Toekomst monarchie

In de diverse publicaties betreffende de positie van het staatshoofd wordt met enige regelmaat gewezen op het feit dat de behoefte aan modernisering los staat van het functioneren van koningin Beatrix.

Echter, de vermeende grote invloed van onze vorstin op beleidszaken wordt niet zozeer veroorzaakt door de vorm van onze constitutionele monarchie en door haar positie als lid van de regering, als wel door de persoonlijkheid, de kwaliteiten en bekwaamheden van de vorstin én door de manier waarop politici daar (niet) mee weten om te gaan.

De vraag is of met een `modernisering' van de monarchie de veronderstelde problemen ook werkelijk worden opgelost. Een staatshoofd met een bijna volledige ceremoniële functie kan door zijn persoonlijkheid een invloed krijgen die veel groter is dan zijn formele positie. Richard von Weizsäcker was daarvan een goed voorbeeld.

In een tijd waarin professionalisering, zakelijkheid en kwaliteit van leiderschap de normen zijn waaraan bijna elke bestuurder getoetst wordt, is het verbazingwekkend dat juist bij het staatshoofd deze kwaliteiten door de politiek als bedreigend worden ervaren.

Dat het Nederlandse staatsbestel een staatshoofd kent dat niet is verkozen, is vanuit democratisch oogpunt wellicht afkeurenswaardig. Als argument om de positie van het staatshoofd te wijzigen, voldoet het echter geenszins. Democratie mag geen doel op zich zijn. Democratie is een middel om te komen tot een staatsinrichting waarin de rechten van ieder individu gewaarborgd zijn en waarin een ieder mens zichzelf maximaal kan ontplooien. Continuïteit en stabiliteit zijn daarvoor onontbeerlijk. Het huidige staatsbestel biedt die continuïteit en stabiliteit.

Een staatshoofd met een eigen mening, een eigen visie en een sterke persoonlijkheid die deel uitmaakt van de regering, moet daarbij als een zegen worden gezien. De invloed van koningin Beatrix valt bij een Tweede Kamer met zoveel grijze muizen alleen maar te prijzen.

Het is niet de monarchie, maar de politiek die gemoderniseerd moet worden. De afnemende betrokkenheid van de burger bij de politiek is vele malen bedreigender voor de democratie dan de invloed van het staatshoofd en haar positie als lid van de regering.