Waar is het hoofd van Johannes?

Op het ogenblik zijn de toneelstukken `De dame met de camelia's' (opera: `La traviata') en `Salome' (opera: `Salomé') te zien. De toneelregisseur is nauwelijks meer te onderscheiden van de operacomponist.

Opera, zo wordt vaak gezegd, is eigenlijk een toneelstuk met muziek en zang als extra's. Maar wie bij Het Zuidelijk Toneel kijkt naar het toneelstuk De dame met de camelia's, hoort naast de spreekteksten bijna de hele avond ook muziek en zelfs nog wat zingen. De scène waarin de actrice Chris Nietveld bij het flakkerende haardvuur snottert over haar leed, is deerniswekkend melodrama. Dit toneelstuk lijkt eigenlijk erg op een opera, al is het dan natuurlijk niet La traviata – de `officiële' operaversie die Verdi maakte van het toneelstuk van Alexandre Dumas fils.

Bij het toneelstuk Salome, dat nu door toneelgroep De Appel wordt opgevoerd, is het niet anders. Er vallen in dit stuk van Oscar Wilde wat omineuze stiltes, maar meestal worden de teksten van de acteurs begeleid door muziek. Een schamperende lachaanval van Herodias klinkt hier uit de mond van actrice Carline Brouwer zelfs als een perfect uitgevoerde coloratuuraria.

Ook van dit toneelstuk bestaat een `originele' operaversie, Salome van Richard Strauss. Maar de Salomé-enscenering van toneelregisseur Jules Terlingen is te bezien en te beluisteren als een variant op de opera Salome. Strauss' beroemde muziek bij de dans met de zeven sluiers heeft hier een hedendaagse pendant, gecomponeerd door Rombout Willems. Zijn muziek wordt gespeeld door een ensemble met harp, harmonium, hobo's, fagotten en slagwerk en klinkt vanaf een band, opgenomen onder leiding van dirigent Evert Weidner.

Bij De dame met de camelia's is eveneens een componist aan het werk geweest. Het is Marc Meulemans, een Antwerpse dj die allerlei bestaande muziekfragmenten elektronisch heeft bewerkt en gemixt. Ook hier wordt een band afgedraaid, maar de acteurs zingen tijdens een feestscène ook live een luchtig lied. Het is Mustapha, dat in 1960 werd gezongen door Corry Brokken: `Hij is van origine Arabier, dat bier is best maar ik blijf toch liever hier.'

Al is Meulemans misschien niet de Verdi van het jaar 2000, het is niet overdreven om hem een componist te noemen. `Componeren' betekent letterlijk: samenstellen, ineenvoegen. Veel eigentijdse componisten hebben minder pretenties dan vroeger of in ieder geval andere. Zij vinden de term `opera' te ouderwets en te traditioneel beladen en noemen hun opera liever `muziektheater'. Andere samenstellers van theatermuziek gebruiken een nog neutraler terminologie. Bij Berlin Alexanderplatz, dat nu wordt gespeeld door Het Vervolg, maakte Denis Coenegracht een `geluidsontwerp'. En wat Lodewijk de Boer, voormalig altviolist van het Concertgebouworkest, onlangs aan muziek liet horen bij het toneelstuk De herinnering heette slechts een `geluidsdecor'. Dat komt dicht in de buurt van de muzak, het geminachte geluidsbehang dat klinkt in supermarkten, hotellobby's en restaurants.

Bijna overal, buiten èn binnen, moet stilte worden doorbroken. In galeries klinkt soms muziek, in het Amsterdamse Stedelijk Museum wordt een tentoonstelling van Franse affiches begeleid door musette-muziek. In de bioscoop klinkt bij elke film een soundtrack. Toen de film nog `zwijgend' was, werd filmmuziek gespeeld door een orkestje of een pianist. En ook in het tijdperk van de gesproken film, werd in de pauze nog lang gespeeld op het bioscooporgel.

Tragedie

Ook bij het toneel is tekst alleen zelden genoeg en moet de sfeer worden verrijkt en geduid door muziek. Toneel en muziek kunnen nauwelijks buiten elkaar. Een professionele toneelbezoeker schat dat ruim de helft van alle toneelvoorstellingen in meerdere of mindere mate van muziek wordt voorzien. Toneelgroep Hollandia heeft een vaste musicus in slagwerker Paul Koek, het Rotterdamse Onafhankelijk Toneel heeft al een hele reeks opera's uitgevoerd.

Van een nieuwe ontwikkeling is hier geen sprake, want de behoefte aan muziek is universeel en van alle tijden. Het publiek wil al eeuwen lang het liefst van alles tegelijk zien èn horen. Bij de antieke Grieken klonk tijdens de opvoering van een tragedie door acteurs al muziek en het koor zong zijn aandeel in het stuk. Shakespeare vroeg in zijn aanwijzingen voor de opvoering van Driekoningenavond en De storm om toneelmuziek. Purcell schreef in de 17de eeuw muziek bij 54 toneelstukken. Beethoven componeerde toneelmuziek (Egmont), net als Schubert (Rosamunde), Mendelssohn (A midsummernights dream), Grieg (Peer Gynt) en Diepenbrock (Elektra). Er zijn tal van mengvormen tussen toneel en muziek, zoals het `melodrama', waarbij in de 18de en de 19de eeuw het zangerig reciteren van teksten werd begeleid door muziek. Mozart combineerde spreken en zingen in zijn `Singspiel' Die Zauberflöte. En Schönberg ontwikkelde zijn eigen vorm van `Sprechgesang'.

Hoe graag ik ook al die overeenkomsten zie tussen toneel en muziek, opera en muziektheater, er zijn natuurlijk grote verschillen tussen de kunstvormen. Een opera is niet zomaar een gezongen toneelstuk, want een opera heeft een nauwelijks te doorbreken eigen structuur en opbouw met recitatieven, aria's, duetten en ensembles. Van een toneelstuk, dat altijd veel meer tekst bevat dan een operalibretto, is niet vanzelf met muziek en zang een opera te maken. En een operalibretto zonder muziek en zang, levert geen goed toneelstuk op. Daarvoor is een operalibretto veel te geconcentreerd en voor het overbrengen van de juiste sfeer veel te afhankelijk van de muziek.

Als ik nu met `opera-ogen' kijk naar de toneelstukken De dame met de camelia's en Salomé, mis ik de typische operasfeer en de muziek van Verdi en Strauss absoluut niet. Wat overheerst is de verbazing hoe gemakkelijk toneelregisseurs vaak met toneelstukken omgaan. Ze laten er niet alleen naar eigen genoegen nieuwe muziek bij maken, ze zetten het kunstwerk van een ander ook geheel naar eigen hand. Zeker als hij muziek gebruikt is de toneelregisseur nauwelijks meer te onderscheiden van de operacomponist, die ook kan doen wat hij wil.

Jules Terlingen gaat daarin met zijn versie van Salomé heel ver. Uiteindelijk herschrijft hij zelfs het bijbelverhaal en voorziet het van een andere afloop. Hoewel Terlingen beweert de hele tekst van Wilde te laten spelen, schrapt hij de met elkaar twistende joodse religieuze leiders, waardoor koning Herodes van veel problemen is verlost. Hoewel ook Johannes de Doper niet in de cast voorkomt, is zijn rol niet geschrapt: het stuk gaat over zijn onzichtbare gevangenschap.

Sluierdans

Een geweldige vondst van Terlingen is de wraak van Herodias op het kindermisbruik van Herodes. Tijdens Salomé's sluierdans, voor het publiek onzichtbaar achter het toneel uitgevoerd, heeft Herodias een orgietje met twee slaven. Verbazingwekkend is dat Johannes de Doper niet wordt onthoofd. Wel wordt Salomé op last van Herodes gedood, net als in de opera. In hedendaagse opera-ensceneringen kan de regisseur aan het verloop en de betekenis van het verhaal ook veel sleutelen. Maar de van elkaar onlosmakelijke tekst en muziek van Strauss' Salome verzetten zich tegen deze interpretatie van Terlingen. Daarvoor zou de lange slotscène, waarin Salome het afgehakte hoofd van Johannes verwijtend toespreekt en zijn lippen kust, moeten worden gecoupeerd. En het is juist die weerzinwekkende scène waarin de opera muzikaal en dramatisch culmineert.

Al schrapt Ivo van Hove ook flink in de tekst van Dumas, zijn enscenering van De dame met de camelia's blijft dichtbij de strekking van het origineel. Van Hove verplaatst de handeling naar het heden en vooral de vele feestscènes zijn zeer herkenbaar, doordat allerlei gesprekken onverstaanbaar zijn door oorverdovende muziek. Voor wie La traviata kent, is er een groot accentverschil in de typering van Alfredo, die in het toneelstuk Armand heet. Na het zien van het toneelstuk begrijp ik eindelijk wat er echt aan de hand is in de opera.

In de opera wordt Alfredo schimmig geïntroduceerd in een flitsende eerste acte, die nauwelijks een half uur duurt en wordt beheerst door de meeslepende muziek: van Alfredo's meezing-drinklied Libiamo tot de duizelingwekkende coloraturen van Violetta. In die eerste acte gebeurt niet meer dat dat Alfredo op een feestje zijn liefde bekent aan Violetta, die daarover twijfels heeft. Wil ze echte liefde of betaalde liefde? In de opera gaat het om die zielige Violetta, de sopraan, want in opera gaat het altijd om de sopraan. Ze is ziek, ze verlaat op last van Alfredo's vader haar minnaar en ze sterft.

In het toneelstuk duurt de eerste acte bij Van Hove een vol uur en gaat het om Armand, het alter ego van Dumas. In zijn boek deed hij verslag van zijn treurig verlopen relatie met Marie Duplessis, een goeddeels waar gebeurde geschiedenis. Armand heeft alleen maar problemen met zichzelf en valt daarmee Marguerite lastig. De opera-Alfredo is een vlotte jongen, de typische wat domme tenor. De toneel-Armand is een akelige zeur. Hij wil het onmogelijke: een ideale liefde met een vrouw die hij niet eens kan betalen. Hij poseert met een overmaat aan pure liefde, maar hij is een onvolwassen verwende harteloze jongeman, zonder enige levenservaring. Hij is het evenbeeld van zijn dwingende vader, die zijn relatie opbreekt.

Die nuances in het boek en het toneelstuk verdwijnen goeddeels in de opera. De muziek, zeker Verdi's Traviata-muziek, eist veel tijd en aandacht op, en reduceert de personages tot eenduidiger karakters. De operamuziek geeft hen vleugels en rechtvaardigt hun bestaan. Toneelmuziek is bescheidener en geeft een extra dimensie aan het toch al zo gecompliceerde drama.

De dame met de camelia's door Het Zuidelijk Toneel: 14/4 Schouwburg Rotterdam; 18/4 Chassé Theater Breda; 19/4 Schouwburg Nijmegen; 20 t/m 22/4 Stadsschouwburg Amsterdam. Inl.: (040) 2333633.

Salomé door De Appel: 14, 15; 19 t/m 22/4 Appeltheater Den Haag. Inl.: (070) 3502200.

La traviata: 23 en 24/4 20 uur Westergasfabriek Amsterdam in een eigentijdse versie van dirigent en regisseur Pierre Schuitemaker. Res.: (020) 6211211.