Moederliefde

De essentie van de ideeën van Sarah Blaffer Hrdy (`Flexibel opportunisme', W&O, 8 april) vind ik van een zorgelijke strekking. Als ik een vrouw was en zeker als ik een moeder was, zou ik me tekort gedaan voelen. Een moeder is `een flexibele opportuniste', een wezen dat jongen met zich meesleept, het chimpansee-niveau nauwelijks ontstegen.

Dat hardnekkige darwinistische denken dat vooral bij Amerikaanse modere wetenschappers weer post gaat vatten, staat een diepere gedachte omtrent het mensenwezen in de weg. De mens is, met zijn ik-ontwikkeling, niet een omhoog gevallen dier. De mens kan oordelen, beslissingen nemen die niet door de natuur worden voorgeschreven. En dan daarbij nog geen woord over een hemel, een geestelijke wereld, een God. Over dankbaarheid, onzelfzuchtig verlangen, toewijding van ouders die een kind mochten ontvangen. Het zal misschien wel ergens in haar boek Moederschap staan, het telt immers 700 bladzijden, maar ik ga het níet lezen. Het vertrekpunt van haar betoog vind ik verwerpelijk. De mens als dier, een opofferende, sjouwende, voedsel verzamelende chimpansee. De mens als plant, een onkruidachtige soort die in heel veel verschillende omstandigheden kan leven en z'n gedrag daaraan aanpast (`weedy species').

Ik vind het uitgaan van een eenzijdig materialistisch wereldbeeld en beledigend voor de mens, voor de vrouw. Onvoorwaardelijke moederliefde bestaat niet? Kinderen krijgen, ruimte maken voor het opvoeden, ontzeggingen, het lijkt soms haast onvoorwaardelijk. Het is een keuze. Die natuurlijk ook z'n voorwaarden stelt. Die kunnen uit liefde aanvaard worden. Ook in onze tijd.

    • J. Alferink Zutphen