Voorkomen in het leven

,,Als je morgen naar de presentatie gaat', zei ik, ,,dan hebben we niets meer, niet eens een verleden. Ik kan je natuurlijk niets verbieden, maar ik heb alle mensen die in mijn boeken voorkomen aangeraden weg te blijven. Ik zou het liefst zelf weg willen blijven.'

Ik keek naar een ladder in een panty. Een hele kleine ladder, maar ik zag hem toch. Tien minuten geleden nog had ik achterop de fiets bij de Adriaan van Dis gezeten. Hij had me een lift gegeven van restaurant Vasso naar het Hilton hotel.

Van Dis kon fietsen. Zelfs voor taxi's was hij niet bang. Hij hield ze tegen door zijn rechterhand uit te steken. Hij dirigeerde het verkeer en ik hield me stevig aan hem vast, dat mocht. Van zijn wanten had hij zelfs een kussentje voor me gemaakt. ,,Ik wil niet dat je billen al te veel verduren hebben', had hij gezegd.

In Vasso hadden we gegeten met de schrijvers en andere mensen die mee zullen gaan naar Japan voor een literaire manifestatie. Zelfs de kroonprins schijn te komen. Iedereen was vriendelijk en ook ik excelleer steeds meer in vriendelijkheid.

,,Als je zin hebt morgen naar de presentatie te komen', zei ik tegen Van Dis, staand voor het Hilton met een dankbare blik in mijn ogen omdat mijn billen niets te verduren hadden gehad. Van Dis kwam niet in mijn boeken voor, hij kwam in het leven voor, hij mocht komen. Maar hij zei: ,,ik heb verplichtingen, sorry, een andere keer.'

En nu zag ik die ladder en ik dacht aan nagellak om het te repareren. Ik ben tegen gaten in kleren, want er zitten al genoeg gaten in het lichaam.

,,Wie komen er dan allemaal naar die presentatie?'

Achter ons praatten twee Engelsen over de nieuwe economie en voor ons stonden nootjes.

,,Mensen', zei ik. ,,Allerlei soorten mensen. Je hebt zeker geen nagellak bij je?'

Nu pas zag ik de schoen die vastzat aan die panty. Een schoen die toe was aan reparatie, net als wij.

Zwijgen kan een aanklacht zijn.

,,Je hebt drie soorten mensen', zei ik, ,,mensen die in boeken voorkomen, mensen die in het leven voorkomen en mensen die in een massagraf voorkomen. Nou, dat laatste viel meteen al af. Het leven heb ik een tijdje bekeken en toen werd me duidelijk dat ik ook daarin niet wilde voorkomen en nu weet ik niet meer zeker of ik nog in boeken wil voorkomen. Niet meer in deze in ieder geval, misschien in hele andere, die nog geschreven moeten worden en waarop niet meer mijn naam staat, en die misschien ook niet meer aan de openbaarheid prijsgegeven moeten worden.'

De Engelsen achter ons lachten hard. De nieuwe economie bleek lachwekkend. En verder was er dat zwijgen dat een betere aanklacht was dan welk spreken ook. Zoals ook het zwijgen van de doden een betere aanklacht is dan het schrijven van de levenden.

,,Zo liggen de feiten', zei ik, zonder te weten over welke feiten ik het had en een meneer van het Hilton zei dat dit onze laatste kans was om nog iets te bestellen. We namen die laatste kans.

Daarna zag ik kans drie mislukte grappen te maken in minder dan een halve minuut, want ik charmeer tot de dood erop volgt, en het zwijgen werd nat, maar niet minder.

,,Misschien hadden we niet moeten afspreken', zei ik.

Wie geen ooggetuige wil zijn, moet thuisblijven en de gordijnen dichtdoen en zelfs dan ben je ooggetuige van jezelf.

Daar was de meneer van het Hilton alweer, grijnzend want ook een charmeur in hart en nieren, en hij zette de drankjes voor ons neer alsof dat leven was. Misschien was het ook wel leven, misschien kwam mijn definitie niet overeen met de definitie van anderen en dachten ze daarom dat ik een kunstwerk van mijn leven probeerde te maken, terwijl ik alleen maar wilde leven. Nee, dat is te pretentieus. Ik wilde weten wat dat was, leven, hoe het in zijn werk ging, waar de ruitenwissers zaten, waar de versnellingspook zat en hoe je de motor aanzette en vooral ook hoe je hem weer uitkreeg en ik wilde eindelijk ook wel eens weten waar de rem zat. Ze hadden me een hellingproef laten doen zonder rem, en dat vond ik oneerlijk.

,,Hoe is het met het werk?' vroeg ik joviaal en goot een half glas wijn in mijn keel.

Ongewenst was deze liefde, ongewenst als een massagraf. Slecht getimed ook. Boek uit, liefde over. Nieuwe liefde, nieuw boek, nieuw massagraf. Dat was de procedure.

Het zwijgen zette het nu op een drinken en sloeg haar benen over elkaar, zodat de ladder aan mijn zicht onttrokken werd.

Zo was het: ik was ooggetuige geweest van mensen die niet in het leven voorkwamen, en dat werd me een beetje veel. Toen ben ik gaan schrijven, en wat leverde dat op? Dat ik weer ooggetuige was van mensen die niet in het leven voorkwamen. Verwoestingen op kleine schaal, maar toch verwoestingen.

,,Bovendien is er niets aan zo'n presentatie', zei ik, ,,allemaal mensen die zichzelf belangrijk vinden. Je kent het. Mensen die mijn moeder willen gaan interviewen. Mensen die alleen voor de hapjes komen.'

Ik hoopte op een glimlach, maar ik hoopte verkeerd. Ik haatte mensen die mij niet grappig vonden maar nog veel meer haatte ik het om grappig te zijn.

De Engelsen waren verdwenen, alleen de ladder was er nog en een schoen die reparatie behoefde.

Wat volgde was een mislukte hellingproef. Ik speelde voor instructeur, leerling en hellingproef tegelijk en besloot mezelf royaal te laten zakken.

En de presentatie volgde natuurlijk ook nog. Men had zich keurig aan mijn verzoek gehouden. Zij die er waren, kwamen nergens in voor, althans niet in mijn werk en als ik heel eerlijk ben waarschijnlijk ook niet in mijn leven. Dat bedoel ik niet beledigend, ik twijfel er vaak aan of ik in mijn leven voorkom.

Misschien dat sommigen van die aanwezigen in mijn toekomstig leven voorkomen, een beter soort leven, zonder woorden, dus zonder oordelen en interviews, zo'n leven. Maar dan zal ik eerst de rem moeten vinden.

Geneukt heb ik ook nog. Zonder reden en zonder condoom. Soms vertrouw je op de goede afloop. Nee, soms zijn ziekte, dood en verval net zo potsierlijk als het leven zelf. Soms is de goede afloop een verkoper aan de deur die je een gratis stofzuiger aanbiedt en dan zeg je, 'sodemieter op met die goede afloop van je'.

En daarna? Een bed bedekt met kranten. De goede recensies, soms zelfs erg goede, de middelmatige, de slechte, de valse interviews en de leuke. Het netto resultaat van een boek, van twee jaar voorkomen in wat?

Als je de erg goede recensies voor de vijfde keer leest, dan kom je erachter dat zelfs zo'n goede recensie te weinig alibi is. Te weinig alibi voor verwoestingen die je hebt aangericht en laten aanrichten in naam van wat eigenlijk? Een hoofdstuk, schoonheid, onvermogen, handicaps die je met je meesleept uit een verleden maar waarvoor je op een dag misschien toch maar moet besluiten verantwoordelijk te zijn.

Zo moet u zich dat voorstellen. Je zit op bed tussen al die kranten en je belt op om te zeggen dat je wel wilt voorkomen in het leven, in Rimini, in een weiland, in een cliché, maar dat het er dit leven niet meer van zal komen. Het wordt een boek.

Clichés zijn levensvatbaarder dan een originele constructie, daarom heeft de meerderheid gelijk. Dan hang je op en meteen daarna wordt er weer gebeld. De receptioniste. ,,De meneer van de Vara-gids is er', zegt ze, ,,en de fotograaf is ook al gearriveerd.'

Je kijkt nog even in de spiegel voor je naar beneden gaat.