WATERPOKKENVACCIN WERKT OPNIEUW ALS GORDELROOS DREIGT

Onderzoekers van de Amerikaanse Food and Drug Administration hebben ontdekt dat het verzwakt levend virus in een vaccin tegen waterpokken jarenlang sluimerend in het lichaam aanwezig blijft. Het bouwt niet alleen kort na de injectie weerstand op tegen het waterpokkenvirus, maar komt opnieuw in actie als de gevaccineerde te weinig antistoffen heeft. Het voorkomt daardoor wellicht gordelroos op oudere leeftijd.

Bijna iedereen heeft als kind waterpokken gehad. Boosdoener is de zeer besmettelijke wildtype variant van het virus Varicella zoster. Als de ziekte over is, verdwijnt ook dit virus niet uit het lichaam. Het nestelt zich in het zenuwstelsel en kan daar jaren liggen sluimeren, zonder dat er iets gebeurt. Maar bij iemand met verlaagde weerstand komt het weer tot leven en veroorzaakt gordelroos (herpes zoster), een pijnlijke zenuwontsteking met een huiduitslag die vaak als een gordel over de romp ligt. Dit overkomt vaak ouderen.

In de Verenigde Staten is sinds 1995 het Oka-vaccin tegen waterpokken in gebruik. Het bestaat uit verzwakt levend virus van de Varicella-variant Oka.

Kinderen reageren heel verschillend op dit vaccin. Meestal stijgt de concentratie antistoffen fors om daarna langzaam te dalen. Slechts enkele gevaccineerde kinderen krijgen waterpokken. Bij een minderheid echter lijkt de vaccinatie niet of slecht aan te slaan. Hun antistofconcentratie blijft aanvankelijk laag en neemt pas na verloop van tijd toe, vaak nadat ze toch waterpokken kregen. Het zou kunnen dat het Oka-vaccin zich in zo'n geval als een echte Varicella in het lichaam verstopt en pas later actief wordt. Het vaccin, was de vrees, zou dan zelfs een latente bron van latere ziekte kunnen zijn.

Om na te gaan of dit laatste het geval is hebben de onderzoekers bij ruim 4.600 gevaccineerde kinderen vier jaar lang de antistoftiter gevolgd (Nature Medicine, april). Bekend was dat niet-gevaccineerde kinderen jaarlijks ongeveer 13 procent kans op een Varicella-besmetting hebben. Bij kinderen waarbij de vaccinatie niet of nauwelijks aansloeg bleek dat de kans op waterpokken bijna 19 procent te zijn. De Amerikanen concluderen dan ook dat de toename van de antistoftiter in een aantal gevallen moet zijn veroorzaakt door geactiveerd Oka-virus en dat het vaccin dus soms waterpokken veroorzaakt. Bij één kind is ook aangetoond dat het vocht in de huidblaasjes de Oka-variant van het virus bevatte. Het Oka-vaccin blijkt dus soms een waterpokvervangende, maar minder ernstige ziekte te veroorzaken.

De onderzoekers vinden dat niet ernstig. Geen van de kinderen die toch waterpokken kregen was erg ziek. En aangezien het vaccin kennelijk langdurig in het lichaam aanwezig blijft, voorkomt het waarschijnlijk ook een gordelroosinfectie op latere leeftijd door het wildtype virus. Mogelijk ontstaat wel de Oka-variant van gordelroos, maar deze veroorzaakt weinig tot geen klachten.

Geactiveerd Oka-vaccin kan via de normale besmettingsroute van waterpokken op anderen worden overgedragen. Ook dat vinden de FDA-onderzoekers niet erg, want het werkt de uitroeiing van de wildtype-variant in de hand.