De gevarendriehoek van de G7

De onbalans tussen dollar, yen en euro staat vanmiddag hoog op de agenda van de G7 in Washington. Volgens het IMF zijn ideale wisselkoersen niet vast te stellen.

De euro is de Europeanen te laag, de yen is de Japanners te hoog. En de derde wereldmunt, de Amerikaanse dollar, moet juist boven zijn stand leven, willen de Amerikanen hun tekort op hun betalingsbalans blijven kunnen financieren. Als vanmiddag de ministers van Financiën en de centrale bankiers van de zeven grote industrielanden (G7) bijeenkomen, dan staan de verhoudingen tussen de drie munten hoog op de agenda – hoewel nog moet blijken of zij er naderhand veel over kwijt zullen willen. De valutamarkt luistert mee.

De belangrijkste vraag vandaag is: is de onderlinge koersverhouding van de drie munten te ver uit balans en zo ja, wat moet daar aan gebeuren?

Het Internationale Monetaire Fonds stelde deze week dat het weliswaar goed gaat met de wereldeconomie, maar dat de verhoudingen wel uit balans zijn: het haperende economische herstel van Japan, dat nu al een decennium kwakkelt, wordt bemoeilijkt door een hoge koers van de yen. Het enorme tekort op de Amerikaanse betalingsbalans, dat volgens analisten van J.P. Morgan de 5 procent van het bbp in de loop van dit jaar kan bereiken, gaat gepaard met een sterke dollar. En hoewel de economie van de eurozone aantrekt, en er een overschot is op de betalingsbalans, is de euro enkel gedaald. Tegenover de dollar, maar ook tegenover de yen, waartegen de euro op dit moment op recordlaagten noteert.

Al te grote fluctuaties tussen de drie belangrijkste munten zijn niet wenselijk: ze brengen onzekerheid met zich mee, en leiden tot een niet-optimale allocatie van investeringen.

De landen die de euro hebben ingevoerd, zeiden vorige week tijdens een ontmoeting van ministers van Financiën in Lissabon dat de koers van euro,,niet in overeenstemming is met de economische vooruitzichten'', van de eurozone, die een economische groei van tegen de 3,5 procent tegemoet kan zien dit jaar. Maar wie kan vaststellen wat de koers dan zou moet zijn? Niemand, zo concludeerde het IMF in een gisteren verschenen studie naar wisselkoersregimes. Er zijn al heel wat pogingen gedaan, maar een `evenwichtskoers' tussen twee munten is zoveel als de Steen der Wijzen.

Zelfs als er vandaag een gemeenschappelijk idee zou zijn over de ideale wisselkoersen van de drie munten, dan is het lastig om daar acties aan te verbinden. Dat de Amerikaans consumptie zo hard gaat dat er een steeds groter deel van buiten moet worden ingevoerd, is een van de oorzaken van de onbalans in de wereldeconomie. Maar de Amerikaanse minister van Financiën Summers toonde zich donderdag in een vooruitblik naar de G7-ontmoeting niet bereid om dan de groei maar in te tomen. ,,Herbalanceren is een goed idee, maar dan wel naar boven en niet naar beneden,'' zei hij. Als Europa zo graag de balans terug wil, dan zal het zelf de hervormingen van de product- en arbeidsmarkten moeten doorvoeren die een even hoge structurele economische groeivoet als in de VS mogelijk maken. Woorden zijn er genoeg, zoals tijdens de speciale Europese top van regeringsleiders drie weken geleden in Lissabon. Maar nu ook daden graag, die de snelheidslimiet van Europa ophogen naar Amerikaans niveau.

Het rentewapen lijkt geen alternatief. De VS zouden, met een inflatie van 0,7 procent op maandbasis die gisteren over de maand maart binnenkwam, moeilijk op de eerstvolgende centrale bankvergadering van 16 mei hun rentes kunnen verlagen om de dollar minder aantrekkelijk te maken als de rente er op dit moment voor de dollarkoers al toe doet. Bovendien is de yen de Japanners al te sterk, en kan de Japanse rente van net boven de nul procent, niet verder omlaag.

Andersom waarschuwde IMF-econoom Mussa er de Europese Centrale Bank voor om de rente te snel op te schroeven. Er is een kans, zei Mussa, dat de euro alsnog omhoog schiet. Waarna een hogere rente en een snel duurder wordende euro samen de monetaire omstandigheden in de eurozone zo krap zouden maken dat de economische groei zou worden afgeknepen. ,,Het is moeilijk in te zien,' zo concludeert het IMF-rapport over wisselkoersen, ,,hoe per saldo het voordeel uitvalt als de macro-eeconomische politiek (en vooral de monetaire politiek) wordt ingezet om grotere wisselkoersstabiliteit te bereiken, als dit tot gevolg heeft dat er juist daarom grotere economische instabiliteit optreedt.''

Wisselkoerscoördinatie tussen de grote drie munten heeft dus zijn beperkingen. Tegelijkertijd schetst het IMF dat in de wereldeconomie er een tendens is naar het invoeren door landen van óf volledig vrije wisselkoersen, of een volledige vaste koppeling aan een ankermunt zoals de dollar of de euro. Ecuador voerde dit jaar simpelweg de dollar in als nationaal betaalmiddel.

Dat betekent dat de dollar en euro, samen met de yen, in de toekomst waarschijnlijk nog dominanter zullen worden. En de verhouding tussen de drie nog bepalender voor niet alleen Japan, de VS en Europa zelf, maar ook voor een groeiend aantal satellietlanden. Tegelijkertijd zei Swoboda van het IMF gisteren dat niets er op wijst dat de volatiliteit, de beweeglijkheid, van de onderlinge wisselkoersen van de drie af zal nemen.