Multiculturalisme is aanslag op Franse staat

Een artikel van Paul Scheffer heeft een discussie op gang gebracht over `het multiculturele drama' in Nederland. Hoe verloopt de integratie van immigranten in het buitenland?

Al is hij Chinees, zelfs Zhang Yong-Miao lijkt het probleem niet te kunnen oplossen. Hij keert het gevouwen papier om en om, tuurt naar de op het bord getekende figuur, piekert nog eens en is zo verdiept in de vraag hoe uit het vierkante vel een punthoedje getoverd kan worden, dat hij de aanmoedigingen van de juf nauwelijks lijkt te horen. Dan: een uitdrukking van triomf, het papier gaat nog een keer dubbel, de schaar gaat fluks in een boog van de ene hoek naar de andere, wat lijm aan de randen en er balanceert een wondertje van ruimtelijk inzicht op zijn zwarte, steile haar.

Zhang is tien jaar en net een paar maanden in Frankrijk. ,,De Chinese kinderen ik weet niet hoe het komt maar ze zijn meesters in dit soort oefeningen'', zegt Marie-Christine Mazurkiewicz. Ze geeft al achttien jaar les op een school aan de Rue Étienne Dolet, in het 20e arrondissement van Parijs. Haar klas is een zogeheten CLIN, waar kinderen uit alle hoeken van de wereld door middel van ,,onderdompeling'' het Frans wordt bijgebracht.

Aan ieder voorwerp in het lokaal kleeft een briefje, met daarop de Franse naam. Mazurkiewicz spreekt haar klas duidelijk articulerend toe en corrigeert consequent iedere zonde tegen grammatica en uitspraak. Haar vijftien leerlingen, zeven tot twaalf jaar oud, komen uit acht verschillende landen. Ze zijn de kinderen van sans-papiers, illegaal in Frankrijk verblijvende buitenlanders. Salaoua Chentir, de jongste van de klas, is, verstopt in een koffer, net uit Marokko aangekomen. Iedere keer als Abdoulaye, een negenjarige druktemaker uit Mali die door een verre tante naar Frankrijk is gesmokkeld, iets tegen haar zegt, trekt ze een pruillip.

De school is onderdeel van een ZEP, een zone met bijzonder onderwijs, die weer deel uitmaakt van een REP, een netwerk van dergelijke zones. In het Franse schoolsysteem en vooral in de sector die zich bezighoudt met de integratie van kinderen van anderstaligen wemelt het van dat soort afkortingen. Al meer dan dertig jaar lokt iedere mislukking of verfijning van het ene experiment weer het andere uit ter inburgering van nieuwkomers. En niet alleen in het onderwijs; de instanties die belast zijn met de eerste opvang van (legale) vreemdelingen kennen ook talloze vertakkingen. Vooral sinds het aantreden van de regering-Jospin, die de eerste kennismaking met het nieuwe land als zeer belangrijk beschouwt bij de inburgering.

Alle moeite die opeenvolgende regeringen zich getroost hebben om minderheden te laten integreren, is niet vanzelfsprekend in dit land. Ondanks de banlieus van de grote steden die ware getto's zijn geworden, ondanks de hoge werkloosheid onder met name jongeren van Noord-Afrikaanse afkomst (twee keer hoger dan onder de Franse jeugd) en ondanks het geweld tussen rivaliserende etnische groepen dat de straten van bijvoorbeeld het 20e arrondissement teistert, is de Franse staat in theorie niet geneigd die problemen in verband te brengen met minderheden.

Die houding is direct terug te voeren op een, gezien de praktijk, bijna luxueus aandoend abstract idee, dat sinds de Revolutie van 1792 de identiteit van de natie bepaalt. Eenmaal binnengelaten, is ook de vreemdeling Frans staatsburger en de staat wenst zich vervolgens, conform de principes van vrijheid, gelijkheid en broederschap, geen rekenschap te geven van zijn af- en herkomst, religieuze achtergrond of huidskleur. Ieder onderscheid of aparte behandeling is een aanslag op de grondvesten van de Republiek. De notie van multiculturalisme is een bedreiging voor de universele, seculiere en ,,neutrale'' waarden die iedere Frans staatsburger geacht wordt te verdedigen, omdat ze het cement van de samenleving zijn. De Mouvement des Citoyens en ook menig essayist worden niet moe het te herhalen. ,,Cultureel onderscheid met bijpassende rechten: dat is de toekomst, dat is modern'', sneert bij voorbeeld Christian Jelen in zijn boek Les Casseurs de la République.

Verdedigers van het `universalisme' van het republikeinse gedachtengoed hebben enig recht van spreken. Al honderdvijftig jaar is Frankrijk wat Nederland pas sinds kort officieel heet te zijn: een immigratieland. Zonder de immigratie van Duitsers en Belgen in de tweede helft van de vorige eeuw, van Italianen en Portugezen, van Armeniërs na 1915, van Polen en Spanjaarden in het interbellum en van de (Noord-)Afrikanen en Antilianen na de Tweede Wereldoorlog, zou het land nu 12 miljoen inwoners minder tellen. Één op de vier Fransen is óf immigrant óf kind van buitenlandse ouders of grootouders. En zeer lang deed het Franse ,,integratiemodel'' van assimilatie geruisloos zijn werk. Zelfs in de overzeese gebiedsdelen.

Volgens Marie-Christine Mazerkiewicz, zelf kleinkind van Polen die in de jaren dertig naar Frankrijk kwamen, werkt het eigenlijk nog steeds. Zij onderhoudt al bijna twintig jaar lang contact met al haar leerlingen, van wie er ,,maar twee ontspoord zijn''. Naar haar mening zijn direct uit het buitenland afkomstige kinderen ,,te doordrongen van het besef waarom ze naar Frankrijk gekomen zijn om niet hun uiterste best te doen om te slagen''. In moeilijkheden komt volgens haar de tweede generatie ,,die dat niet meer weet''.

Vooral de Fransen van Noord-Afrikaanse herkomst, onder wie de werkloosheid en de criminaliteit significant hoger zijn, stellen het republikeinse model inderdaad al tientallen jaren op de proef. Maar ze zijn tegelijkertijd het bewijs dat een falende integratie niet per se met taalachterstand te maken heeft. Een ruime meerderheid (87 procent) beheerst het Frans. Anders dan verwacht, wijst grootscheeps onderzoek van het Nationale Instituut voor Demografische Studies (INED) zelfs uit, dat 91 procent van de kinderen van ouders van Spaanse herkomst thuis nog de moedertaal spreekt, terwijl dat in het Algerijnse bevolkingsdeel slechts 61 procent is. Binnen de tweede, in Frankrijk geboren generatie doet dat respectievelijk 35 en 24 procent. Voor het vasthouden aan de eigen godsdienst geldt hetzelfde: anders dan de meerderheid van Portugezen en Spanjaarden zegt bijna de helft van de Algerijnse immigranten niet gelovig of praktizerend te zijn, van hun kinderen zeggen twee op de drie dat.

Toch verscheen deze week nog in Le Monde een groot stuk onder de kop: `Tot ziens integratie!' De auteur schreef de mislukte inburgering van vooral de Noord-Afrikaanse minderheden toe aan discriminatie. Daarin schuilt zonder enige twijfel waarheid. 92 procent van de Fransen meent dat Fransen racistisch zijn. Maar tegelijkertijd wijzen recente onderzoeken dat de tolerantie toeneemt. 42 procent van de Fransen denkt dat alle mensen tot hetzelfde ras behoren, 32 procent onderscheidt wel rassen, maar dicht die geen specifieke eigenschappen toe, en 57 procent zegt `sympathie' te hebben voor Noord-Afrikanen.

Onderzoekers schrijven die omslag in de jaren tachtig lagen de sentimenten anders toe aan de nationale debatten naar aanleiding van de opkomst van extreem-rechts. Ook speelt de gunstige economie een rol. En niet onbelangrijk is volgens sommigen dat premier Jospin niet van immigratie een politieke kwestie heeft gemaakt, maar van de sociale tweedeling.

dossier: www.nrc.nl