En pang

Mijn vader vertelde een verhaal uit de tijd dat hij bij de luchtmacht werkte, nogal lang geleden.

Met een stel onderofficieren namen ze voor alle zekerheid de instructies met betrekking tot het dienstpistool nog eens door. Iemand haalde de trekker over en pang, net naast de voet van sergeant-majoor Verwei.

Dat vonden we een leuk verhaal, daar moesten we allemaal erg om lachen, en het grappige was: toen het uit was, vertelde hij het nog een keer. Een riskante exercitie, want nu was het een oud verhaal, we hadden het net gehoord, we wisten hoe het afliep. Maar dat had mijn vader voorzien. Deze keer kwam hij voor de ontknoping overeind uit zijn stoel (het was op zijn 81ste verjaardag).

Dus iemand haalt de trekker over en pang. ,,Au zei Verwei'', zei mijn vader. ,,Au!'' En bij beide au's trok hij zijn rechtervoet even op. Zo was het nog leuker, zo moesten we er allemaal nog erger om lachen. Hijzelf kon zich nog net staande houden.

Later, op een gelegen moment, begon mijn zoon een verhaal te vertellen over Karel. Karel is een van de vreemdste vogels uit zijn vriendenkring.

Karel was naar de bibliotheek geweest. Hij had een paar boeken uitgezocht en vroeg bij de balie of hij die langer dan de reguliere termijn mocht houden; hij ging die zomer naar Israel om in de kibboets te werken. Nou, dan regelen we dat toch, reageerde de vrouw die hem hielp opgeruimd, de computer kan alles.

Intussen zaten er een paar van ons al te grinniken. We wisten dat het een ijzersterk verhaal was. We kenden Karel, we herinnerden ons dat hij iets krankzinnigs had gezegd, alleen niet precies wat. Mijn zoon, die zich dat natuurlijk wel herinnerde, anders had hij dat verhaal niet van stal gehaald, kon nog net uit zijn woorden komen.

Dus die vrouw zegt: de computer kan alles, en Karel er plompverloren overheen: doe mij dan maar een broodje kroket.

Heel feestelijk. Daar zat mijn vader, daar zat mijn zoon, en ik ertussenin.