Vrijstellingen in box 3

In het wetsvoorstel Inkomstenbelasting 2001 (IB2001) vallen bezittingen als effecten, spaargelden, bepaalde levensverzekeringen, onroerend goed (behalve de eigen woning) en roerende zaken niet in eigen gebruik (zoals een verhuurde boot) in box 3. De fiscus veronderstelt een vaste opbrengst van 4 procent per jaar op dat bezit, na aftrek van schulden. Daarover betaalt men 30 procent belasting. Per saldo dus een vermogensrendementsheffing (vrb) van 1,2 procent.

De vermogensbelasting (0,7 procent) verdwijnt. Net als de inkomstenbelasting op beleggingsopbrengsten als rente, dividenden en huren.

Maar de heffingssoep wordt niet zó heet gegeten. Onder meer de volgende heffingsvrijstellingen gelden vanaf 1 januari 2001. Na de komende behandeling in de Eerste Kamer kunnen er zaken veranderen. Wie bijna alle ontheffingen volledig benut, komt op circa 450.000 gulden per jaar. Ofwel 900.000 gulden per paar.

1

Iedereen krijgt een algemene vrijstelling van 37.463 gulden (17.000 euro). Die is overdraagbaar aan de partner. Een paar komt dus op bijna 75.000 gulden.

2

Per minderjarig kind geldt een vrijstelling van 5.000 gulden (2.269 euro).

3

Boven op de algemene vrijstelling (zie punt 1) geldt voor 65-plussers een toeslag, mits hun belastbare box 1-inkomen (onder meer werk, pensioen en woning) niet meer bedraagt dan 35.259 gulden (16.000 euro). Daarbij mag het belaste box 3-vermogen (het eigen huis komt in box 1!) niet meer bedragen dan 495.835 gulden (225.000 euro).

Komt het inkomen niet boven de 25.343 gulden (11.500 euro), dan bedraagt de toeslag de helft van het belaste vermogen met een maximum van 49.583 gulden (22.500 euro). Ligt het tussen de 25.343 en 35.259 gulden, dan komt de toeslag op helft: 24.792 gulden (11.250 euro). Een paar kan dus uitkomen op bijna 100.000 gulden, of een halve ton.

4

Belastingplichtigen die maatschappelijk belangrijk beleggen zijn tot maximaal 100.004 gulden (45.380 euro) vrijgesteld van vrb, voor alle beleggingen samen. Voor de echtgenoten/partners samen komt dat op 200.008 gulden (90.760 euro). Hieronder vallen: groene beleggingen, Tante Agaath-leningen en -participaties. Plus studieverzekeringen voor de kinderen, onder bepaalde voorwaarden. Maximaal verzekerd bedrag 50.002 gulden (22.690 euro) per belastingplichtige ouder. Op verzoek van beide ouders mag de limiet omhoog tot 100.004 gulden.

5

Het saldo op de bedrijfsspaarrekeningen is tijdens de blokkeringsperiode van vier jaar vrijgesteld tot 37.518 gulden (17.025 euro) per persoon; niet overdraagbaar aan de partner.

6

Kapitaalverzekeringen (zoals de spaarverzekering, spaar- of beleggingsplan) niet gekoppeld aan een hypotheek en gesloten voor 14 september 1999 zijn onder voorwaarden vrijgesteld tot een waarde van maximaal 272.000 gulden (niet langer geïndexeerd) per belastingplichtige, en bijna 550.000 gulden voor een paar.

Kapitaalverzekeringen gekoppeld aan een hypotheek vallen in box 1.

7

Voorwerpen (onroerend én roerend) van kunst en wetenschap zijn vrijgesteld van de 1,2 procentheffing, mits die zaken niet hoofdzakelijk als belegging dienen.

8

Beleggers die vóór 1 januari 2001 investeren in zeeschepen of filmproducties krijgen zeven jaar lang een vrijstelling over de eerste 45.000 gulden.

9

En niet vergeten: (luxe) roerende zaken voor eigen gebruik blijven onbelast. Een auto, een camper, een boot enzovoort. Een jacht van een miljoen gulden kost niets, maar over een even duur tweede huis betaal je ieder jaar 12.000 gulden aan vrb.

    • Adriaan Hiele