Wereldklasse!

Alle musea voor moderne kunst in belangrijke westerse steden breiden uit en investeren fors. Amsterdam is hekkensluiter.

Als het Stedelijk Museum in Amsterdam `een van de belangrijkste musea voor moderne kunst ter wereld' wil blijven, zoals de directie schreef in het vorige week verschenen beleidsplan, dan moet de gemeente Amsterdam haast maken. Want de andere belangrijke musea voor moderne kunst in de wereld - de Tate Gallery in Londen, het Centre Pompidou in Parijs, het Museum of Modern Art in New York, hebben hun renovatie en nieuwbouwplannen al uitgevoerd of beginnen daar aan – en ze pakken het allemaal grootser en spectaculairder aan dan Amsterdam. Het Stedelijk wacht al tien jaar op uitbreiding en heeft nu 120 miljoen gulden gevraagd voor een nieuwe vleugel en een hoognodige opknapbeurt van het oude gebouw.

Koploper in uitbreidingsplannen is het Guggenheim Museum in New York, dat een nieuwe vestiging in Manhattan wil bouwen, een kunst-wolkenkrabber: een 45-verdiepingen tellend gebouw met ruimte voor kunst, film, video en nieuwe media. Kosten: 800 miljoen dollar, ruim 1,6 miljard gulden. Een verzekeringsmiljardair heeft al toegezegd het grootste deel daarvan te willen betalen, architect Frank Gehry (bekend van het Guggenheim Bilbao) heeft de ontwerpen klaar, het wachten is op toestemming van de stad New York.

Maar misschien is het niet eerlijk om het Stedelijk met het Guggenheim te vergelijken. Het Guggenheim is hors concours.

Zakelijk directeur Stevijn van Heusden van het Stedelijk, met directeur Rudi Fuchs verantwoordelijk voor het beleidsplan `Het museum als school', waarin 120 miljoen gevraagd wordt voor de nieuwbouw en renovatie van het museum, vergeleek het Stedelijk zelf in een vraaggesprek met deze krant met het Parijse Centre Pompidou en het Londense Tate – net als deze musea is het Stedelijk toe aan herbezinning op zijn functie, en een daaruit voortvloeiende herinrichting en uitbreiding.

Want alle grote musea voor moderne kunst zijn vol geraakt – vol met mensen en kunst, zoals het blad The Economist in februari vaststelde in een artikel waarin een rondgang werd gemaakt langs alle moderne musea in de wereld die zich met veel geld prepareren op de nieuwe eeuw. Het Stedelijk had toen zijn plannen nog niet gepresenteerd.

Nieuwe vleugel

In het MoMA, het Museum of Modern Art in New York vindt eigenlijk een proces plaats dat omgekeerd is aan dat in het Stedelijk. De MoMA-directie wil dat het museum meer wordt dan `een schrijn voor 20ste-eeuwse kunst', en wil zijn vaste collectie in wisselende exposities steeds met nieuw werk van jonge kunstenaars tonen – om zo het verband tussen hedendaagse kunst en de Grote Moderne Traditie van de 20ste eeuw zichtbaar te maken. ,,Dat wil het Stedelijk ook,'' licht woordvoerder Paul Mosterd van het Stedelijk het beleidsplan toe: ,,Alleen hebben wij ons eigenlijk altijd op wisselende exposities gericht. Onze vaste collectie kwam nauwelijks aan bod. Dat willen we veranderen. dat zou in het bestaande gebouw moeten gebeuren, en in de nieuw te bouwen vleugel zouden wisselende exposities met hedendaagse kunstenaars moeten komen, in relatie met de vaste collectie die het verhaal van de kunst van de 20ste eeuw vertelt.''

De MoMA-directie is een paar jaar geleden met het nieuwe plan gekomen, en begint nu met een budget van bijna 1,5 miljard gulden ($650 miljoen) aan een uitbreidings- en renovatieprogramma. De stad New York betaalt ongeveer 150 miljoen ($65 miljoen), bedrijven, particulieren en sponsors de rest. MoMA moet `het belangrijkste museum voor moderne kunst in de wereld blijven,' aldus de directie. Daarvoor zijn nieuwe zalen, meer ruimte, meer licht nodig. De Japanse architect Yoshio Taniguchi is in 1997 aangetrokken voor dit project. In 2004 moet de nieuwbouw gereed zijn. In de tussentijd brengt het MoMA zijn exposities onder in een nieuw in te richten fabriekshal in Queens (the Swingline factory) en organiseert tentoonstellingen in de ateliers P.S.1. De Swingline factory blijft als de nieuwbouw klaar is onderdeel van het museum.

Tate Modern

Volgende maand, op 12 mei gaat aan de oever van de Thames in Londen in een voormalige elektriciteitscentrale het nieuwe museum Tate Modern open, verbouwd door de Zwitserse architecten Jacques Herzog en Pierre Meuron. Het is de afsplitsing van de oorspronkelijke Tate Gallery, al meer dan 100 jaar het Brits nationaal museum voor moderne kunst, dat inmiddels zo'n grote collectie heeft dat een splitsing noodzakelijk werd geacht. Het oorspronkelijke museum wordt Tate Britain, met Britse en internationale klassiek-moderne kunst (zoals Rodins beeldhouwwerk De kus). Tate Modern moet, met een gift van 50 miljoen Britse pond, ruim 150 miljoen gulden van de geprivatiseerde Britse staatsloterij (National Lottery), `een van de belangrijkste musea van de moderne kunst ter wereld' worden, aldus de directie in een persverklaring van oktober vorig jaar. Om de oude Tate te renoveren gaf de Britse staatsloterij 18,75 miljoen pond, bijna 60 miljoen gulden. In totaal kost het hele Tate project 166 miljoen pond, bijna een half miljard gulden. Dat bedrag is nog niet allemaal binnen, maar een groot deel al wel, en de koningin komt over vier weken in ieder geval de Tate Modern openen. Londen verwacht een grote stroom toeristen en een opleving van de – voorheen verpauperde – omgeving van de buurt waar Tate Modern staat.

Net als Londen heeft Parijs de renovatie van zijn grote museum voor de moderne kunst, Centre Pompidou, voortvarend aangepakt; vorig jaar ging het verbouwde museum open na een grootscheepse opknapbeurt en aanpassing aan de al maar wassende stroom bezoekers. Totale kosten 185 miljoen gulden, waarvan de staat 161 miljoen betaalde, en sponsors de rest.

Dat alles steekt schril af bij de tien jaar dat het Stedelijk nu al wacht op voldoende financiële steun en toestemming van de Amsterdamse gemeenteraad voor de nieuwbouw en herinrichting van het bestaande museum. Tot nu toe heeft Amsterdam 13 miljoen beschikbaar gesteld, het rijk 17 miljoen. Het geld voor de nieuwbouw, naar een ontwerp van de Portugese architect Siza, moest de museumdirectie zelf maar zoeken, vond de raad. Toen vorig jaar bleek dat de autofabrikant Audi 10 miljoen wilde financieren, zodat de vleugel gebouwd kon worden, stemde de meerderheid van de raad tegen, omdat Audi een auto in de museumkelder wilde en zijn naam op de nieuwe vleugel. Onaanvaardbaar ingrijpen van het bedrijfsleven in het museumbeleid, was de algemene stemming. Om zoiets te voorkomen, zo werd in PvdA-kringen geopperd, zouden sponsors eigenlijk nooit de nieuwbouw van een museum mogen steunen, maar alleen geld geven voor al vaststaande tentoonstellingen.

Van publiek-private samenwerking op gebied van museumnieuwbouw, zoals bij alle andere `belangrijke musea voor moderne kunst in de wereld' wel het geval is, kan dan geen sprake zijn. Deze week buigen de burgemeester en wethouders van Amsterdam zich over het plan van het Stedelijk, waaruit blijkt dat het de ambitie van de directie is een van de `belangrijkste musea in de wereld' te blijven. Of de gemeente Amsterdam dat ook wil, zal binnenkort blijken.