Streng beleid bureau tegen doping in VS

Directeur Terry Madden van het nieuwe Amerikaanse Anti-Doping Bureau heeft gisteren bij zijn aantreden een felle jacht aangekondigd op dopinggebruikers. Met een budget van zes miljoen dollar wil Madden volgend jaar 5000 dopingtesten laten uitvoeren, waarvan de helft onaangekondigd. ,,Wij worden de aanklagers van de Amerikaanse atleten'', zei Madden. ,,De onschuldige sporters zullen worden beschermd. Maar de bedriegers worden gepakt en zij zullen meteen worden vervolgd.''

Madden reageerde in Boston op de groeiende kritiek in Europa dat de Verenigde Staten het niet zo nauw neemt met de strijd tegen doping. Onlangs kondigde de National Basketball Association (NBA) een verbod op het middel androstenedione, een herstelbevorderend preparaat aan. Onder druk van de spelersvakbond moest de NBA die maatregel intrekken. Madden erkende dat zijn Anti-Doping Bureau ,,op nul moest beginnen''. Dat instituut zal de dopingcontrole overnemen van het Anmerikaanse Olympisch Comité (USOC). Voorlopig heeft Madden zelfs geen medewerkers ter beschikking. ,,Binnen vijf maanden draaien we op volle toeren'', beloofde hij. ,,Zesentwintig procent van de dopingcontroles die door USOC werden uitgevoerd, waren niet vantevoren aangekondigd. Die zogeheten out-of-competition testen moeten volgend jaar de helft van het aantal controles gaan vormen.'' Madden wordt bijgestaan door secretaris Frank Shorter, olympisch kampioen op de marathon in 1972. ,,We zijn op een punt beland dat atleten ervan overtuigd zijn dat ze zonder doping geen medailles kunnen winnen'', zei Shorter. ,,Daarom zal het Anti-Doping Bureau ook moeten bijdragen aan een andere houding ten opzichte van doping.''

In Nederland zijn vorig jaar negentien wedstrijdsporters op doping betrapt. Dat blijkt uit het eerste jaarverslag van het onafhankelijke dopingcontrole-instituut Doconed. De bekendste gevallen zijn die van atleten Troy Douglas en Wilma van Onna. Vorig jaar zijn onder verantwoordelijkheid van Doconed 1016 dopingcontroles uitgevoerd. In 1,9 procent van de gevallen ging het om doping. Een ijshockeyer en een gewichtheffer werden geschorst, omdat ze zich weigerden te laten controleren.