Sleutel herstel Indonesië ligt in het buitenland

De Club van Parijs gaf Indonesië deze week een welkome adempauze. De schuldenlast weegt zwaar en de regering van president Wahid ligt onder vuur: van arme boeren, van onderbetaalde onderwijzers en van dubieuze debiteuren.

Wijlen president Francois Mitterrand van Frankrijk omschreef zijn eerste maanden in het hoogste ambt ooit als een `etat de grace'. Hij had de verkiezingen gewonnen, de nieuwe regeerploeg straalde dadendrang uit en het publiek koesterde hoge verwachtingen. De regering van president Abdurrahman Wahid, het eerste democratisch verkozen staatshoofd van Indonesie, verkeerde in haar eerste maanden in een vergelijkbare `staat van genade'. Nu zou alles anders worden, hoopten 210 miljoen Indonesiers.

Intussen is de glans van het nieuwe verbleekt en worstelen de kersverse machthebbers met de erfenis van hun autoritaire en corrupte voorgangers: een loodzware schuldenlast, studenten die roepen om snelle bestraffing van oud-president Soeharto en zijn vele trawanten en een bevolking die zit beklemd tussen magere inkomsten en hoge prijzen. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) is Indonesië te hulp gesneld, maar bedong harde maatregelen en hanteert de toegezegde kredieten als een stok achter de deur om Jakarta te dwingen tot stipte nakoming van de afspraken. Dat roept weerstanden op, waartegen de nieuwe regering niet altijd blijkt opgewassen.

De in januari door regering en IMF ondertekende Letter of Intent behelst onder meer vermindering van de brandstofsubsidies en ferme druk op ondernemers die Indonesië de afgelopen tien jaar een molensteen om de nek hingen: een particuliere buitenlandse schuld van 65 miljard dollar. Twee dagen voordat de verhoogde brandstofprijzen op 1 april zouden ingaan, bezweek het kabinet voor protesten uit de samenleving: ze schortte het besluit enkele maanden op.

Indonesie wordt geconfronteerd met een derde golf van demonstraties. Na de studenten die begin 1998 te hoop liepen tegen het bewind van generaal b.d. Soeharto en de aanhangers van nieuwe politieke kopstukken die aan de vooravond van de verkiezingen hun kampioenen massaal toejuichten, wordt het parlementsgebouw nu belegerd door strijdlustige betogers die opkomen voor deelbelangen. Boeren die protesteren tegen lage prijzen als gevolg van (door het IMF warm aanbevolen) vrije import van goedkope rijst en suiker; studenten en scholieren die luidkeels bezwaar maken tegen hogere prijzen voor het openbaar vervoer en onderwijzers die de - in het kader van de corruptiebestrijding - ferm verhoogde salarissen van hoge ambtenaren niet kunnen rijmen met hun eigen hongerloon.

Niet alle spelers vertonen zich op straat. Het handjevol tycoons dat verantwoordelijk is voor de miljardenschuld van de privé-sector in het buitenland, probeert de dans te ontspringen en morrelt heimelijk aan de stoel van de coördinerende bewindsman van Economische Zaken, drs. Kwik Kian Gie. Die gold voor hij toetrad tot de regering als de Nemesis van Indonesie's oligopolies, doorgaans door etnisch Chinezen gedreven conglomeraten. Zij voerden een fluistercampagne: Kwik zou zijn ministers niet in de hand hebben, de coördinatie zou veel te wensen overlaten en de man zou geen ervaring hebben met besturen.

Eind maart, tijdens het congres van de Strijdende Democratische partij van Indonesie (PDI-P) van vice-president Megawati Soekarnoputri, hield Kwik - lid van de PDI-P - voor zijn partijgenoten een apologie van zijn beleid in de afgelopen vijf maanden. Het was een politiek verhaal, maar er stak veel waars in. De inflatie - twee jaar geleden nog op hol - is beteugeld, de rupiah - begin 1998, op het dieptepunt van de crisis, 15.000 tegen de dollar - heeft zich gestabiliseerd rond een koers van 7.500 en de economie die in 1998 met ruim 13 procent kromp en vorig jaar nog een pas op de plaats maakte, groeit dit jaar met naar schatting 3,8 procent. Met het IMF, dat in september vorig jaar na een bankschandaal, waarbij vrienden van toenmalig president B.J. Habibie waren betrokken, de betrekkingen met Indonesië verbrak, was binnen een week na Kwiks aantreden de samenwerking hersteld.

Na het uitbreken van de monetaire crisis, in het najaar van 1997, werden handels- en staatsbanken die worstelden met niet invorderbare kredieten die uitstonden bij 180.000 Indonesische ondernemingen ondergebracht in het Openbare Lichaam voor Sanering van het Bankwezen (BPPN). De aldus overgenomen schulden van dubieuze debiteuren belopen inmiddels 600 triljoen rupiah (zo'n 200 miljard gulden) en die drukken zwaar op de staatsbegroting.

De regering-Wahid is inmiddels overgegaan tot de verkoop van de bij het afsluiten van leningen maar al te vaak overgewaardeerde activa van dubieuze debiteuren. Vorige maand verkocht de BPPN 39,5 procent van de aandelen in het conglomeraat Astra International, dat Japanse automerken assembleert, aan een overwegend Singaporees consortium met onder meer de belegger Soros. De begroting voor 2000 gaat uit van een verkoop van bij de BPPN ondergebrachte activa voor een bedrag van ruim 5 miljard dollar.

De uitvoering van het met het IMF overeengekomen programma stuit eerder op binnenlandse sociale en politieke obstakels dan op kritiek bij het fonds. Het IMF gaf deze week blijk van voldoening door te adviseren voor een tweede herstructurering van 's lands bilaterale schulden door de Club van Parijs. Wahid en Kwik spraken van een een ,,groot succes''. Als de binnenlandse vrede kan worden gehandhaafd, volgen wellicht ook de buitenlandse investeerders. Want bij hen ligt de sleutel tot voortgaand economisch herstel.