Sterven in Venetië

Wat doe je wanneer je te horen krijgt dat je besmet bent met het HIV-virus en dat je niet lang meer te leven hebt? Sommigen gaan op gymnastiek voor terminale patiënten en doen hun rek- en strekoefeningen op `I will survive', anderen gaan in actiecomités en weer anderen gaan op reis. De hoofdpersoon van Brieven uit de nacht kiest uit bovengenoemde mogelijkheden uiteindelijk voor het laatste. Vanaf Zürich reist hij naar Venetië, met tussenstops in Locarno, Vicenza en Padua. Hij laat zich niet leiden door reisgidsen, maar door verhalen van toevallige passanten en eigen ingevingen waarvoor hij door zijn hernieuwde besef van tijd en eindigheid meer openstaat.

Dit is het verhaal van Brieven uit de Nacht, de tweede roman van de Australische schrijver Robert Dessaix (1944). Na twintig jaar docent Russische taal- en letterkunde te zijn geweest aan de Australian National University, vervolgde hij zijn carrière bij de Australische televisie. In 1994 stelde hij de bloemlezing Australian Gay and Lesbian Writing samen. Pas op zijn vijfenveertigste debuteerde hij met de autobiografische roman A Mother's Disgrace, over de eerste kennismaking met zijn biologische moeder. Ook Brieven uit de nacht, dat onlangs in Nederlandse vertaling verscheen, heeft een autobiografisch uitgangspunt.

Vanuit zijn hotel in Venetië schrijft de verteller Robert (hij ondertekent met `R.') negentien brieven en een ansicht aan een vriend in Melbourne. Met de dood op de hielen brengt hij hem op de hoogte van zijn reiservaringen en geeft hij de verhalen door over een mystieke amulet die in de twaalfde eeuw in India werd gemaakt, een Russische barones, Casanova's gevangenschap en de list van een courtisane uit Venetië. Tussen de beschrijvingen en verhalen door krijg je enig zicht op hoe R. met zijn seropositiviteit is omgegaan vanaf het moment dat hij het nieuws te horen kreeg.

De roman wordt gepresenteerd volgens de regels van de manuscriptfictie: de brieven worden ingeleid door een zekere Igor Miazmov, die de brieven heeft gegroepeerd en ze van relativerende en humoristische aantekeningen voorziet. R. zou met bepaalde begrippen te weinig vertrouwd zijn, romans te simpel weergeven en hij is `te diepzinnig om luchtig te zijn'. De naam Miazmov lijkt verwant aan het woord `miasma' – vlek, bezoedeling – en zo wordt de suggestie gewekt dat de `miasmatische noten' een `smet' vormen op het beheerste betoog: Miazmov als het HIV-virus van de briefschrijver.

De ironie in de noten is een verademing in een niet zozeer zwaar, maar wel erg nadrukkelijk verhaal waarin weinig ruimte blijft voor eigen invulling. Ook stilistisch zit het potdicht: wel erg vaak wordt een mededeling genuanceerd of een beschrijving nog iets verder verfijnd door een bijzin. Hoewel het genre van de briefroman openheid en intimiteit suggereert (het geheel heeft bijna het karakter van een dagboek) zijn de brieven dermate cerebraal dat R. als personage grotendeels toeschouwer blijft – uitgezonderd in de passages waar hij de testuitslagen te horen krijgt.

Het grote voordeel van Dessaix' relativisme is dat het verhaal nergens overdramatisch of sentimenteel wordt. Het nadeel hangt er direct mee samen: het intellectualisme is op den duur wat veel van het goede. Alles klopt, alles past, Sterne en Dante komen bijna elke pagina om de hoek kijken, niet voor niets gaat hij naar Venetië om te sterven en natuurlijk is zijn reis door Italië een `sentimentele'. Brieven uit de nacht mocht geen meeslepend verslag worden van een persoonlijke reis naar de dood. Het werd een bij vlagen humoristische, maar ook vaak moeizame expeditie.

Robert Dessaix: Brieven uit de nacht. Uit het Engels vertaald door Sjaak Commandeur. Meulenhoff,

269 blz. ƒ39,90