Stil eerbetoon aan Henk van Woerden

Soms lijkt de Nederlandse literaire wereld wat in de war. Een paar weken geleden bijvoorbeeld stond in alle kranten dat de roman De gelukkige huisvrouw van Heleen van Royen voor 250.000 gulden was verkocht aan de Duitse uitgeverij Rowohlt. Een sensatie! In diverse bladen verschenen zwoele foto's van de auteur en de Duitse uitgever mocht gretig opmerken dat hij een meesterzet dacht te hebben gepleegd - en passant prees hij de literaire kwaliteit van de roman.

Niemand die achterdochtig werd over het feit dat alle lof voor De gelukkige huisvrouw louter bestaat bij monde van een Duitse en een Nederlandse uitgever (verder heeft nog niemand het boek gelezen) en dat die Nederlandse uitgever dezelfde is die ons Lulu Wang bracht, en die Wangs debuut tot reen hype maakte door rond te bazuinen dat de rechten aan zo ongeveer de hele wereld waren verkocht - ik bedoel, heeft iemand ooit nog iets vernomen over de enorme buitenlandse successen van Het lelietheater?

Maar goed, Wangs uitgeverij heeft dus een goede publiciteitsmachine, een betere vermoedelijk dan die van de Nederlandse schrijver Henk van Woerden. Dat zou in ieder geval verklaren waarom er nauwelijks ruchtbaarheid is gegeven aan het feit dat er ook met Van Woerden iets bijzonders is gebeurd: de nieuwste aflevering van het literaire tijdschrift Granta opent deze maand met een forse bijdrage van zijn hand. Maar liefst zeventig (!) pagina's krijgt Van Woerden tot zijn beschikking voor een collage van stukken uit zijn Een mond vol glas, dat deze zomer als A Mouthful of Glass in het Engels zal verschijnen. Natuurlijk zal die belangstelling wel wat te maken hebben met het feit dat het boek gaat over Demitrios Tsafendas, de moordenaar van Hendrik Verwoerd, de `architect' van de Zuid-Afrikaanse apartheid. Toch, wie Van Woerden in het Engels leest, begrijpt dat dat niet de enige reden is: zijn proza staat heel natuurlijk in Granta, vermoedelijk het beste literaire tijdschrift ter wereld.

Hoe bijzonder Van Woerdens prestatie is, valt nog beter duidelijk te maken aan de hand van de overige bijdragen in dit nummer, waarop zoals altijd nauwelijks iets valt aan te merken. Na Van Woerdens stuk volgen er verhalen van Hanif Kureishi en Paul Theroux, wiens laatste boek Sir Vidias Shadow gaat over zijn jarenlange, jammerlijk gestrande vriendschap met de schrijver V.S. Naipaul. Dat sluit weer mooi aan bij een ander artikel in deze Granta, namelijk een deel van de memoires van uitgeefster Diana Athill, die daarin haar herinneringen aan `Sir Vidia' openbaart. Haar beschouwing maakt Theroux' kruistocht een stuk begrijpelijker, want ook Athill beschrijft Naipaul als een moeilijke, zelfingenomen man, voor wie ze eigenlijk alleen maar sympathie voelt omdat ze hem nu eenmaal uitgeeft. Als Naipaul uiteindelijk toch zijn vertrek bij haar uitgeverij aankondigt is Athill dan ook opgelucht ,,[...] It was as though the sun came out. I didn't have to like Vidia any more!'' Dat ze en passant haar belangrijkste auteur kwijt raakt kan haar nauwelijks schelen.

Nog mooier is het korte verhaal `Our Nickys Heart', van Booker Prize-winnaar Graham Swift. Zoals wel vaker in Swifts werk begint het eenvoudig, op het banale af, maar al na een paar pagina's weet hij de lezer te pakken - dit keer door hem te confronteren met de gevoelens van een familie die door een arts wordt gevraagd of het hart van hun zojuist gestorven broertje voor transplantatie mag worden gebruikt. In slechts negen pagina's zet Swift het verhaal op, grijpt zijn lezers bij de kladden en weet er zelfs nog een verrassende wending aan te geven. Dat Van Woerdens stuk als vlag mag dienen voor zulk prachtproza - je zou er even ongegeneerd nationalistisch van worden.

Granta 69: The Assassin. Uitg. Granta, 256 blz.