Frans rechts moet verzoend worden, en snel

Met het oog op de verschillende verkiezingen van volgend jaar en het jaar daarop in Frankrijk kan herstel van de eenheid van de neo-gaullistische RPR geen enkel uitstel meer velen. President Chirac is druk bezig.

Alleen wat er op het menu stond is een tot nu toe onbesproken detail van de even onverwachte als intieme lunch die Charles Pasqua, leider van de opstandige rechtse partij RPF, afgelopen woensdag bij de Franse president Jacques Chirac heeft genoten. De man die in 1976 samen met Chirac de neo-gaullistische RPR oprichtte maar de partij verliet wegens de vermeende ,,uitlevering'' van de soevereiniteit van Frankrijk aan Europa, overviel ook zijn eigen partijtop met het tête-à-tête op het Élysée. Hij had zelfs zijn vakantie onderbroken voor het samenzijn, waarin volgens Pasqua zelf ,,de onenigheid'' inzake Europa ter sprake was gekomen, alsmede ,,de redenen waarom ik mij kandidaat stel voor de presidentsverkiezingen''. Verder was het onderhoud een ,,tour d'horizon van de Europese problemen'' geweest, zonder directe betekenis.

Zoals staatsmannen-onder-elkaar dat wel vaker hebben, dus.

Toch is de lunch niet onopgemerkt gebleven. Zijn eigen partij zag er aanleiding in Pasqua openlijk op te roepen tot een ,,zeer stevige'' opstelling jegens de president om later tevreden vast te stellen dat hun leider niet in ,,de valstrik'' was gelopen. In hoeverre Chirac zijn tafelgenoot inderdaad van diens Euroscepsis heeft willen genezen, is onduidelijk, het treffen van de twee oude rivalen is in elk geval wel het voorlopig laatste bewijs dat de president probeert de eenheid van politiek rechts te herstellen. De vorige bewijzen verrasten al evenzeer. Oud-partijvoorzitter Philippe Séguin en oud-premier Édouard Balladur, beiden RPR-kandidaat voor het burgemeesterschap in Parijs en ieder op hun eigen manier gebrouilleerd met het staatshoofd, werden respectievelijk al op 1 en 9 april ontvangen. Niet voor het middageten, overigens, zoals Élysée-watchers niet nalieten op te merken en ongetwijfeld ook de betrokkenen zelf beseft hebben. Maar Séguin (door Chirac nog niet zo lang geleden ,,een klier'' genoemd) heeft de troost, dat hij heeft mogen meereizen met het presidentiële vliegtuig naar de begrafenis van de Tunesische oud-president Bourguiba.

Is voor links `hervormen' het sleutelwoord van dit moment, voor rechts is het `herenigen' (rassembler). Er moet verzoend worden – en snel. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar en die voor het parlement en het presidentschap het jaar daarop kan het herstel van de eenheid van de partij geen enkel uitstel meer velen. Inzet is niet alleen de positie van de partij, maar ook die van de president zelf die bovendien, door het initiatief te nemen en door de sleutelfiguren één voor één te ontbieden, en passant duidelijk maakt de onbetwiste leider te zijn. Leider van wat, sinds de socialist Jospin in 1997 premier werd, de oppositie genoemd moet worden.

De toch al aanwezige dreiging dat de RPR in de oppositie blijft, is toegenomen nu in Parijs (net als in Lyon trouwens) vier leden zich kandidaat hebben gesteld voor het burgemeesterschap. Dat betekent dat er onderling vliegen afgevangen gaan worden en het imago van de partij, al aangetast door de bij verschillende schandalen betrokken zittende burgemeester van Parijs, Jean Tibéri, verder beschadigd kan raken. Françoise de Panafieu, éen van de vier kandidaten in Parijs, heeft nu al gezegd, dat als haar rivaal Séguin straks op campagne een crèche bezoekt ,,het grut zal denken dat King Kong binnenkomt'' en Séguin zelf heeft zijn partijgenoot Tibéri openlijk gedesavoueerd door te stellen dat Parijs hoognodig ,,opgekrikt'' moet worden.

Dat moet allemaal niet, want als de nu voorzichtig door Chirac gesteunde Séguin geen burgemeester wordt en, nog erger, het van oudsher conservatieve bolwerk Parijs `valt' en de enige kandidaat (Bertrand Delanoë) van de wel als één front opererende Socialistische Partij kiest, is het hek van de dam. Van zo'n klap zou rechts zich niet herstellen vóór de parlementsverkiezingen en bovendien zal Séguin, zo heeft hij al laten doorschemeren, zich dan net als Pasqua kandidaat stellen voor de presidentsverkiezingen. In die zin is het behoud van Parijs dus cruciaal voor Chirac en daarom gaat hij vredestichtend (,,Paris vaut bien un pardon'', kopte Le Nouvel Observateur deze week) rond.

Vredestichtend én koorddansend, want hij mag zich ook weer niet al te opzichtig bemoeien met zaken waarover formeel alleen partijvoorzitster Michèle Alliot-Marie ( `Mam') zeggenschap heeft. Bovendien vereist zijn statuur als staatshoofd afstand en, in elk geval ogenschijnlijk, onpartijdigheid. Daarom laat het Élysée iedere keer als er op de trappen van het paleis hartelijk afscheid is genomen van een vriend-met-wie-het-weer-helemaal-in-orde is, per officieel communiqué weten, dat ,,de president van de Republiek niet de bedoeling heeft, vandaag noch morgen, zich bezig te houden met (..) de gemeenteraadsverkiezingen in het algemeen, en die van Parijs in het bijzonder''. Mam en de rest van het land weten wel beter.