Noem drie boeken

Voor de meeste boekenlezers is het een onweerstaanbare vraag. Wat zijn de (drie) belangrijkste boeken die je gelezen hebt? Het is een diepzinnige vraag waar je niet te lang over na moet denken, want dan wordt de keuze te moeilijk. De redactie van de Sociologische Gids stelde ter gelegenheid van het nieuwe millennium de vraag aan de eigen redactieleden.

Het resultaat is zeer gemengd en soms zelfs enigszins treurig stemmend. Ad Nooij meldt bijvoorbeeld dat hij veel boeken die hij in het begin van zijn loopbaan gefascineerd gelezen heeft, `hooguit diagonaal' zou lezen als hij ze nu voor 't eerst zou zien. Want, zo schrijft Nooij, ``naarmate de eigen wetenschappelijke bagage meer variatie vertoont, daalt de kans dat een nieuwe publicatie de status van eye-opener zal bereiken.'' Een realistische opvatting, die achter de meeste bijdragen is te vermoeden, maar dit wekt óók de indruk van een zich weinig vernieuwende, in zichzelf besloten wetenschapsdiscipline. In sommige lijstjes figureren nog wel romans (Dostojevski's Schuld en Boete, Upton Sinclair's The Jungle) en ook de hilarische Britse tv-serie Yes, minister en Yes Prime minister wordt genoemd (Henk van Goor: ``waarin op weergaloze wijze wordt verbeeld hoe politiek en ambtenarij elkaar wederzijds in de houdgreep houden''). Maar verbindingen met de antropologie, de sociale psychologie en de meer postmodernistisch geïnspireerde `culturele sociologie' van mensen als Bourdieu zijn amper te vinden. Zelfs Norbert Elias wordt maar een enkele keer genoemd. De wel sterk antropologisch geïnspireerde Rob van Ginkel neemt J.J. Voskuils Het Bureau op in zijn lijstje, als ``een feest van herkenning voor de bevolking van wetenschappelijke instituten'' en als een typisch voorbeeld van ``geertziaanse thick description''.

Het lijkt soms wel alsof er überhaupt weinig boeken worden gelezen. Hans van der Zouwen schrijft: ``Het is duidelijk dat ik terug moet naar een verleden waarin ik nog boeken las, sterker nog: bestudeerde en met een potlood van streepjes voorzag. Een tijd van ver voor het `scannen' van op het scherm via Internet opgeroepen papers. Een tijd waarin ik eerder bezig was met mijzelf sociologisch te laten vormen, dan om te proberen honderden weinig geïnteresseerde eerstejaarstudenten enige beginselen van de methodologie en de grondbegrippen van de statistiek bij te brengen.''

De socioloog Van der Zouwen had eigenlijk natuurkundige willen worden, maar die studie bleek `te moeilijk' en hij koos `min of meer blind'voor de sociologie. ``Wat was dat in het begin een afknapper, zo'n vak met al die normatieve praatjes, vage betogen, hoogdravende trivialiteiten, als los zand aan elkaar hangende onderzoeksprojecten.'' In die jeugdige `toestand van verwarring en teleurstelling' ontdekte Van der Zouwen gelukkig óók auteurs die wel systematisch konden denken. Zijn lijstje bestaat uit Moderne sociologie van Van Doorn en Lammers, Johan Galtungs Theory and Methods of social research en Walter Buckley's Sociology and modern systems theory. Na lezing van Van Doorns handboek wist Van der Zouwen dat sociologie wel degelijk een serieus en empirische gestructureerd vak is. Galtung leerde hem in de tumulteuze jaren zestig dat je wel degelijk links kunt zijn en tòch systematisch. En Buckley liet hem kennis maken met de `sociale cybernetica', een term waar je de laatste tijd maar weinig meer van hoort en waar Van der Zouwen helaas ook weinig over vertelt. Hij verwijst naar een stuk van zijn hand in de Sociologische Gids van 1978.

Het sociologiehandboek van Van Doorn en Lammers (eerste druk 1959) wordt erg vaak genoemd, en dat is waarschijnlijk de weerspiegeling van de generatie waartoe de meeste redacteuren behoren: afgestudeerd in de jaren zestig of zeventig. Structuur en methodiek overheersen. De reflectie gaat vaker over de sociologie zelf (niet voor niets wordt Alvin Gouldners The coming crisis of Western Sociology (1970) vaak genoemd) dan over de te bestuderen sociale `werkelijkheid'. Die werkelijkheid duikt overigens weer opvallend vaak op in de vorm van de Chicago School of Sociology, waarvan de leden in de jaren twintig en dertig als eerste sociologen `de wijken' ingingen en aldus fascinerende studies van de aanpassingsproblemen in de immigrantenwijken van Chicago schreven.

Het tijdschrift bevat gelukkig ook bijdragen van sociologen die enthousiast vertellen over hoe geïnspireerd zij raakten door bepaalde boeken en hoe zij van die sociologen leerden op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken. Haast juichend schrijft bijvoorbeeld Lodewijk Brunt over het werk van Ervin Goffman, die in de jaren zestig en zeventig schreef over nogal ongebruikelijke onderwerpen. ``Ik ken geen andere socioloog die zich serieus zou willen bezighouden met het verschijnsel van mensen die in zichzelf praten.''

Erelid van de redactie J.E. Ellemers heeft in zijn leven al zo vaak lijstjes moeten maken (in `85 noemde hij al Romein, Geiger, Mannheim, Merton, Parsons et cetera) dat hij de gelegenheid liever aangrijpt voor een j'accuse. Waarom heeft de Nederlandse sociologie zo vijandig en bagatelliserend gereageerd op het werk van Henk van Goor en Gerard Visscher, waaruit blijkt dat de non-response bij enquêtes zo groot wordt dat de uitslagen eigenlijk niet meer betrouwbaar zijn? In feite zou het hele stelsel van grootschalige survey-onderzoeken op de helling moeten. Want de huidige correctiemethoden voldoen niet. Visscher toonde in 1997 aan dat er in Nederland 300.000 tot 500.000 minder hoogopgeleiden zijn dan het CBS na correcties op de non-response had berekend.

Ook de vrij recente onthullingen van Köbben en Tromp over de manipulaties van onwelkome onderzoeksresultaten zijn gestuit op stilte. Waarschijnlijk zijn er talrijke gevallen waar opdrachtgevers en onderzoekers het al in een vroeg stadium op een akkoordje gooien, ``omdat men maar al te graag bereid is water bij de wijn te doen'', aldus Ellemers. Die conclusie is misschien nog wel de treurigste van het hele tijdschrift.

Sociologische Gids 00/1 januari/februari themanummer: Sociologen van de eeuw. Verschijnt tweemaandelijks, ter inzage in veel bibliotheken. Losse nummers ƒ26,50, jaarabonnement ƒ120 Uitgeverij Boom Meppel tel. 0522-237555.