Uit nood geboren

DE STAATSDOEMA heeft gisteren, na jaren dralen, ten langen leste START II goedgekeurd. Dankzij het fiat van het Russische parlement kan nu, zeven jaar na de ondertekening van het verdrag door de presidenten Clinton en Jeltsin, de reductie van het aantal kernkoppen tot 3.500 aan beide kanten worden voltooid. In 2007 moet de ontmanteling van in totaal zesduizend van atoomkoppen voorziene raketten compleet zijn.

Rusland had geen andere keuze. START II was voor Moskou een kwestie van zijn of niet-zijn. De parlementaire fracties van de communisten en hun agrarische bondgenoten hebben zich al die jaren tegen beter weten in verzet tegen ratificatie. Het verdrag was vooral een middel om president Jeltsin de voet dwars te zetten. Sinds de parlementsverkiezingen van december vorig jaar konden ze echter niet meer op een meerderheid in de Doema bogen. De oppositiepartijen hebben gisteren louter om nationaal-ideologische redenen tegen het verdrag gestemd. Het is in hun ogen het bewijs dat de voormalige supermacht naar het tweede echelon is afgegleden en dat is onverteerbaar.

Maar veel betekenis heeft deze grootspraak allang niet meer. Ook zonder START II zou Rusland zijn nucleaire arsenaal tot een niveau van, conservatief geschat, drieduizend koppen hebben moeten ontmantelen, eenvoudig omdat de raketten staan weg te roesten zonder dat ze vervangen kunnen worden. Voor de nieuwe raket Topol-M bijvoorbeeld heeft Rusland onvoldoende geld in kas. Als Moskou tien Topol-M's per jaar kan laten produceren, is het veel.

Dankzij START II heeft Rusland tenminste nog enige garantie dat ook de Verenigde Staten voortgaan met de reductie van hun kernkoppen.

Overigens hebben ook de VS belang bij een geregelde vermindering van hun arsenaal. Het onderhoud van de zogenoemde `overkill' uit de Koude Oorlog zuigt ook in Amerika fondsen weg bij projecten die meer in overeenstemming zijn met de hedendaagse eisen van nationale veiligheid.

DE RATIFICATIE lijkt mooi, maar verlost Rusland allerminst van zijn zorgen. Van werkelijke pariteit tussen de twee nucleaire mogendheden is ook na START II namelijk geen sprake. Zeker niet omdat de Amerikaanse regering op termijn een beslissing zal nemen over de ontwikkeling en plaatsing van een nieuwe generatie raketsystemen gericht tegen intercontinentale raketten. Als Washington daartoe besluit en Moskou tegelijkertijd onder druk zet om het bestaande ABM-verdrag van 1972 te herzien, zou Rusland zich gedwongen kunnen voelen mee te gaan in een nieuwe bewapeningswedloop.

De Russische begroting biedt daarvoor amper ruimte. De staatskas, die ruim een jaar heeft kunnen profiteren van de hoge energieprijzen, staat zelfs onder druk nu het symbolische Oeralvat op de wereldmarkt onder de twintig dollar is gedoken. Volgens vice-premier Kasjanov is het federale budget gebaseerd op 18 dollar per barrel. Maar weinigen geloven dat. En als het wel waar is, dan is de concurrentie tussen de subsidie eisende partijen (zoals leger, politie, geheime diensten, staatsbedrijven en regio) in Rusland ook al moordend. Bovendien moet de vorige maand gekozen president Poetin alle zeilen bijzetten om het investeringsklimaat in de private sector te verbeteren om weer vertrouwen te wekken bij buitenlandse ondernemingen, die de afgelopen twee jaar zijn weggebleven. Het Russische kapitaal dat massaal is gevlucht naar `off shore'-zones zal bij voorkeur goedschiks gerepatrieerd moeten worden.

DEZE DILEMMA'S hebben niet alleen de ratificatie van START II mogelijk gemaakt, maar de Russen ook naar de onderhandelingstafel voor het vervolg gedreven. Volgende week al beginnen de besprekingen over START III, een verdrag waarmee het aantal koppen nog verder moet worden teruggebracht. Rusland wil zijn arsenaal via zo'n akkoord tot 1.500 verminderen, de Verenigde Staten zouden het bij 2.000 tot 2.500 willen laten. Alleen al in dit openingsbod weerspiegelt zich de economische nood van de Russische nucleaire bewapeningsindustrie.