Het platteland gaat op slot

Het platteland is vol. Vindt minister Pronk. Er moet een lijn om de dorpjes worden getrokken, waarbuiten niet gebouwd mag worden. `Dat is de doodsteek voor ons.'

Dit is het huis van Mark Marin. Een gevel van veertien meter, een frivole rand van schuin uitstekende bakstenen, dakkapel. De kozijnen zijn nog niet helemaal ingemetseld, voor de deur staat een kleine generator en wat de tuin omzoomt, is niet veel meer dan kippengaas met een bordje `verboden toegang' erop. Gemeente-ambtenaar Mark (26) en zijn vader zijn nog bezig. En als zij klaar zijn, dan is Terhole af. Dan komt er voorlopig niemand meer in.

Terhole is een van de kernen van de gemeente Hontenisse in Zeeuws-Vlaanderen. Marks vader kocht de woning destijds van zijn ouders in de kern Vogelwaarde, bouwde later zelf een nieuw huis in Hengstdijk en maakt nu samen met zijn zoon het huis waar Mark en zijn vriendin gaan wonen. Tot zolang wonen ze allebei nog bij hun ouders in.

Vol kun je Hontenisse niet noemen: er wonen nog geen 8.000 inwoners op 115 vierkante kilometer. Maar al staat naast het gemeentehuis een bord `Hontenisse bouwt aan de toekomst', ze zijn er in feite bijna uitgebouwd. In de kern Lamswaarde mogen ze tot 2009 elk jaar twee huizen bijbouwen, de kernen Hengstdijk en Ossenisse moeten elk jaar één woning delen, het ene jaar Hengstdijk, het volgende Ossenisse. In Terhole zijn de tien woningen die er tot 2009 bij mogen komen al gebouwd.

Dit stuk zou even goed kunnen gaan over Donderen in Drenthe, Hengelo in Gelderland, over soortgelijke plaatsen in Overijsel, Noord-Brabant of Limburg. In alle dorpen van Nederland worden nu zo'n beetje de laatste huizen gebouwd. Het platteland gaat op slot – zo wil minister Pronk van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening het. Pronks Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening verschijnt dit najaar, maar het uitgangspunt ervan is geen geheim en wordt nu al gehanteerd bij de beoordeling van de provinciale plannen: volop bouwen in en om de steden, nauwelijks nieuwbouw op het platteland.

Op de provinciale plankaarten wordt om elke gemeente een rode lijn getrokken: tot zover en niet verder. Geen uitbreiding meer. De plankaart voor Drenthe was als eerste klaar. Rond alle dorpen is de contour strak om de bestaande bebouwing gelegd. Alleen als binnen de bestaande kern een stukje grond vrijkomt, mag daar een nieuw huis worden gezet.

Waarom moet het platteland op slot? Omdat het anders volloopt. Dat is een kwestie van mode. Elsevier Wonen publiceerde deze week de resultaten van een enquête: jonge gezinnen en mensen met een modaal inkomen wonen liever niet in een grote stad. Maar dat moeten ze wel: alleen aan de grote en middelgrote steden wordt in razend tempo bijgebouwd, in zogeheten VINEX-wijken aan de randen van die steden. Liever trokken ze naar het platteland.

,,Schouwen-Duiveland kunnen we zo volbouwen voor de uitwijkende Randstedelingen'', zegt de Zeeuwse gedeputeerde G. van Zwieten. Op het gemeentehuis van Hontenisse gingen ze zes jaar geleden met taart rond als er één bouwkaveltje was verkocht. Wordt er nu een stukje grond vrijgegeven, dan bellen projectontwikkelaars uit heel Nederland, zegt wethouder B. Pauwels. Ga maar na, het huis van Mark Marin is 650 kuub groot en staat op 850 vierkante meter grond à 110.000 gulden – voor dat geld kun je in de Randstad geen flat kopen.

Voor zijn kavel heeft Mark Marin moeten loten. Wethouder Pauwels van Hontenisse heeft die avond volwassen mannen zien huilen omdat hun naam niet uit de hoed werd gehaald. Die moeten nu ten minste acht jaar wachten voor ze weer een kans maken op nieuwe bouwgrond. De provincie Drenthe bijvoorbeeld is nog strenger. Daar liggen de contouren voor twintig à dertig jaar vast, zegt een woordvoerder.Is de strengheid van de overheid onterecht? De bestuurders denken er genuanceerd over. Ze zouden heus niet onbeperkt gaan bijbouwen als het mocht, zeggen ze zelf – al begint wethouder Pauwels te glimmen als hij nog denkt aan de winsten die de gemeente Hontenisse heeft gemaakt op haar bouwgrond. Eenstemmig veroordelen provinciale en gemeentelijke bestuurders de `witte schimmel', de kleurloze nieuwbouwstraatjes die aan veel dorpen zijn geplakt, ten koste van het landschap.

Maar een complete bouwstop is de doodsteek voor de kleine kernen, zegt gedeputeerde Van Zwieten. Hij kreeg in 1997 van de minister gedaan dat hij drie jaar min of meer zelfstandig bouwbeleid mocht voeren. Hij probeert de steden te laten groeien, zonder de kleine dorpen te bevriezen. Het heeft hem ,,drie jaar permanent ruzie'' opgeleverd. De plattelandsgemeenten vinden hem veel te streng, het ministerie vindt hem weer veel te soepel als het gaat om de toewijzing van bouwkavels. De inspecteur voor de volkshuisvesting in Zuid-Nederland heeft het Zeeuwse bouwbeleid al `mislukt' genoemd – terwijl het nog geëvalueerd moet worden. ,,Zeeland wordt het slachtoffer van de principiële benadering van het rijk'', vindt Van Zwieten.

Van Zwieten heeft medestanders, in elk geval in zijn collega's uit Brabant, Limburg en Groningen. De Brabantse gedeputeerde P. van Geel is vice-voorzitter van het Interprovinciaal overleg en spreekt in die hoedanigheid deze weken regelmatig met minister Pronk. Van Geel is tegen het contourbeleid met de rode strepen om de dorpen, dat het ministerie voorstaat: ,,Een dom lijntje trekken, daar zie ik niks in.'' Volgens hem moet het Rijk het bouwbeleid overlaten aan de provincie. Uit de gesprekken met de minister krijgt hij soms het idee dat die het met hem eens is, ,,al moet je altijd op je hoede zijn voor centralistische trekjes''.

In ieder geval moet er ruimte zijn voor de `natuurlijke aanwas' in de kleine kernen: nieuwe huizen voor Mark Marin en andere jonge bewoners die in hun eigen dorp willen blijven. Marin is een van de weinige jongens die naar Hontenisse terugkwam na zijn studie. Had hij zijn eigen huis niet kunnen bouwen, dan had hij het er ook niet lang uitgehouden. En zo verpauperen de kleine kernen, zegt hij. Terhole heeft nog één winkel, een slagerij. Wethouder Pauwels heeft het al eens meegemaakt in Ossenisse. Daar dreef de laatste winkel op subsidie. ,,Dat houd je niet vol.'' Nu kun je in Ossenisse geen boodschappen meer doen.