Oppositie betoogt weer in Belgrado

Naar schatting 100.000 mensen hebben gisteren in Belgrado gedemonstreerd voor vervroegde verkiezingen. Het was het eerste massale protest tegen de Joegoslavische president Slobodan Miloševic in acht maanden.

Aan de demonstratie, die ongeveer drie uur duurde en die vreedzaam eindigde, deden alle belangrijke oppositieleiders mee – ook de voorman van de Servische Vernieuwingsbeweging SPO, Vuk Draškovic, die vorig jaar nog weigerde verder gezamenlijk op te trekken. In een toespraak, die werd uitgezonden door het onafhankelijke radiostation B2-92, zei Draškovic dat de regering (van president Miloševic) oorlog voert tegen haar eigen volk. ,,Servië wordt gedood onder de last van een miljoen vluchtelingen en daklozen, omdat we door de rest van de wereld worden geïsoleerd als een land waar de pest heerst. We willen dit veranderen. We willen de langzame dood van ons land stoppen, en de verscheuring van onze staat'', aldus Draškovic.

De laatste grote demonstratie tegen Miloševic vond op 19 augustus van het vorig jaar in Belgrado plaats, toen tussen de 100.000 en 150.000 mensen de straat op gingen. Die vormde toen het hoogtepunt van twee maanden van dagelijkse protestbijeenkomsten, georganiseerd door onafhankelijke economen, de orthodoxe kerk en een parapluorganisatie van oppositiepartijen, Alliantie voor Verandering. Maar de protesten zwakten daarna snel af als gevolg van verdeeldheid binnen de oppositie, vooral tussen Draškovic en zijn rivaal Zoran Djindjic, leider van de Democratische Partij.

Gistermiddag, bij het begin van de optocht, kwam Djindjic naar Draškovic toe en schudde hem de hand, maar erg enthousiast toonden beide heren zich niet. Dat ze nu opnieuw gezamenlijk het voortouw nemen bij het protest tegen Miloševic vloeit voort uit een overeenkomst die vijftien uiteenlopende Servische oppositiepartijen afgelopen januari sloten, met als gezamenlijke eis het zo snel mogelijk houden van verkiezingen. Alleen de Beweging voor een Democratisch Servië van ex-legerleider Momcilo Perišic weigerde te tekenen omdat het plan van de oppositie niet voorziet in een initiatief in het parlement met het doel Miloševic tot aftreden te dwingen. De andere oppositiepartijen zien niets in zo'n initiatief omdat het geen kans maakt gezien de enorme overmacht in het parlement van partijen die de Joegoslavische president steunen.

Gezien de broze verhoudingen binnen de oppositionele alliantie is het de vraag of de demonstranten tegen Miloševic deze keer wel een vuist kunnen maken. Ook Djindjic verwees daarna. ,,Alle bezorgde mensen in Servië kijken naar ons en vragen zich af of we voldoende verenigd zijn om veranderingen af te dwingen. Ons antwoord luidt: `Sluit jullie bij ons aan en we zullen sterk genoeg zijn''', zei hij tot de menigte. Net als Draškovic onderstreepte Djindjic dat de oppositie Servië uit zijn isolement van ,,tien jaar van vernietiging, lijden en armoede'' wil halen, en terug wil brengen naar Europa.

Later dit jaar worden in Joegoslavië lokale verkiezingen gehouden. De parlementsverkiezingen zijn pas in september volgend jaar, en de regering heeft tot dusver geweigerd in te gaan op de eis van de oppositie om ze te vervroegen.