De harde strijd om supertijden

De marathons van Londen en Rotterdam worden morgen gelopen. In Engeland beschikt de organisatie over veel geld, maar de snellere tijden zijn meestal voor Rotterdam.

Haile Gebrselassie, een van de beste atleten aller tijden, gaat zich vanaf volgend jaar toeleggen op de marathon. Ook op die afstand worden grote daden verwacht van de Ethiopiër. De organisatie van de marathon van Londen heeft de olympisch- en wereldkampioen dan ook een superaanbod gedaan: een miljoen dollar aan startgeld voor drie deelnames.

De manager van Gebrselassie, Jos Hermens, is verbonden aan de marathon van Rotterdam. Hij stelt het deelnemersveld samen. Dus hoopt de Nederlander natuurlijk dat de zo gewilde Gebrselassie op de Coolsingel aan de start verschijnt. ,,Financieel kunnen we absoluut niet tegen Londen op'', weet Hermens. Toch is Rotterdam niet kansloos in de strijd om Gebrselassie. Hermens: ,,Haile heeft iets met Nederland en met Rotterdam. Toen hij bij zijn eerste bezoek aan Rotterdam over de Willemsbrug reed, kreeg hij tranen in zijn ogen. Het was de brug van zijn landgenoot Densamo (liep in 1988 een wereldrecord in Rotterdam, red.). Daar wil Gebrselassie ook een keer lopen. Dus komt hij zeker naar Rotterdam. De vraag is alleen in welk jaar. Misschien is het helemaal niet verkeerd om hem eerst naar Londen te laten gaan. In zijn eerste marathon loopt hij toch geen wereldrecord. Waarom niet? Iemand, die voor het eerst op de 5.000 meter start, loopt ook niet meteen een wereldrecord. Je moet wel een beetje respect hebben voor de marathon.''

Hermens zal in elk geval geen druk op Gebrselassie uitoefenen. ,,Want het belang van de atleet gaat altijd voor.''

Londen heeft dit jaar voor zijn marathon een budget van zes miljoen gulden ter beschikking. Rotterdam komt niet verder dan 1,7 miljoen. Daarom staan morgen bijna alle bekende namen in Londen aan de start, onder wie de olympisch kampioen (Thugwane), de wereldrecordhouder (Khannouchi) en ook de winnaar van Rotterdam van vorig jaar. Deze Japhet Kosgei zou aanvankelijk in Rotterdam zijn eerste plaats verdedigen, maar zwichtte voor een aanbod uit Londen. De Keniaan krijgt daar een premie van 100.000 dollar, de helft meer dan in Rotterdam.

Kosgei had al min of meer toegezegd in Rotterdam te lopen. Hermens: ,,We waren nog niet helemaal rond, maar het zag er goed uit. Totdat hij in Tokio goed liep. Toen kwam Londen met een hoog aanbod. Hun tactiek is dat ze binnen 24 uur een beslissing willen. Anders hoeft het niet meer. Misschien hadden we agressiever moeten zijn met Kosgei. Maar stel dat die jongen al bij ons had getekend en daarna hoort dat hij in Londen twee keer zo veel kan verdienen? Dat staat hij hier met tegenzin aan de start. En dat merk je. Als het in de wedstrijd moeilijk wordt, na zo'n 35 kilometer, sijpelt zoiets door. Daarom moet een atleet een marathon lopen die hij ook echt wíl lopen.''

Hermens had ook contact met Khalid Khannouchi. Dat was nog voordat de Marokkaan in oktober in Chicago een fantastisch wereldrecord (2.05,42) liep. Daarna was Londen er als de kippen bij en bood Khannouchi 250.000 dollar startgeld. Toen had het voor Hermens geen zin meer te onderhandelen: Rotterdam kon hooguit 150.000 dollar bieden.

Het is zeker niet altijd zo dat een atleet voor het geld kiest. Rotterdam heeft belangrijke andere aspecten: een snel parcours en een goede organisatie. ,,Wij gaan ver in onze service'', zegt Hermens. Hij weet dat toploopster Tegla Laroupe elke keer dat ze in Rotterdam startte ,,tonnen'' liet liggen. Maar de atlete voelde zich altijd lekker in Rotterdam. Dit jaar loopt Laroupe overigens in Londen.

Het is ook geen toeval dat debutanten vaak in Rotterdam starten. Hermens: ,,Ik geef een atleet die deze afstand voor het eerst loopt altijd het advies een makkelijk parcours te kiezen. En dat is Rotterdam. Boston is heuvelachtig. Het is voor een debutant ook belangrijk hoe een wedstrijd is geregisseerd. In Londen lopen nauwelijks hazen mee. Maar voor een nieuwe jongen is het een lekker gevoel om met zijn eigen vrienden en hazen te lopen.''

Hoewel Rotterdam een veel lager budget heeft dan de grote concurrenten in de wereld, zoals Londen en New York, staat het op de ranglijst van snelste marathons op de derde plaats. Dat is een uitstekend visitekaartje. Ook de marathon van Amsterdam, die wordt georganiseerd door het bedrijf van Hermens, heeft zich na het onverwachte succes van vorig jaar – met vier lopers binnen de 2.07 – in de top tien gevestigd. Hermens: ,,Als je het met voetbal vergelijkt, kan je zeggen dat zowel Rotterdam als Amsterdam in de kwartfinales van de Champions League zitten. En dat is knap, gezien de beperkte middelen.''

Hermens en zijn medewerkers hebben een goede neus voor nieuwe talenten en toppers in spe. ,,We zijn er dag en nacht mee bezig. Als je Haile Gebrselassie op zijn twintigste tegenkomt, weet je dat hij ooit een marathon gaat lopen.'' Hermens staat bovendien bekend om zijn goede begeleiding van de atleten. ,,Mijn filosofie is: wat je uitgeeft, krijg je ook terug. Ik behandel ze met respect. Je hebt broodlopers en je hebt atleten met een sportieve droom. Mijn eerste vraag is ook altijd: what is your dream? Dan weet ik meestal genoeg.

,,Elke atleet kan in zijn carrière maar een beperkt aantal marathons lopen. Daar wil ik hem bij helpen. Ik zit op de motor en geef aanwijzingen. Ik vind het mooi als de jongens elkaar helpen, elkaar te drinken geven. Amerikanen vinden dat maar niets. Dat past volgens hen niet bij de hardheid van de sport. De atleten willen allemaal een mooie tijd lopen. Waarom zouden ze dan tot 30, 35 kilometer niet samenwerken? Daarom heb ik vorig jaar in Amsterdam steeds naar de kopgroep geroepen dat ze moesten overnemen. Als dat niet was gebeurd, zou het daar nooit zo hard zijn gegaan.''

De goede naam van Hermens en de Rotterdamse marathon trekt atleten aan. Ze melden zich vaak zelf aan, zoals deze week geheel onverwachts de winnaar van 1992, de Mexicaan Garcia. Dit jaar moesten er zelfs goede lopers worden geweigerd, omdat het budget op was. Toch ziet Hermens tot zijn spijt het aantal broodlopers toenemen. ,,Tegenwoordig denkt ongeveer de helft van de toplopers puur zakelijk. Dat was een jaar of vijf geleden nog heel anders. Het is allemaal wat agressiever geworden. Vroeger was ik er waarschijnlijk toch wel uitgekomen met Kosgei. Je begint op de persconferentie na zijn overwinning al iets te roepen. Next year again! Dan gaat zo'n jongen zich een beetje verplicht voelen om volgend jaar weer te komen. Het is een spel. Ik vind het elke keer weer een uitdaging om een goede groep bij elkaar te krijgen.''