke doel, op een onvergetelijke manier gestalte. In hem balden zich de frustraties en rancune samen van die hele groep supporters. Het zijn mensen, vermoed ik, die maatschappelijk op dood spoor zitten en voor wie hun club nog de enige mogelijkheid is om zich iets van een eigen identiteit te verwerven. Ze hebben een ingeschapen wantrouwen tegen `de hoge heren', reden waarom ze zich elke wedstrijd in spreekkoren afzetten tegen Ajax-directeur Frank Kales.

Die spreekkoren (,,Kales rot op'') zijn al zo normaal geworden dat niemand er meer van opkijkt. Studio Sport maakte gisteren uitgebreid melding van de spreekkoren tegen scheidsrechter Van Egmond en AZ-speler Boussatta, maar over de arme Kales geen woord. Toch moet het die man zo langzamerhand door de ziel snijden: elke wedstrijd weer die golven van haat.

De manager Kales is het symbool geworden van het bedrèf-Ajax. Terecht? Ik geloof het niet. Kales is niet verantwoordelijk voor het slechte transferbeleid, dat waren de oud-spelers Wouters en Blind. Maar Kales móet Ajax omvormen tot een bedrijf, omdat het internationale topvoetbal dat vereist. Het gaat er nu alleen nog om de goede spelers te kopen. Drie Grønkjaers en je hoort `Taxi-Piet' en consorten niet meer.