Abstracte regie Cassiers nekt spel

Nooit zal Guy Cassiers, artistiek leider van het Ro Theater, zich iets gelegen laten liggen aan zoiets als conventie. Zijn regies zijn nooit aangeklede vormen van een toneeltekst. Hij bezit het vermogen, bedeeld met een onverbiddelijke liefde voor video en aanverwante middelen, om elke voorstelling een eigen, nooit eerder geziene signatuur te geven.

Zo maakte hij in het vorige seizoen van Tanizaki's meesterlijke roman De sleutel een toneelstuk dat zich afspeelde in het grillige schimmengebied van videokunst, film, choreografie. Nu regisseert hij Kasimir en Karoline (1932) van de Oostenrijks-Hongaarse toneelschrijver Ödön von Horváth (1901-1938). Het is een geliefd stuk met een geliefd onderwerp: een pas verloofd stel, de titelhelden, bezoekt de jaarlijkse Oktoberkermis. Daar gaat alles faliekant fout. De man, vrachtwagenchauffeur, is zojuist werkeloos geworden en wordt zich pijnlijk bewust van zijn lage maatschappelijke klasse. Zijn verloofde trekt de aandacht van passanten, allereerst een verlegen jongen, daarna twee door hun ouderdom gepijnigde mannen die in het meisje nog iets van hun oude liefdesvuur hopen terug te vinden. Al deze scènes spelen zich af tegen het expressionistische rumoer van draaimolens, een reuzenrad, biertenten en het rariteitenkabinet. Droefheid en vrolijkheid zijn bij Horváth een.

Cassiers kiest voor een verregaande abstractie, waarin de kermis een gefragmenteerd, surrealistisch vertoon is, weergegeven op monitoren. Van het reuzenrad zien we slechts de zwiepende schuitjes. Een angstig gillende Karoline geeft de duizelingwekkende snelheid weer. Aan de rand van de speelvloer staan talloze halfgevulde pullen met verschaald bier. Dat is de werkelijkheid, die van doodgeslagen bier, van oude mannen, van een Kasimir die een nieuw liefje zoekt.

Toch kunnen deze poëtische en melancholieke beelden niet verhullen dat Cassiers geen echte spelregisseur is. Zijn cerebraliteit en abstrahering staan hem daarbij in de weg. Als de spelers bezieling aan de dag leggen lijkt dat op kracht van eigen verdienste. Esther Scheldwacht als een hoogblonde Karoline in een strakke, glitterende jurk weet op wonderlijke wijze het mechanische van Cassiers' stijl in haar spel om te zetten. Zij heeft iets van een popperig kermisliefje, intrigerend en koel, schuldeloos, alle blikken vangend. Tjebbo Gerritsma als Kasimir daarentegen vervalt al te snel in emotionele uitbarstingen die eerder thuishoren op een improvisatieles. Hun liefde heeft iets onwaarschijnlijks, het is een farce waar Kasimir in blijft geloven tegen beter weten in. Erotische bezieling, de kern van het stuk, ontbreekt.

Schitterend daarentegen is de uitbeelding van verkalkte ouderdom. Acteurs Guus Dam en Stefan de Walle betreden het podium als stramme lijken, ijselijk bleek geschminkt. Op dezelfde marionetachtige manier waarop Esther Scheldwacht zich beweegt, maken zij een liefdesdans om haar heen. Maar de een drinkt zich het ongeluk, de ander krijgt een bloedspuwing juist als het meisje met hem mee wil gaan naar zijn huis. Langzaam vult de geur van het gemorste bier de zaal. Tot slot liggen er vijf doden op de bühne, verstikt geraakt in bier en katers.

Cassiers' versie van Kasimir en Karoline is uiteindelijk te strak vastgesnoerd in het keurslijf van somberte. De voorstelling bleef ver weg, net als de Zeppelin die in het begin overvliegt en waar Karoline vol verrukking naar staart. Technisch volmaakt, perfect van vorm, maar onbereikbaar.

Voorstelling: Kasimir en Karoline van Ödön von Horváth door Ro Theater. Vertaling: Gerrit Kouwenaar, Collectief De Roovers; regie: Guy Cassiers; spelers: Tjebbo Gerritsma, Esther Scheldwacht, Isabella Chapel e.a. Gezien 15/4 Ro Theater, William Boothlaan, Rotterdam. Te zien t/m 22/4 aldaar. Tournee t/m 17/6. Inl.: (010) 4047070.