Grieks kabinet met veel nieuwe gezichten

De zondag herkozen Griekse socialistische premier Kostas Simitis heeft in zijn nieuwe regering een recordaantal van vijf vrouwen opgenomen onder de 43 ministers en staatssecretarissen. Van de ministers en onderministers treedt bijna de helft voor het eerst aan.

Op buitenlandse zaken, binnenlandse zaken, financiën, defensie, informatie, openbare orde en openbare werken/milieu blijven de oude ministers aan.

De grootste verrassing is het verdwijnen uit de regering van zwaargewicht Vangélis Venizélos, die de post justitie niet aanvaardde. Ook minister van Onderwijs Jerasimos Arsénis keert niet terug; zijn zware post komt tot ieders verbazing bij de journalist en europarlementariër Petros Efthimíou die op dit gebied zonder enige ervaring is.

Een andere zwaargewicht, Theódoros Pángalos, krijgt Cultuur. Vorig jaar moest hij als minister van Buitenlandse Zaken aftreden wegens de onhandige aanpak van de affaire-Öcalan. De twee andere ministers die toen hun portefeuille verloren keren in de nieuwe regering terug.

De leiding van de oppositionele, conservatieve Nieuwe Democratie (ND) die zondag op het nippertje werd verslagen, houdt vast aan haar staatsrechtelijk opmerkelijke opvattingen. Leider Kostas Karamanlís, die in de nacht van zondag op maandag verzuimde de overwinnaar te feliciteren, houdt vol dat zijn partij de morele winnaar is, zonder wiens instemming de regering-Simitis niet zal kunnen regeren.

Woordvoerder Spiliopoulos heeft dit herhaaldelijk bevestigd. ,,Men kan dit land niet besturen met een voorsprong van nul komma zoveel'' verklaarde hij, terwijl al lang bekend was dat die voorsprong volgens de einduitslag ruim één procent bedraagt (43,79 tegen 42,73; zetelverschil: 33). ,,Nog nooit heeft een oppositie zoveel stemmen behaald'' stelt hij. ,,De regering kan hier niet omheen. Het electoraat heeft duidelijk gevraagd om een gelijkspel en dus om samenwerking van de twee grote partijen''.

Het pikante is dat de geldende kieswet, die de grootste partij wat haar ledental in het parlement betreft zwaar bevoordeelt, in 1989 is uitgedacht door de toen regerende ND (die nu al voor de derde keer is getuimeld in de kuil die zij toen heeft gegraven), met het op zichzelf logische argument dat het land steeds regeerbaar moet blijven. In werkelijkheid is de ND nog lang niet over haar immense teleurstelling heen en verschillende kopstukken dringen aan op een congres, later dit jaar, waarop de partij zou moeten worden `heropgericht'.