De anonieme vader

Betty de Vries (40) verkoos een anonieme spermadonor als verwekker van haar dochter Djuna (3). Heel bewust. Betty is verloskundige en woont samen met Marlies (40) en haar zoon Miró (6). `Als je het geluk niet in jezelf vindt, vind je het ook niet bij zo'n meneer.'

Toen ik zwanger werd van Djuna was een anonieme donor voor mij niet iets om moeilijk over te doen. Ik vind het raar om iemand die alleen zaad levert, een positie te geven. Het is veel duidelijker om te zeggen: je moet het met ons doen. Daar kun je eventueel verdrietig over zijn, maar het is duidelijk. Marlies, mijn vriendin, was de eerste van ons tweeën die zwanger werd. Als we toen een goeie vriend hadden gehad, iemand van wie je denkt: dat is een leuke man, ook om contact mee te houden, dan was dat wel makkelijk geweest. Maar zo iemand kenden we niet, dus de keuze was snel gemaakt.

,,Ik ben niet voor iets halfbakkens. Ik zou absoluut niet kiezen voor een donor die later ineens bekend wordt. Alsof daar dan wat bij te zoeken is. Daar geloof ik helemaal niet in. Als je iets niet hebt, kun je het ook niet missen. Je kunt wel geluk missen, maar iedereen is wel eens ongelukkig. Het is zo makkelijk om het dan op de onbekende vader te projecteren. Als je je geluk niet vindt in de situatie waarin je opgroeit, vind je het ook niet bij zo'n meneer.

,,Mijn eigen vader heb ik nooit gezien. Mijn moeder was per ongeluk zwanger geraakt, in een tijd dat dat niet kon. Ze zat in de verpleging, en had veel ellende gezien van abortussen met complicaties, dus dat was geen optie. Ze is wel van de trap afgehobbeld, in de hoop dat het toch nog misging. Maar ik kwam gewoon. Ze durfde niet in Zwolle te blijven wonen, is naar Amsterdam verhuisd. Van die man wilde ze niks meer weten.

,,Het eerste jaar heb ik in een kindertehuis gezeten. Mijn moeder moest werken om de kost te verdienen. Pas toen Djuna geboren werd, realiseerde ik me hoe erg het is als je je kind in een tehuis moet stoppen. Ik werd er telkens ziek. Daarom namen mijn grootouders me in huis. Op m'n zesde ben ik weer bij mijn moeder gaan wonen. Ik heb een goeie band met haar. Ze is me heel dierbaar, we hebben goeie tijden samen gehad. Er is ook wel eens irritatie, natuurlijk, ze is tenslotte mijn móeder.

,,Mijn eerste vriendje heette Eddy. Zo heette je vader ook, zei mijn moeder. Toen dacht ik: o ja, hij heeft ook een naam. Ik vroeg mijn moeder niet vaak naar hem. Zoiets vraag je niet aan je moeder, daarmee kom je in haar privé-leven, haar vrijerijen. Zijn naam kon ik altijd moeilijk onthouden, het interesseerde me geen moer. Ik heb nooit de aanvechting gehad om hem op te zoeken. Hij is een totale vreemde voor mij, waarom zou ik die in mijn huis halen? Als hij ineens voor de deur zou staan, zou ik de deur voor hem dichtdoen. Nou ja, ik zou misschien wel nieuwsgierig zijn, maar ik zou het toch een brutaliteit vinden. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets miste. Helemaal nooit. Ik ben heel gelukkig geweest met mijn moeder. Ze heeft nooit een figuur gecreëerd die ik zou moeten missen.

,,Die hele discussie over anonieme donoren wekt valse emoties op. Neem die hoogleraar adoptie Hoksbergen die zo veel ruimte krijgt om uit z'n nek te lullen. Zijn betoog klopt niet. Hij vindt dat het anonieme donorschap moet worden afgeschaft. Dat elk kind zijn genetische herkomst moet kunnen traceren. Hij baseert dat op zijn ervaringen met adoptiekinderen. Maar die zijn afgestaan, weggegeven. Dat ligt heel anders. De overheid heeft nu besloten dat binnenkort het anonieme donorschap wordt opgeheven. Alsof dat een garantie geeft dat het daarmee beter zal gaan. Daarmee zeg je indirect dat het niet genoeg is dat je twee ouders hebt die voor je gekozen hebben. Ik denk dat er schade ontstaat door die boodschap. Dat je er mensen mee kwetst.

,,Het is ook zo hypocriet. Als vroedvrouw word ik nog wel eens in vertrouwen genomen door vrouwen die zwanger zijn van een ander. Hun man mag het dan niet weten. Of die bekende Nederlander, wiens vrouw laatst in onze praktijk beviel van een kind van een anonieme donor.

,,Toen ik zwanger wilde worden, wilde ik dezelfde donor als Marlies had gehad. Ja, aanvankelijk hechtte ik toch aan die genetische gelijkenis. Maar het kon niet, zei de mevrouw van het OLVG, want het zaad was bijna op. De heterogezinnen gingen voor, want daar moesten de kinderen op elkaar lijken. Uiteindelijk stemde ze toe in zes behandelingen. Dat was niet genoeg, dus Djuna is van een andere donor. Nu wil Marlies weer zwanger worden. Omdat het nog niet wil lukken, vroeg ze om zaad van een andere donor, in de hoop dat het dan sneller aanslaat. Mag dát weer niet. Krijgt ze te horen dat het belangrijk is dat het kind van dezelfde donor is als Djuna!

,,Ons maakt die herkomst niks meer uit. Als je een baby ópvoedt, is het je kind. Het biologische ouderschap is veel minder belangrijk. Marlies heeft Miró gebaard, maar hij is echt onze oudste. Djuna was voor mij de tweede, hoewel ik voor het eerst zwanger was. Het zijn allebei ónze kinderen. Voor hen is het trouwens geen thema. Ze vragen er nooit naar. Andere kinderen wel. Miró zegt dan: ik heb gewoon geen vader, ik heb twee moeders. Hoezo?''

Mariël Croon

Wat vindt u van anoniem donorschap? Stuur uw reactie voor donderdag naar NRC Handelsblad,

Z/Ouder & Kind, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam of naar email zok@nrc.nl.