EEN EIGEN WERELD OPGEBOUWD

Tot 21 mei is een mooie tentoonstelling van schilderijen van Weissenbruch in het Haags Gemeentemuseum te zien. Maar er is meer. Na langs de negentiende eeuwse strandgezichten en polderlandschappen te hebben gedwaald, kan de bezoeker een verdieping lager een interessante uitbreiding van de expositie bekijken. Daar hangen kunstwerken geïnspireerd op Weissenbruch van leerlingen van het Haags Montessori Lyceum, het HML. Midden in deze zaal staan twee computers. Daar moet de bezoeker niet aan voorbij lopen. Via deze computers kan hij een tweede Weissenbruch expositie bezoeken, maar dan in een virtueel, een niet werkelijk museum. Het virtuele museum kan ook thuis vanaf de eigen PC worden bezocht. Het is te vinden op www.hml.nl/cyberart.

Cyberart is een plek ontworpen en gemaakt door leerlingen van het Haags Montessori Lyceum. Zij hebben daarbij gebruik gemaakt van de software van Active Worlds. Voordat we het virtuele museum gaan bezoeken, enige uitleg over deze software. Bij Active Worlds, een Amerikaans bedrijf, kan via de computer een stukje niet werkelijk bestaand grondgebied, een virtuele wereld, gehuurd worden. De huurder krijgt op zijn computerscherm een horizontaal vlak. Dit gebied kan hij inrichten met straten, pleinen, water, bomen, struiken en gebouwen naar eigen ontwerp. De huurder, maar ook bezoekers, kunnen met de pijltjestoetsen van hun toetsenbord rondlopen op het terrein dat zich voor hen op het computerscherm ontrolt. Zij kunnen zelfs als uit een helikopter hun eigen bewegingen volgen en zien zichzelf dan afgebeeld als een al dan niet lopend poppetje, een avatar, een virtuele representatie van zichzelf. Tegen betaling mogen zij zich een persoonlijke virtuele uitdossing aanmeten, zie de prachtige (paarse) dame op bijgaande illustratie. Zij kunnen met elkaar schriftelijk communiceren, chatten. Op de site van Active Worlds zijn honderden werelden te vinden, de meerderheid is vrij toegankelijk.

Vorige maand werd het virtuele museum Cyberart gepresenteerd in de aula van het echte Gemeentemuseum. Een aantal leerlingen van het Haags Montessori Lyceum tussen de 12 en 17 jaar voerden beurtelings het woord. De ontwerpster van het museum lichtte haar ontwerp toe, Cyberart achter haar geprojecteerd op het filmdoek. Twee knullen, één aan de microfoon en één aan de computer, demonstreerden hoe met enkele handbewegingen en muiskliks driedimensionale virtuele beelden kunnen worden gemaakt. Een ander leidde het gehoor naar één van de schilderijen van Weissenbruch op het scherm en vervolgens naar het kunstwerk dat hijzelf had gemaakt geïnspireerd door de Weissenbruch. Tenslotte kreeg het publiek nog iets te zien van EDUHML, een andere virtuele wereld, ingericht door het HML.

Directeur van het Gemeentemuseum Hans Logger zat glunderend in de zaal. Hij vindt het een ideale vorm van samenwerking tussen een school en een museum, een hele goede manier om jeugd te interesseren voor museale kunst. Hij toonde plannen voor uitbreiding: meer kunst, meer scholen, meer musea. Martin Sjardijn, maker van virtuele kunst, bracht school en museum met elkaar in contact. Een aantal kunstwerken van hem staat in het gras van het virtuele museum. Hij is gefascineerd door de ontmoeting van de oude en nieuwe kunst. ``Het punt is dat alle musea zijn ingericht op basis van het natuurlijke licht dat tot en met de twintigste eeuw de belangrijkste rol in de beeldende kunst speelde. De laatste decennia zie je een duidelijke verschuiving naar het kunstmatige en virtuele licht als bron. Die verschuiving is onomkeerbaar maar voor de huidige conservatoren een groot dilemma.''

Thuis dwaal ik via mijn computer opnieuw rond in het virtuele museum. Ik start op het centrale plein en ontwaar tot mijn schrik een tweede bezoeker, een poppetje met een surfplank. Nee, ik durf hem niet aan te spreken. Ik loop met de pijltjestoetsen van mijn toetsenbord naar het omringende grasveld. Ik bewonder het Hollandse landschap aan de horizon. Het ziet er uit als het Panorama Mesdag maar het is een herhaalde reproductie van een Weissenbruch. In het grasveld staan glazige bouwsels, afdelingen van het virtuele museum, daartussen werk van Martin Sjardijn. Maar ik wil naar het `Museum Sky', een bouwsel dat in de lucht hangt. Eén klik op het naambordje is genoeg. Ik kom terecht in de centrale hal. Door de glazen bodem kan ik het grasveld beneden me zien. Tegenover mij staan vier enorme vraagtekens. Als ik ze aanklik verdwijn ik uit Cyberart maar kan op de schermen die dan verschijnen Escher-achtige tekeningen schetsen of kleuren mengen.

Terug naar het virtuele museum. Ik loop naar de nissen langs de wand van de ronde structuur. Daar hangen Weissenbruchs, dezelfde als die ik in maart in het Gemeentemuseum zag. Kunstbeschouwingen van HML-leerlingen staan er bij. Vanuit Cyberart maak ik vervolgens een uitstapje naar de andere virtuele wereld van het HML: EDUHML. Er staan natuurkundegebouwen met prachtige simulaties, er kan geschaakt worden op een `echt' schaakbord, er is een windmolenproject, en veel meer. Bezoekers van het Gemeentemuseum zullen bij de computers de komende tijd een paar jongens van het HML kunnen aantreffen die hen graag zullen helpen bij het zelf construeren van een virtueel bouwsel.

schoolonderzoek

Piet Heyboer, leraar natuurkunde op het HML, is de drijvende kracht achter het Active Worlds project. In het Gemeentemuseum en later via email wissel ik met hem van gedachten over de onderwijskundige betekenis ervan. Voor hem is het de meest wezenlijke manier om aan het Studiehuis vorm te geven. Het ontwerp van het virtuele museum telt als schoolonderzoek voor het nieuwe vak CKV, Culturele en Kunstzinnige Vorming. Het vertalen door leerlingen van kunstbeschouwingen in moderne vreemde talen levert een bijdrage aan hun talenkennis. Via EDUHML onderhouden de leerlingen contact met partnerscholen in Italië en Rusland. Een geschiedenisproject in Den Haag leidde zo tot interviews van Russische kinderen met hun grootouders, in EDUHML te vinden. Piet Heyboer gaat binnenkort naar St. Petersburg en gaat over samenwerking praten met de Hermitage.

Op school staan leerlingen in de rij om mee te mogen doen. Piet Heyboer stimuleert, dat hun bijdragen tellen als taken, taken zoals die binnen het Montessori-onderwijs gebruikelijk zijn. Speurtochten op Internet naar mooie simulaties die in het natuurkundegebouw worden geplaatst bijvoorbeeld verrijken de natuurkundekennis van de leerlingen. Bij het werk aan de virtuele werelden komen algemene vaardigheden uitgebreid aan de orde, zoals vaardigheden op het gebied van communicatie, informatie-technologie, samenwerken. Heyboer zint op toepassingsmogelijkheden voor meer vakken en laat zich daarbij bij voorkeur inspireren door zijn leerlingen. Straks zal het Haags Montessori Lyceum beschikken over een compleet, virtueel Studiehuis door de leerlingen zelf gebouwd.