KOEKOEK! 4

Aannemende dat het artikel `De spreeuw van Mozart' (bijlage W&O van 1 april) serieus was bedoeld en niet als aprilgrap, wil ik er graag enkele kanttekeningen bij plaatsen.

Mozart noteerde in zijn huishoudboekje als prijs voor de spreeuw `34 Kreutzer' – wel iets meer dan vier cent, dunkt mij, maar dit is niet zo belangrijk. De vogel hield bij het nafluiten van het variatiethema uit Mozarts pianoconcert in G gr. t. (KV 453) één toon te lang aan en veranderde één keer een g in een gis; Mozart had dus alle reden om enthousiast over het beestje te zijn.

Dat Mozart in `Ein musikalischer Spass` vóór alles de middelmatige (maar succesvolle) collega's op de hak wilde nemen, was ook de mening van mijn Oostenrijkse collega Vera Schwarz (1929-1980). Om de would-be componist, die een vierdelige symfonie wil componeren, te persifleren, koos hij het medium van de amusementsmuziek van die tijd: het divertimento voor twee violen, altviool, contrabas en twee hoorns.

De onmatig lange cadens staat niet aan het eind van het stuk, maar kort voor het eind van het derde deel; ze wordt niet afgesloten met een `lachwekkend diep pizzicato', maar met een triller. En aan het slot `lijkt' het niet alsof men dissonanten hoort, het zijn dissonanten. De spelers hebben genoeg van de middelmatige muziek en sluiten uit balorigheid af in vijf verschillende toonsoorten. Met twee gelijktijdige `deuntjes' van een spreeuw hebben die akkoorden natuurlijk niets te maken.

Ten overvloede: men moet het vak componeren wel in de puntjes beheersen om in een compositie te kunnen tonen hoe men níet moet componeren.

    • Marius Flothuis