KINDERACHTIG 4

Als tweedejaars student Cultuur- en Wetenschapsstudies (CWS) aan de Universiteit Maastricht wil ik de discussie over de verschoolsing van het universitaire onderwijs in Nederland, die naar aanleiding van het artikel `Kinderachtig Gedoe' (W&O, 25 maart) is ontstaan, kracht bijzetten.

Op het VWO van mijn school vond al een goede voorbereiding plaats voor het zelfstandig en actief kunnen opnemen en verwerken van kennis in het hoger of wetenschappelijk onderwijs, door middel van het Studiehuis. Mijn verwachtingen van een universitaire studie waren gericht op de verdere ontwikkeling en verdieping van onderzoeksvaardigheden, denkvrijheid en kritische reflectie. Nu ben ik echter gedesillusioneerd.

De verschoolsing van de universiteit is in Maastricht net zo'n feit als dat elders in Nederland blijkt te zijn. Nieuwe academische onderwijsvormen, zoals het Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO), zijn één niet waar gemaakte belofte. De zelfstandigheid en veelzijdigheid die deze onderwijsvorm impliceert, houden in de praktijk niets anders in dan het zelf lezen van door docenten geselecteerde literatuur. De stof staat vast en is verplicht als je wilt slagen voor tentamens. Eigen interesse en inbreng worden afgedaan als `niet relevant'. Daarom lezen de meeste studenten als makke schapen dezelfde teksten en is de voor het PGO zo belangrijke onderwijsbijeenkomst slechts een gezamenlijke reproductie van het gelezene.

Niemand zal het oneens zijn met het belang van een stabiele bodem van kennis om op voort te kunnen bouwen, Maar kan het opnemen van kennis niet vergezeld gaan van een kritische reflectie en verwerking van de stof? Er moet iets gedaan worden tegen de verpietering van het denken, zeker in een land met een traditie van geestelijke vrijheid. De internationale arbeidsmarkt zal niet blij zijn met een stel bemoederde academici.