Subsidieplannen Fonds verdelen schrijvers

Literair Nederland reageert verdeeld op de plannen van het Fonds voor de Letteren om de subsidieregelingen voor schrijvers en vertalers te veranderen. De Vereniging van Letterkundigen is verontwaardigd over de plannen.

Het Fonds voor de Letteren, met tien miljoen gulden per jaar de grootste literaire subsidiegever van Nederland, wil schrijvers niet langer `maandgelden' geven, maar hen per boek ondersteuning laten aanvragen. Bovendien zullen de zogenaamde `aanvullende honoraria', die worden uitgekeerd na verschijning van een boek, worden afgeschaft en wil het Fonds zijn tot nu toe gehanteerde inkomensgrens vaarwel zeggen.

De Vereniging van Letterkundigen heeft het Fonds in een uitgebreide brief op de hoogte gesteld van de bezwaren tegen de plannen. De vereniging vreest dat literaire auteurs zullen verworden tot `projectontwikkelaars' en niet langer de kans zullen krijgen rustig aan een oeuvre te bouwen. Volgens schrijver Kees van Beijnum, wiens vierde boek De oesters van Nam Kee dit jaar verscheen, maakte het oude subsidiestelsel het jonge auteurs juist moeilijk. ``Uit ervaring weet ik dat juist het schrijven van een tweede boek het lastigst is. Jonge schrijvers hebben de steun het hardst nodig, maar vinden vaak een dichte deur. Soms zie je aan een eerste boek dat het hoopgevend is. Het is jammer als zo'n schrijverschap gesmoord wordt doordat iemand zich steeds met andere dingen moet bezighouden.''

Ook Louis Ferron, die net als zes ander schrijvers nu de maximale werkbeurs van 12 `maandeenheden' ontvangt, vindt dat er wel iets voor de plannen is te zeggen. ``Het enige waarover ik me zorgen maak, is dat het moeilijk is om vantevoren van een boek te zeggen hoe lang je erover zult doen. Dat is nauwelijks te plannen. Mogelijk is dit plan ook een bescherming tegen het gemopper dat je weleens hoort, dat wij subsidie krijgen zonder er iets voor te hoeven doen.''

De door het Fonds voorgestelde hervormingen sluiten aan bij aanbevelingen die staatssecretaris Van der Ploeg eerder deed. Ulli Jesserun d'Oliveira, voorzitter van het Fonds voor de Letteren toonde zich onlangs in een artikel in Trouw (`Een dichtbundel is geen project') sceptisch over het `projectmatig' financieren van literatuur. Het Fonds kan volgens hem echter de wensen van het ministerie niet negeren. ``Uiteindelijk zijn wij een uitvoeringsorgaan en leven we onder de geboden van het politieke beleid.'' De (onafhankelijke) Raad voor Cultuur adviseert het ministerie volgende maand over de plannen. Op Prinsjesdag blijkt dan hoe Van der Ploeg de toekomst van het subsidiestelsel ziet.