Brandschoon en angstig stil

Hun vaders en grootvaders zaten bij de Wehrmacht en bij de SS. Karinthiërs zijn trots op hun nationaal- socialistische erfgoed, maar ze zijn ook bang voor de lange arm van de Landeshauptmann. `Hardop je mening zeggen zou wel eens in je nadeel kunnen werken.'

Klagenfurt is een rustige provinciestad. Brandschoon en stil. Zelfs de jeugd die 'savonds op straat rondhangt, praat op gedempte toon. Bij de ingang van het hotel Goldener Brunnen wordt de gast onverwachts geconfronteerd met twee schreeuwerige etalages. Er hangen posters uit 1920 die de Duitstalige Karinthiërs oproepen om voor aansluiting bij Oostenrijk te stemmen. Er liggen lintjes in de Duitse kleuren en oude documenten. Waar de grens met bloed werd getrokken luidt de titel van één van de uitgestalde boeken. De auteur is Andreas Mölzer, de persoonlijke cultuuradviseur van gouverneur Haider. De etalages zijn ingericht door de Kärntner Abwehrkämpfer Bund, een Duits-nationalistische vereniging van Karinthische oud-strijders.

Een jaar geleden kwam Jörg Haider als gouverneur aan de macht in Karinthië, nadat zijn extreem-rechtse FPÖ 42 procent van de stemmen had gekregen. Het is geen toeval dat de uit Opper-Oostenrijk afkomstige Haider juist in Karinthië zo succesvol is. De extreem-conservatieve bevolking blijkt zeer bevattelijk voor het gedachtegoed van de Landeshauptmann. Zij krijgt de leider die ze verdient. Wat heeft een jaar Haider Karinthië opgeleverd?

De geschiedenis is alomtegenwoordig in Karinthië. Namen van straten en pleinen wijzen op de heldhaftige strijd die Karinthië in de Eerste Wereldoorlog tegen Slovenië voerde. Een gewonnen strijd. Op 10 oktober 1920 stemden de Karinthiërs – inclusief de meeste Slovenen – met overweldigende meerderheid voor aansluiting bij Oostenrijk. Ondanks de eenduidige uitkomst van het referendum bleven de Duits-nationalistisch georiënteerde Karinthiërs wantrouwend ten opzichte van de Slovenen.

Ze koesterden een diepe minachting voor de Slavische buurlanden en die is nog lang niet verdwenen. Die minachting heeft diepe sporen in het hedendaagse bewustzijn achtergelaten. Helga Mracnikar, chef van de uitgeverij Drava, spreekt over `het Sloveense deel van de stad' als ze het heeft over de straten in de omgeving van de Goldene Brunnen. Is de stad dan in een Duitse en een Sloveense zone verdeeld? ,,Welnee'', zegt ze lachend, ,,In de Paulitschgasse zijn een Sloveense uitgever en een Sloveense bank gehuisvest. De gemeenteraad beschouwde dat als een concentratie van Sloveense activiteiten.''

De geallieerden verplichtten de Oostenrijkse staat in 1955 om in gebieden waar de Sloveense minderheid leeft voor tweetalige plaatsnaamborden en scholen te zorgen en Sloveens ook als voertaal toe te laten. Van deze beloftes is weinig terechtgekomen. Slovenen die hun rechten opeisen, voeren een hopeloze strijd. ,,Elke poging om een tweetalige kleuterschool op te zetten loopt uit op een uitputtend gevecht tegen de overheid'', verzucht Rudolf Vouk, voorzitter van de conservatieve Slovenen. ,,Privé-initiatieven zijn er niet genoeg. Daardoor zijn er lange wachtlijsten, maar de overheid weigert elke medewerking. Naar de rechter lopen heeft geen zin. Individuen kunnen de rechten van een minderheid niet opeisen en de Sloveense bevolkingsgroep wordt niet als juridische persoon geaccepteerd.''

Vouk is advocaat en houdt kantoor een verdieping onder de Abwehrkämpfer. Volgens hem is de druk op Slovenen groot om te assimileren en daardoor onzichtbaar te worden. ,,Veel Slovenen ontkennen hun afkomst. Een politicus die op zijn Sloveense afkomst werd aangesproken, zei onlangs: `Ik heb helemaal geen Slovenen in mijn familie, alleen mijn moeder is Sloveens'.''

Ook in economisch opzicht speelt het minderhedenvraagstuk een belangrijke rol. Hoewel Karinthië de armste deelstaat van Oostenrijk is, met meer werkloosheid en minder industrie dan in de rest van Oostenrijk, heeft het land altijd geweigerd met Slovenië samen te werken. ,,De achtereenvolgende deelstaatregeringen zagen de tweetalige gebieden, zoals de gemeentes met een Sloveense minderheid heten, systematisch over het hoofd. Het zijn de armste regio's in Karinthië'', vertelt de pedagoog Vladimir Wakounig in café Musil aan de 10. Oktober Strasse.

,,Toen de Sloveense machineproducent Gorenje een fabriek in Karinthië wilde openen, werd dat als Sloveense Unterwanderung gezien. Gorenje vertrok naar Opper-Oostenrijk en de arbeidsplaatsen gingen voor Karinthië verloren. Een ander drama speelde zich af bij de Papierfabriek in Rechberg. De directeur was voorzitter van de conservatieve Slovenen en in de fabriek werd Sloveens gesproken. Voor de vroegere gouverneur, de sociaal-democraat Leopold Wagner, was deze `opwaardering' van het Sloveens een provocatie. Hij opende een Duitse papierfabriek in St. Magdalen. Uiteindelijk zijn beide fabrieken failliet gegaan.''

Hitlerwijn

De Karinthische onwil om met Slovenië samen te werken, is misschien wel het duidelijkst zichtbaar aan de grens. Bij Eisenkappel ontbreken de laatste kilometers naar de grensovergang, zodat het verkeer een omweg moet maken via de Seebergsattel, een bochtenrijke straat die in de winter vaak is afgesloten. De haat tegen het buurland is zo hardnekkig dat de Kärntner Heimat Dienst, een andere Karinthische oud-strijdersorganisatie, zich fel verzet tegen de opengrenzenpolitiek van de Europese Unie. Maastricht-EU, der falsche Weg nach Europa luidt de titel van het boek dat voorzitter Josef Feldner schreef en waarin hij waarschuwt voor de aansluiting van Karinthië bij Slovenië, Noord-Italië en Kroatië.

Als bewijs voor het Sloveense imperialisme citeert Feldner een Oostenrijks-Sloveense historicus die voor de opheffing van de grenzen binnen Europa pleit en regionale samenwerking voorstelt. Volgens de logica van de Heimat Dienst is iemand die voor grensoverschrijdende samenwerking pleit een nationalist: hij lokt andere regio's met samenwerking om ze daarna te onderwerpen.

Van Feldner – een gerespecteerd en machtig man in Karinthië – is bekend dat hij bij gelegenheid versgebottelde Hitlerwijn cadeau geeft. De tachtigjarige waardin van een dorpskroeg in Maria Gail laat op verzoek twee flessen zien, maar haar dochter pakt ze snel af en zegt: ,,Mama, wat doe je daar!'' ,,De Hitlerwijn komt uit Italië'', vertelt Bertram Karl Steiner, cultuurredacteur van de sociaal-democratische Kärntner Tageszeitung. ,,Daar maken ze Hitler- en Mussoliniwijn voor de oude aanhangers. In Karinthië zijn nogal wat mensen die voor een flesje de grens oversteken.''

Vorige maand besloot Jörg Haider zich volledig aan Karinthië te wijden, nadat hij het partijvoorzitterschap aan vice-kanselier Susanne Riess-Passer had overgedragen. In het eerste jaar van zijn gouverneurschap bracht Haider echter meer tijd op goodwill-tournee door in het buitenland dan in Karinthië. Zijn critici zoals de sociaal-democraat Herbert Schiller verwijten hem `Helikopterpolitiek' te bedrijven: vliegen, stof doen opwaaien, wegwezen. Opzien baarde de Haider-getrouwe journaliste Antonia Gössinger van de Kleine Zeitung – de grootste krant van Karinthië – toen zij de gouverneur eind februari in een open brief opriep eindelijk het werk te doen waarvoor hij was gekozen. ,,Herr Landeshauptmann, bewijst u nu eens eindelijk dat u het vertrouwen waard bent dat de kiezers in u gesteld hebben'', schreef Gössinger, die sindsdien geen toegang meer krijgt tot haar vroegere idool.

Dissidenten

Haider was inderdaad veel weg, al zaten zijn waarnemers in de tussentijd niet stil. Net als de sociaal-democraten en de conservatieven schoven ook de Freiheitlichen elkaar banen toe, maar ze traden daarbij veel harder op dan tot nu toe gebruikelijk was. Vooral de vroegere machthebbers, de sociaal-democraten, kregen het zwaar te verduren. Zij waren tientallen jaren aan de macht geweest en hadden het land op haast feodale wijze bestuurd. De haat tegen de bonzen die woningen en banen verdeelden in ruil voor een partijlidmaatschap en persoonlijke loyaliteit was zo groot dat niemand erom treurde toen ze uit hun functie werden gezet.

Dat Haider daarbij alle regels en wetten negeerde, deerde niemand. Hij greep snel in als iemand die hij kwijt wilde ziek was. Zo hoorde parlementsdirecteur Viktor Putz via de radio dat hij na zijn genezing niet weer terug hoefde te komen. Hij werd vervangen door de FPÖ-burgermeester van Pörtschach, Franz Arnold. Die kreeg de functie zonder dat er een sollicitatiecommissie aan te pas was gekomen.

Meteen na zijn benoeming tot gouverneur trok Haider kunst en onderwijs – de in ideologisch opzicht belangrijkste departementen – naar zich toe. De FPÖ-leider klaagt al jaren over leraren die leerlingen `ideologisch manipuleren'. Haider verwijt de geschiedenisleraren dat ze Oostenrijkse kinderen met de `Kollektivschuld-These' indoctrineren. In zijn in 1993 verschenen boek Die Freiheit, die ich meine schreef hij: ,,Het moet afgelopen zijn met de criminalisering van de eigen geschiedenis, alsof de oorlogsgeneratie slechts bestond uit misdadigers.'' En twee maanden geleden vertelde hij der Spiegel dat ook de SS niet collectief schuldig mag worden verklaard. Dat de Waffen SS in 1945 als misdadige organisatie werd verboden, kan Haider – wiens ouders ook nu nog trouwe bezoekers van SS-reünies zijn – niet accepteren.

Het geschiedenisonderwijs moet volgens Haider veel meer aandacht besteden aan de dappere strijd die de – eigenlijke – inwoners van Karinthië tegen de Slovenen hebben geleverd. Haider riep de 10de oktober opnieuw uit tot nationale feestdag voor alle scholieren. Om zijn ideeën over `ideologievrij onderwijs' te realiseren, voerde de gouverneur op het departement een aantal veranderingen door. ,,Haider werkt met partijsecretarissen'', zegt Herbert Würschl, een sociaal-democratische topambtenaar op het Karinthische ministerie van onderwijs. ,,Hij plaatst ze op strategisch belangrijke posities en zij nemen het werk van de ambtenaren over.''

Haiders partijsecretarissen vervullen een soort bypass-functie, waarbij de oude structuren ogenschijnlijk blijven bestaan, maar in feite worden uitgehold. ,,Wij hebben tweehonderd klassen met meer dan dertig kinderen maar er is geen geld meer voor ook maar één leraar. Voor de functies die de partijsecretarissen vervullen was er nooit een vacature, van futiliteiten als een profiel of een sollicitatiecommissie wil ik niet eens spreken! De heren verdienen wel twee keer zo veel als een leraar.'' Haiders partijsecretarissen hebben het personeelsbeleid onder hun hoede en selecteren nu de nieuwe generatie leraren.

Geheim telefoonnummer

Weerstand tegen dit beleid is er nauwelijks. ,,De mensen hier hebben weinig ruggengraat zegt de Nederlandse Cornelia Seidl-Gevers, die als therapeute voor ASPIS werkt, een hulpverleningsinstelling die gespecialiseerd is in traumaverwerking. ,,Een enkeling durft maar te protesteren tegen het ontslag van een collega-ambtenaar! Ze zijn allemaal zo bang. Niemand durft hardop zijn mening te zeggen, dat zou wel eens in je nadeel kunnen werken.''

Waar is iedereen dan zo bang voor? ,,Bij ons worden afwijkende meningen niet getolereerd'', zegt Peter Gstettner, een pedagoog die jarenlang heeft gestreden om een `vergeten' concentratiekamp op de Loibl-Pass de status van een herdenkingsmonument te geven. Hij heeft aan den lijve ervaren hoe de gemeenschap op iemand reageert die kritische uitspraken doet. Zelfs de verkoopster in een boekhandel deed geen moeite haar afkeer te verbergen. ,,Ah, der Herr Professor! Op zoek naar materiaal zodat u weer smerige stukken over ons kunt schrijven?''

In het Stadtcafé wordt hij daarentegen vriendelijk begroet. Hier zijn ook dissidente Karinthiërs welkom. Gstettner wijt het benauwende klimaat aan drie factoren: de obsessieve afkeer van de Slovenen, het ontbreken van democratische structuren en de economische achterstand. ,,De nazi's gebruikten de afkeer van de Slovenen handig'', vertelt Gstettner. ,,Ze zeiden dat Karinthië het laatste Duitse bolwerk tegen de Balkan was en kregen daardoor de inwoners op hun hand. Het verzet kwam van de Slovenen en zo werden de oude scheidslijnen weer actueel. De goeden waren Hitlers soldaten, de slechten, de partizanen van Tito.

Als Karinthiërs het hebben over `de oude traditie', dan wordt daarmee altijd de nationalistische of de nationaal-socialistische traditie bedoeld. ,,Volgens Gstettner is daarin nooit verandering gekomen. Geen van Haiders voorgangers heeft ooit spijt betuigd over het verleden. ,,In tegendeel, hier gelooft men nog steeds dat vaders en grootvaders bij de Wehrmacht en de SS de democratie in Europa hebben gered. Het waren helden die nog elk jaar worden geëerd. Wie aan de slachtoffers van de nazi's herinnert, besmeurt de herinnering aan de oudere generatie en wordt als verrader beschouwd.''

In Karinthië is geen plaats voor generatieconflicten en opstandigheid of voor het openbreken van verstarde structuren. Het is een gesloten maatschappij die niet met andersdenkenden kan omgaan. Gstettner, Wakounig, Seidl-Gevers en Mracnikar hebben allemaal geheime telefoonnummers.

Karinthië maakt op het eerste gezicht een moderne, welvarende indruk, maar door de dunne buitenkant schijnt de armoede. Zelfs aan de mondaine Wörthersee. In de hotels staat ouderwets, soms versleten meubilair. Automatisch betalen levert vaak problemen op. Het land heeft geen kwaliteitstoerisme zoals Tirol of Vorarlberg. Daar komen 's zomers en 's winters toeristen, in Karinthië duurt het seizoen twee maanden. Dan is men weer onder elkaar. Vreemdelingen zijn ongewenst. ,,Ze vinden mij al exotisch'', zegt Seidl-Gevers, een grote, slanke vrouw met een zware stem, ,,en voor vluchtelingen is het helemaal moeilijk. Ze vertelt over een Iraanse vrouw en haar twee kinderen die in Karinthië wachten tot ze door kunnen naar de VS. ,,De kinderen werden in de schoolbus bespuugd en getreiterd. Ze zijn 12 en 14 jaar oud en weer in bed gaan plassen'', zucht ze.

,,Karinthiërs hebben altijd het gevoel te kort te komen'', zegt Seidl-Gevers. ,,Toen wij ASPIS oprichtten, wilden we iets voor de Bosnische vluchtelingen doen. Die kwamen hier zwaar getraumatiseerd aan en kregen geen enkele vorm van opvang. Ze werden opgeborgen in pensions in de bergen en aan hun lot overgelaten. We vroegen om subsidie maar dat verzoek werd afgewezen omdat wij alleen buitenlanders zouden helpen. Toen besloten wij ons op slachtoffers van geweld in het algemeen te richten. Nu hebben we zo'n 25 procent Oostenrijkers als cliënten en krijgen we ook subsidie.''

De FPÖ-campagnes zijn er op gericht dit gevoel te kort te komen verder aan te wakkeren. De FPÖ is vóór het ,,eigen volk'' en tegen alle vijanden van dit volk. Dat zijn vooral buitenlanders die ziektes en criminaliteit met zich meebrengen of op kosten van de inheemse bevolking leven. Daarom heeft Haider de gezinshereniging stopgezet. Dit jaar neemt hij nog zestig buitenlanders in Karinthië op, met name managers en sporters.

Maar ook van binnenuit wordt de samenleving bedreigd door `nestbevuilers' of door – de nieuwste vijand – kinderverkrachters. Zonder concrete aanleiding gaf Haider persconferenties waarin hij uitvoer tegen seksueel misbruik. Hij beschuldigde justitie er – ten onrechte – van zedendelinquenten niet hard genoeg aan te pakken. Hij eiste levenslange gevangenisstraf voor kinderverkrachters, de bekendmaking van naam en adres van zedendelinquenten en de plicht tot aangifte bij het vermoeden van seksueel misbruik.

,,Misbruik van het misbruik'', noemt de psycholoog Klaus Ottomayer deze tactiek. ,,Haider verklaarde dat tot nu toe niets tegen misbruik van kinderen was ondernomen terwijl we hier een goed functionerende opvang hebben. Hij zette met veel bombarie een 24-uurs-hulplijn op, onder het motto: `Ik moet ook alles zelf doen!' Wie contact zoekt met deze hulplijn treft een psycholoog die slechts de telefoonnummers van de bestaande hulpverleningsinstanties doorgeeft.

Waarom prikt niemand deze zeepbel door? ,,Omdat de media op de hand van Haider zijn'', zegt Ottomayer. ,,Tijdens een lezing heb ik Haider – die aanwezig was – scherp bekritiseerd. De aanwezigen reageerden geshockeerd en geïrriteerd. De media berichtten over mijn lezing, maar repten met geen woord over de kritiek!'', vertelt Ottomayer.

Hoe opmerkelijk de houding van de media is, blijkt ook uit de open brief van Antonia Gössinger in de Kleine Zeitung. Zonder enige schroom schreef Gössinger dat zij en haar collega's tientallen journalisten uit de hele wereld verkeerd hebben geïnformeerd. ,,Wij hebben rechtgepraat wat krom was en ons onbehagen over uw uitspraken verzwegen. Het intimiderende optreden en de naar censuur riekende instelling van uw medewerkers hebben we als een interne aangelegenheid beschouwd en niet naar buiten gebracht.''

Gössingers bekentenis dat zij en haar collega's zich niet als journalisten maar als pr-medewerkers voor Haider hebben gedragen, heeft geen opzien gebaard. Kritiek is in Karinthië nooit begrepen. Toen de uit Klagenfurt afkomstige schrijfster Ingeborg Bachmann (1926-1973) in de jaren vijftig in verhalen en gedichten klaagde dat de beulen van gisteren weer `onder ons' zijn, prezen de critici de `schoonheid van haar werk', al vonden ze het ontoegankelijk. Mooi, oordeelden ze, maar helaas volkomen onbegrijpelijk.