BANG EN SNEL RUZIE

Kinderen met zware gedragsstoornissen zijn niet populair. Ze zitten op de scholen voor Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok). `Wie heeft er een compliment voor Jolanda?'

`Ik had niet genoeg aandacht', antwoordt Monique (9) op de vraag waarom zij van een gewone basisschool naar de Roelant-Berk en Beuk school is gegaan, een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK). Later als ze groot is, wil Monique een manege bouwen. ``Omdat paarden mijn lievelingsdieren zijn'', zegt ze ernstig terwijl ze zenuwachtig haar afgekloven nagels nog verder afbijt. ``Ha, ha, alle paarden op een stok'', lachen Martijn (12) en Kevin (11) aan de overkant van de tafel. ``Nou!'' krijst Monique ineens. Tranen stromen over haar wangen en ze laat zich abrupt van haar stoel glijden. ``Nee, nee, nee, ik wil weg!'' gilt ze als de stagiaire aan tafel haar op schoot probeert te trekken. Wild om zich heen trappend probeert ze te ontsnappen. ``Laat haar maar even'', reageert remedial teacher Roswitha van Schaik. Monique kruipt rood aangelopen weg in een hoek van het lokaal. Duim in haar mond. Huilend.

Het gedrag van Monique roept bij niemand verwondering op. Op de Roelant-Berk en Beuk school in Nijmegen (Ubbergen) is het de dagelijkse praktijk dat kinderen er `finaal uitklappen' zoals dat heet. Onvoorspelbaar en onhoudbaar. Een opmerking op school, een gebeurtenis thuis: het komt er altijd uit. Kinderen die uit angst of onmacht impulsief reageren en hun boosheid niet onder controle kunnen houden en dus snel ruzie krijgen, schreeuwen, schelden, over de banken lopen, tegen de stoelen trappen, dingen vernielen: dat zijn de kinderen van de ZMOK-school. Maar ook kinderen met een kinderpsychiatrische stoornis, zoals ADHD (hyper-actief), PDD-NOS (een aan autisme verwante contactstoornis) en een reactieve hechtingsstoornis (bijvoorbeeld bij adoptiekinderen). Kinderen met een normale intelligentie die door een optelsom van factoren gedragsgestoord zijn. Mishandelde kinderen. Incestslachtoffers. Kinderen uit gezinnen met, zoals directeur Bart van Kessel het noemt, een abonnement op ellende. Kinderen die jatten en in de buurt rotzooi trappen en zodra er iets gebeurt nagewezen worden: dat zal hij wel gedaan hebben. Maar ook kinderen die 's ochtends vroeg stiekem de school binnenkomen en in het donker de jarige directeur opwachten op zijn kamer om zodra hij de deur opent in een luidkeels `Lang zal hij leven' uit te barsten.

vraagtekens

Kinderen die op een ZMOK-school terechtkomen hebben vaak al een lange weg afgelegd langs andere scholen. Hans Eisink, directeur van ZMOK-MLK (Moeilijk Lerende Kinderen) school Tarcisius in Nijmegen zet om die reden grote vraagtekens bij de plannen over de leerling-gebonden financiering, ofwel `het rugzakje', die vanaf augustus 2001 in werking zullen treden. De leerling-gebonden financiering biedt ouders de keuze hun kind naar het speciaal onderwijs te laten gaan, of naar de reguliere basisschool om de hoek, met een `rugzak' vol geld waarmee de school expertise kan inkopen of speciale voorzieningen kan laten treffen, zoals het verbreden van de deuren voor een kind in een rolstoel of het aanleggen van een ringleiding voor een doof kind. De hoogte van het bedrag hangt af van de zwaarte van de handicap. ``Voor dit soort dingen kan het geld prima gebruikt worden'', vindt Eisink, ``maar ik waag het te betwijfelen of onze kinderen ambulant begeleid kunnen worden. Onze kinderen zijn degenen waar iedereen continu last van heeft. Zij komen hier omdat men er op school geen raad meer mee weet. Men probeert het en probeert het nog een keer, maar op een gegeven moment houdt het op.''

De wens is dat 25 procent van alle kinderen met een handicap dankzij de leerling-gebonden financiering naar het regulier onderwijs zal gaan. Nu is dat percentage 15. Saillant detail in dit verband is dat de ambulante begeleiding van kinderen veel meer kost dan wanneer zij naar een speciale school gaan. Eisink: ``Hier kost een kind 13.000 gulden per jaar. Als je zo'n kind opvangt in het regulier basisonderwijs, met alle extra's zoals ambulante begeleiding door het Regionaal Expertise Centrum (REC, regionale bundeling van scholen voor speciaal onderwijs met dezelfde doelgroep) kost het 25.000 gulden per jaar.''

``Wie heeft er een compliment voor Jolanda?'' vraagt juf Linda Hendriks aan haar klas, terwijl ze een tafeltje recht zet, een jongen ophijst zodat ie rechtop komt te zitten en een waarschuwende vinger omhoog steekt naar een jongen achter in de klas die maar blijft schuiven op zijn stoel. ``Ze kan goed schrijven'', zegt klasgenootje Tess. ``Ze is altijd behulpzaam'', klinkt het uit een andere hoek. ``Prima'', reageert Hendriks. ``En wat heb je voor jezelf voor compliment?'' vraagt ze aan het meisje dat met haar armen gestrekt over haar tafeltje heen hangt. ``Ik doe de melk goed'', antwoordt ze. ``Heel goed. Jij brengt altijd de melk goed rond, prima.''

``Jolanda is het PAD-kind van vandaag'', legt Hendriks even later uit. ``We hebben een project `probeer anders te denken' waarin kinderen leren omgaan met emoties.'' Het project start al in de middenbouw waar de kinderen – en meneer Claus – een bakje met emotie-kaartjes op hun tafeltje hebben staan: gezichtjes met een lachende mond, een boze blik, een traan op de wang. Bij iedere stemmingswisseling zetten ze een ander kaartje in het houten standaardje op hun tafel en als er gelegenheid voor is wordt erover gepraat.

``Onze kinderen zijn allemaal bang'', zegt Van Kessel. ``Sommigen zijn voor alles bang: om te lopen, te praten. Sommigen zijn al bang als je ze aankijkt en beginnen meteen te schelden als reactie. Kinderen moeten weer vertrouwen krijgen, in mensen om hen heen en in zichzelf. Ze zijn de weg kwijt en vragen om een structuur waarbinnen zij zich veilig voelen. Dat bieden wij. Wij zijn duidelijk, streng, maar toch aardig. Wij knippen de dag op in stukjes en beginnen steeds weer opnieuw. Ging het vanmorgen niet goed? Zand erover, nu is het middag.''

onverstoorbaar

``Okee, jongens, tijd voor aardrijkskunde.'' Docent Hendriks verheft haar stem. ``Iedereen naar zijn eigen groep.'' De vakken aardrijkskunde, geschiedenis en natuurwetenschap worden in niveaugroepen gegeven in de bovenbouw. ``Nee, jij mag niet aan die tafel zitten'', wijst ze een binnenkomer terecht. ``Die is te hoog voor jou, dat weet je.'' ``Godverdomme'', antwoordt hij en geeft de tafel een trap na. ``Okee, dit is de eerste waarschuwing voor jou vandaag'', reageert Hendriks. ``Wat wilde jij vragen, Martijn'', vraagt ze onverstoorbaar, terwijl ze haar hand op de schouder van de jongen naast haar legt.

``Wij hebben onder meer de toekomstige voetbalvandalen op school'', zegt Bart van Kessel. ``Dat is ons grote probleem.'' Cynisch: ``Het aaibaarheidsniveau van onze kinderen is niet optimaal. Men ziet liever de Josti-band komen dan een klas vol kinderen van onze school. Hier zitten kinderen die hun vorige school compleet verbouwd hebben en daar komt men niet als vanzelfsprekend voor in het geweer. Men vindt ze vaak lastig en heeft er liever niets mee te maken. Natuurlijk is het lastig, maar net als andere `gehandicapte' kinderen hebben ook onze kinderen er nooit voor gekozen om zo door het leven te moeten. En dus missen wij een goede lobby in Den Haag, een Kamerlid dat zich sterk maakt voor onze zaak.'' Van Kessel zit met de handen in het haar. Hoewel hij regelmatig uitroept dat hij het mooiste vak van de wereld heeft, kan dit de bitterheid in zijn stem niet verhullen. Hij heeft een brij van problemen met als kern: te weinig geld en te weinig handen, terwijl het aantal leerlingen in vijf jaar tijd is toegenomen met 10 procent, van 2.898 in 1995 tot 3.203 in 1999.

In vergelijking met andere vormen van speciaal onderwijs komen de gedrags- en psychiatrisch gestoorde leerlingen er financieel gezien bekaaid van af. Onverstandig vindt Eisink: ``Uit onderzoek is gebleken dat als een goede, preventieve begeleiding van kinderen vóór hun tiende jaar geboden wordt, dit uiteindelijk het meeste rendement oplevert. Dit kost de maatschappij minder dan wanneer er later geld moet worden besteed aan curatieve, en minder effectieve doelen.''

Van Kessel heeft op jaarbasis een budget van 220.000 gulden waar hij, behalve zijn personeel, alles van moet betalen. Jaarlijks is er 7.000 gulden gebudgetteerd voor nieuwe onderwijsmethoden. ``Ik heb voor de eerste drie groepen pas een nieuwe leesmethode aangeschaft. Dat kost 24.000 gulden. Dat betekent dat ik de komende jaren niks kan kopen, ook al wil de onderwijsinspectie dat ik een nieuwe methode realistisch rekenen aanschaf. Dat kan nu gewoon niet.'' Alle vormen van speciaal basisonderwijs hebben recht op onderwijsassistenten, behalve de ZMOK-scholen. Een ander voorbeeld: voor het ICT-onderwijs (Informatie- en Communicatie Technologie) krijgen visueel en auditief gehandicapten 38 procent meer financiering dan de reguliere basischolen. Zo niet de ZMOK-scholen, die net zoveel krijgen als de reguliere basisscholen. Van Kessel: ``Wij hebben geen speciale aanpassingen nodig voor het toetsenbord of het beeldscherm. Wij hebben geld nodig om nieuwe toetsenborden aan te kunnen schaffen als een kind er in een driftbui één kapot ramt.''

Om redenen van privacy zijn de namen van de kinderen gefingeerd.