KOEKOEK! 2

Het op 1 april verschenen artikel Koekoek! heb ik geamuseerd gelezen, want ik houd van vogels en van muziek. Dat de merel verreweg het mooist zingt vergeleken met de nachtegaal wil ik bestrijden. Ook bij deze muzikanten zijn er verschillen in kunstenaarschap. Sommige merels steken de nachtegaal naar de kroon, maar wat verscheidenheid betreft leggen zij het tegen hem af: dadelijk herkenbaar, nooit hetzelfde, de Mozart onder de vogels.

Uit het artikel blijkt een nogal naïeve opvatting over componisten. Het gaat niet om een `melodietje' of een muzikaal motief, maar om het ontdekken van de constructieve mogelijkheden daarvan. Wie heeft nooit iemand `ha-ha-ha-haaa' horen lachen? Er zijn ook vogels die het doen. Van Beethoven gebruikt het voor zijn Vijfde symfonie als (voor hem!) inspirerende bouwsteen. Componisten worden door allerlei geluiden geïnspireerd. Toonherhalingen en akkoordbrekingen zijn in onze natuurlijke omgeving niet uitzonderlijk: bijvoorbeeld een knarsende kastdeur met een dominant none-akkoord.

De vogelimitaties in zijn Zesde symfonie heeft Van Beethoven uit zijn geheugen. Hij was toen immers doof. Met alle respect voor zangvogels, ik betwijfel of hij echt het rondothema van zijn vioolconcert van een merel heeft. Die vogel zou hem geïnspireerd moeten hebben toen hij nog goed kon horen. Hij zou er dus jaren mee hebben rondgelopen? Zelfs bij Van Beethoven komt mij dat onwaarschijnlijk voor. De componist kon het heus zelf wel bedenken, zo gecompliceerd is het niet. Overigens, merels van nu zouden het van ons opgepikt kunnen hebben als wij op weg naar ons werk Van Beethoven fluiten.

    • Alexander Jansen Huizen