HOLLAND-BELGIË

Mannen en vrouwen van Afrikaanse en Indiaanse stammen doen het al eeuwen. Vaak om er mooier of beter uit te zien dan ze al doen, een beetje zoals wij verwende westerse schepselen kosmetica gebruiken om de schoonheid van het lichaam te verhogen of — niet of wel nodig — in stand te houden. Ze doen het ook wanneer ze in de rouw zijn. Het is eigenlijk vooral een manier om hun gevoelens te uiten. Mannen van die stammen doen het met name wanneer ze op oorlogspad zijn. Verf van alle kleuren, gemaakt uit wortel- en plantensappen, smeren ze op hun gezicht om er bedreigender en heldhaftiger uit te zien. Wellicht jagen ze daarmee de schrik op het lijf van de vijand, die zonder twijfel ook oorlogsverf op het gezicht heeft aangebracht. Aanhangers van voetbalclubs — maar tegenwoordig zeker ook van tennis-, volleybal-, handbal- en volleybalteams — hebben er sinds jaar en dag ook een handje van hun gezicht, armen en benen te bekladden met de kleuren van hun favoriete club. Met slechts een shirtje, petje of sjaal van het team als teken van uitbundig supportersbetoon nemen ze allerminst genoegen meer. Volwassen mannen en vrouwen — zelfs populistische politici en leden van het koningshuis — schamen zich niet voor een carnavaleske uitdossing. Desmond Morris, de Engelse antroposoof, beschreef het jaren al eens in zijn boek `Soccer Tribe'. In hedendaagse termen wordt het collectief dragen van dezelfde kleur petjes, shirtjes, sjaaltjes en het massaal zwaaien met een vlaggetje als positief ervaren. Het is een vorm van identificatie. De dragers willen zich identificeren met een van de partijen in de arena en voelen zich daarom geroepen zich in een shirt, sjaal of pet van dezelfde kleur te hijsen. Lachwekkend en gewoon een gebrek aan durf om jezelf te zijn, nietwaar? Alleen (in stilte) genieten is er niet meer bij. Fascinerend is de verregaande wijze waarop felle fanatici hun aanhankelijkheid jegens de favoriet menen te moeten uiten. Door middel van tatoeages, nota bene. De clubkleuren, het clubwapen, de beeltenis van hun held of zelfs van de voorzitter van hun favoriete club — dat is het mooiste. Het is een religieuze beleving van die mannen om hun vaste overtuiging kracht bij te zetten dat er maar één club of man op aarde is die hun leven nog zinvol maakt. Die mannen klimmen in de snerpende koude op het dak van het stadion van hun dromen en laten zich fotograferen met een heus brandmerk op hun lijf. Zover gaat de beleving van hedendaagse supporters. Ajax-freak Gerard in de Amsterdam Arena, Feyenoord-gek Ronald op het dak van de Kuip en PSV-adept Hans in de spelerstunnel van het Philips-stadion. Je gelooft je ogen niet.

Aflevering 15 in een serie van 22.