LOU REED

`Maybe I should go and live in Amsterdam/ In a side street near a big canal/ Spend my evenings in the Van Gogh Museum/ What a dream Van Gogh Museum', zo begint het liedje Modern Dance op de nieuwe cd van Lou Reed, Ecstasy. Reed vervolgt met een aantal andere mogelijkheden voor een nieuwe woonplaats zoals Edinburgh en Yucatan, maar toch, hij noemt Amsterdam als eerste.

Het zou een eer zijn, maar eigenlijk is het ondenkbaar dat de man die New York net zo'n prominente plaats geeft in zijn liedjes als Woody Allen in zijn films, in een straatje bij een Amsterdamse gracht zou wonen.

Ook op Ecstasy is de duistere sfeer van Reeds New York weer aanwezig, bijvoorbeeld in Rock Menuet. Hij leeft zich met onaangedane stem uit in een orgie van sadomasochisme, horror en wraakzucht, over `the thrill of the needle and anonymous sex'. Veel explicieter en zwartgalliger kan een rock 'n' roll-artiest niet worden. De teksten zijn dan ook het sterke punt van Reeds nieuwe cd. Ze zijn vitaal, streetwise en recht voor zijn raap.

Om die verhalen moet het Reed vooral zijn gegaan. De muziek die ze moest ondersteunen vond hij zo te horen minder belangrijk. De instrumentaties zijn soberder dan ze eerder waren, op bijvoorbeeld zijn laatste cd Set The Twilight Reeling uit 1996.

Met meestal alleen wat knerpend gitaarspel, bas en drums spreekzingt hij zijn verhalen, die soms duidelijk niet in de maat van het lied passen. Daarmee is Ecstasy een merkwaardige plaat geworden. Reed is onverbloemd zichzelf en hoeft niet meer `mooi' te klinken. De overdadige synthesizers zijn afgeschreven en Ecstasy is behalve weerbarstig ook hartverwarmend.

Lou Reed. Ecstasy (Warner 936247425)