Nieuwe media juist pluriform

De angst voor informatievervlakking als gevolg van overnames van televisieproducenten door kabelbedrijven, is volstrekt onterecht, vindt Manuel Kohnstamm.

De grootste ongecontroleerde machtsbundeling sinds het verdwijnen van de Sovjet Unie? Wij zijn inmiddels wel gewend geraakt aan de mythische dimensie die aan investeerders in de nieuwe media wordt toegekend, maar H.J.A. Hofland maakte het wel erg bont in deze krant van 22 maart. Hofland geeft een bespiegeling ten beste over de informatie-monopolies en -vervlakking, die het gevolg zouden zijn van de recente overnames van programma-aanbieders door kabelbedrijven, zoals de voorgenomen overname van SBS door UPC.

Dit komt voort uit een fundamenteel verkeerde inschatting van de effecten van het samengaan van televisie en Internet. De digitale media-revolutie is namelijk in de eerste plaats een overwinning voor het individu, voor de keuzevrijheid van de enkeling boven de dwangmatige selectie door de groep.

Wat het Internet zo bijzonder maakt, is de onmetelijke vrijheid om niet alleen te gaan en staan waar je wilt, maar ook om het heft in eigen hand te nemen en als schrijver, musicus of video-producent een onbeperkt publiek te vinden. Deze volstrekte democratisering van de media is zeker een bedreiging, niet voor de pluriformiteit, maar voor de gevestigde orde in medialand.

Natuurlijk zullen zich in de toekomst nieuwe zwaartepunten ontwikkelen rond merknamen, titels, websites of omroepen. Ook zal commerciële kracht voor een belangrijk deel bepalen welke intellectuele prestaties het meest prominent aan het individu worden aangeboden. Maar dat neemt niet weg dat de keuze in principe oneindig is, net als de mogelijkheden om nieuw toe te treden tot de markt.

Digitale televisie leidt tot een wederzijdse verrijking van het Internet- en televisie-aanbod. De televisie verandert van een passieve dorpspomp met een handvol kanalen tot een `kiosk' met duizenden `video-sites' die op afroep beschikbaar zijn. Dit betekent het einde van de door Hofland zo gevreesde vervlakking.

In de huidige beperkte televisieomgeving zijn alle omroepen gedwongen om dezelfde grootste gemene deler na te jagen, om zo een maximaal deel van de advertentiemarkt binnen te halen. Slechts enkele kleinere publieke omroepen kunnen zich daaraan onttrekken. In een digitale omgeving worden daar vele inkomstenmodellen aan toegevoegd, die zich nu op het Internet ontwikkelen: pay-per-view, video-on-demand, en e-commerce. Dit betekent dat televisieomroepen zich eindelijk los kunnen maken uit het knellende korset van de kijkcijfers.

Ook in het welvarende Nederland is het in het jaar 2000 nog steeds goed gebruik om te klagen over `de markt' of `de commercie' als een vervelende bijkomstigheid in de media. Op dit punt wordt de televisiemarkt bovendien kritischer beoordeeld dan pakweg de dagbladen- of tijdschriftenmarkt. Toch bestaan NRC Handelsblad, Opzij of Vrij Nederland net zo goed bij de gratie van de vrije markt als RTL of SBS. Kennelijk is de markt dus geen obstakel voor het individu om zelf te bepalen welke – hoogwaardige – journalistieke of artistieke producten de voorkeur verdienen en dus succes hebben.

Net als de media-inhoud, maakt de digitale media-infrastructuur een fundamentele democratisering door. Voorheen was communicatie-infrastructuur een `natuurlijk monopolie'. De PTT had een eigen telefoonnet en de publieke omroepen een eigen zenderpark. Gelukkig is hier door technologische ontwikkelingen en deregulerend ingrijpen een einde aan gekomen. Omdat het Internet overal en van niemand is, kan iedereen in principe zijn eigen infrastructuur bouwen, aan het Web koppelen en diensten verkopen.

Europese kabelbedrijven beleven op dit moment een belangrijke, maar nog onvolledige, consolidatie. Technologie en bedrijfsvoering vereisen schaalgrootte, net zoals dat het geval is bij VNU, Wolters Kluwer of de Perscombinatie. In potentie kunnen een handvol kabelbedrijven een echte, landelijk dekkende, concurrent worden van KPN.

Voor de `inhoud' is dit een zegen. Het betekent dat juist die infrastructuur gekozen kan gaan worden, die voor de doelgroep en het tijdstip van de dag geschikt is. Zo zullen er bijvoorbeeld zakelijke televisiezenders komen, die de voorkeur geven aan mobiele infrastructuur, waarmee de kijker in de auto en op het werk kan worden benaderd in plaats van om acht uur 's avonds in de huiskamer.

Met het voorgestelde bod op de uitstaande aandelen SBS doet UPC niet veel anders dan voorop lopen in deze onvermijdelijke ontwikkeling. De `verticale integratie' is een essentieel onderdeel van innovatie, maar behoeft natuurlijk toezicht uit hoofde van eerlijke mededinging. Gelukkig bestaat er bijna geen andere sector met zoveel toezicht en regulering als de kabelsector. UPC kan zich na een eventuele overname van SBS uiteraard niet plotseling aan dit wettelijk kader onttrekken.

Manuel Kohnstamm is Managing Director Regulation and Public Policy van UPC.

    • Manuel Kohnstamm