The Insider

Het overkomt me zelden dat ik niets heb in te brengen tegen een maatregel waar ik me door gedupeerd voel. Op de redactie van NRC Handelsblad geldt sinds deze week een rookverbod. De hoofdredactie kon de klachten van niet-rokers moeilijk langer negeren en had ook gezien de Arbo-wet geen keuze. Een terechte maatregel dus, maar ik ben wel de dupe.

Ik ben verslaafd. Niet dat ik daar trots op ben. Roken is een zwakte die ik alleen mijzelf verwijten kan (over een schadeclaim bij de tabaksindustrie pieker ik niet, altijd geweten dat het een smerige en ongezonde gewoonte is) en waarom zou je anderen overlast, laat staan enge ziektes willen bezorgen.

Maar deze rationele bezweringen kunnen mijn paniek nauwelijks dempen. Even heb ik nog overwogen te protesteren of me aan te sluiten bij de actiegroep `Hou NRC Handelsblad blauw'. Zou ik me niet kunnen beroepen op verworven rechten? Toen ik in 1988 bij deze krant solliciteerde, werd ik ontvangen door drie mannen met bolknakken die achter de walmen nauwelijks zichtbaar waren. Mag ik ook roken, rochelde ik verheugd. Dat is hier verplicht, hoestte de toenmalige hoofdredacteur, Wout Woltz, ten antwoord.

Liever hadden ze me een sigaar in de whisky zien dopen, maar ook met mijn proletarische sjekkie namen ze me in dienst, wetend dat in dit vak roken productiviteit niet in de weg staat.

Aan niet-rokende collega's vraag ik wel eens, meer met verbazing dan met afgunst, hoe het mogelijk is dat ze ook maar een letter schrijven. Geen sigaret en toch concentratie? Volgens mij kan dat gewoon niet, al bewijzen sommigen dagelijks dat ik mezelf de onzin van de junk aanpraat. Ook in de journalistiek, waar roken altijd de standaard en niet-roken de excentrieke uitzondering was, zijn de tabaksbestrijders aan de winnende hand.

Als roker kun je nu nog vragen om een gedoogzone of gebruikersruimte, wat betekent dat de combinatie werken-roken in ieder geval wordt verbroken, maar ook het gedoogbeleid heeft z'n langste tijd gehad. Maandag diende voor de rechtbank in Breda een proefproces. Een postbode neemt geen genoegen met de haar aangeboden rookvrije werkplek en eist van PTT-post een rookverbod in het hele gebouw waar zij werkt. Als de rechter haar gelijk geeft, moeten rokers de straat op of zich in gemeentelijke opvanghuizen voor spuiters en snuivers vervoegen.

Het mag duidelijk zijn dat ik hier ambivalent tegenover sta. Ik kan moeilijk bezwaar maken tegen maatregelen die de volksgezondheid dienen, ook al krijgt roken daardoor dezelfde status als het gebruik van heroïne: een onmaatschappelijke, door louche handelaars en criminelen in stand gehouden, marginaal verschijnsel. Niettemin, zolang mijn tijd duurt, wil ik normaal kunnen werken, wat zich met een rookverbod nauwelijks laat verenigen. Een busbedrijf in Limburg biedt zijn chauffeurs aan tweederde te vergoeden van een antirooktherapie ten bedrage van 275 gulden. Alsof het een kwestie van geld zou zijn. Als de hoofdredactie van de krant mij op therapie stuurt, vrees ik dat de uitkomst niet anders zal zijn dan de vorige keer. Ik hield aan een afkickkuur een onstilbaar verlangen naar meer nicotine over.

Dit schijnt inmiddels in bredere kring te zijn doorgedrongen, want op de dag dat het rookverbod ter redactie inging, kreeg ik een telefonische uitnodiging van de Stichting Sigarettenindustrie (SSI). Of ik wilde deelnemen aan een `brainstormsessie'.

Om toelichting gevraagd, schreef de stichting: `De tabaksindustrie komt in toenemende mate onder druk te staan door het steeds scherper wordende antitabaksbeleid van de overheid, de activiteiten van de antilobby en dreigende schadeclaims. Reden voor de industrie om zich te beraden op haar positie en de te volgen strategie bij haar eigen politieke en maatschappelijke lobby. In dit kader is de Stichting Sigarettenindustrie (SSI) voornemens een brainstormsessie te organiseren met een aantal vooraanstaande personen uit diverse maatschappelijke geledingen (journalistiek, politiek, bedrijfsleven en wetenschap).

`Het idee is een besloten, informele brainstormsessie te organiseren (duur ongeveer vier uur). Het gezelschap zal bestaan uit ongeveer twaalf genodigden, een aantal vertegenwoordigers van de SSI en een onafhankelijke voorzitter. De heer Prof.Dr. Van Schendelen (EUR), de heer W. Breedveld (Trouw), de heer P.J. van Dun (ex-Ahold), de heer Prof.Dr. A.C. Zijderveld (EUR), de heer Wöltgens (lid Eerste Kamer) en de heer E. Bakker (burgemeester Hilversum) hebben hun medewerking al toegezegd.'

Verleidelijk! De gedachte te mogen behoren tot een zo eminent gezelschap is bijna onweerstaanbaar – en reken er maar op dat ik daar mag paffen zoveel als mijn hartje begeert. Toch ga ik maar niet op de uitnodiging in.

Sinds kort draait The Insider in de Nederlandse bioscopen, een film van Michael Mann over de praktijken van de Amerikaanse sigarettenindustrie. Een van de belangrijkste thema's is de invloed van machtige ondernemingen op de journalistieke vrijheid. Met allerlei slinkse methodes probeert de tabakslobby de berichtgeving en meningsvorming te beïnvloeden ten detrimente van de onafhankelijkheid van de media. Wie die film heeft gezien, bedenkt zich wel twee keer alvorens deel te nemen aan een `brainstormsessie' met de tabaksindustrie.

Journalisten kunnen zich hoe dan ook beter niet inlaten met lobby's (Willem Breedveld van Trouw ontkent dat hij zijn deelname heeft toegezegd).

Om die reden heb ik onlangs de uitnodiging afgeslagen lid te worden van het Republikeins Genootschap. Een journalist die daar deel van uitmaakt, brengt zich lijkt me in een ongemakkelijke positie.

Als Martin van Amerongen een gast in Buitenhof ondervraagt over het koningshuis moet daar eigenlijk steeds bij worden vermeld dat hij card carrying lid van de republikeinen is.

Ook ik ben principieel voor een republiek, vandaar natuurlijk de invitatie, maar wil tegelijk kritisch over zo'n genootschap kunnen schrijven. Het toonde zich nota bene blij met de reformistische pleidooien van De Graaf voor de redding van de monarchie. Republikeinen die een gemoderniseerde monarchie voorstaan lijken op rokers die propageren dat filtersigaretten gezond zijn.

En nu een boodschap van de SSI: Rook gezond, rook Dokter Dushkind!