Uitwisseling van geroofde kunst

Duitsland en Rusland zullen deze maand kunstwerken uitwisselen die tijdens de Tweede Wereldoorlog geroofd zijn door de nazi's en het Rode Leger. Het gaat onder andere om stukken uit de befaamde Amberen Kamer in het Tsarskoye Selo paleis bij St. Petersburg. De Amberen Kamer, ook wel het Achtste Wereldwonder genoemd, is de belangrijkste schat die de Duitsers uit Rusland hebben meegenomen, en staat bovenaan de Russische wenslijst met terug te vorderen roofkunst.

Tijdens een diplomatieke ontmoeting in Moskou op 28 april tussen de beide ministers van Cultuur zal Duitsland een barnstenen mozaïek en een ladenkast uit de Amberen Kamer aan Rusland teruggeven. In ruil daarvoor zal Bremen, de stad waar het mozaïek werd ontdekt, 101 grafieken en waterverftekeningen van onder andere Dürer, Manet, Goya en Toulouse-Lautrec terugkrijgen.

De Amberen Kamer werd in de 18e eeuw door de Pruisische vorst Frederik Wilhelm aan tsaar Peter de Grote geschonken, die de kamer in het Tsarskoye Selo paleis liet installeren. Duitse troepen namen in 1941 de complete kamer mee, inclusief 55 vierkante meter bewerkte barnstenen panelen. Sinds 1945 ontbrak elk spoor van de panelen, totdat een inwoner van Bremen in 1997 het Russische mozaïek te koop aanbood. De ladenkast was in bezit gekomen van de Duitse staat via een vrouw die het voorwerp in de jaren 50 had gekocht in een staatsantiekzaak in Oost- Duitsland.

In de afgelopen tien jaar is geroofde kunst geregeld een stoorzender geweest in de Duits-Russische relaties. Duitsland wenst de teruggave van meer dan 1 miljoen boeken, schilderijen, munten en andere kunstvoorwerpen, met als prioriteit de Trojaanse 'schat van Priamus'. Rusland beschouwt de in beslag genomen kunst als compensatie voor de schade toegebracht door de nazi's in de Tweede Wereldoorlog.