Schrijven tegen de waanzin

Tamarah Benima. We kennen haar uit I.M. van Connie Palmen en als gedeprimeerde zomergast van Adriaan van Dis. Van die aflevering herinner ik mij vooral de opgetrokken wenkbrauwen van Van Dis die uitdrukking gaven aan zijn ongemakkelijke gevoel. Wat hij ook vroeg, Benima wist er voortdurend een persoonlijke draai aan te geven en haar eigen leven als illustratie op te voeren. Het was een beetje pijnlijk. Binnen tien minuten had zij al haar leed op tafel gegooid: haar abortus, een minnaar die sloeg, een poging tot zelfmoord en de dood van haar soefimeester.

Soefimeester? Dat is een spirituele leermeester die `je leert reageren op impulsen die voor jou van belang zijn', zo meldt het openingsessay van Benima's bundel. Van haar soefimeester kreeg ze de volgende opdracht: een schaap vangen. Letterlijk. Dat is geen eenvoudige opdracht, want een schaap mag dan dom zijn, zich laten vangen wil het dier niet. Toch lukt het Benima het schaap in het nauw te drijven, en dit moment wordt gevolgd door een creatief `zwart gat' waarop ze impulsief een beslissing moet nemen: nu of nooit! Benima vangt het schaap, en is toe aan een grotere opdracht: het vangen van een man. Daarvoor is opnieuw daadkracht en verbeeldingskracht nodig. En zo, schrijft Benima, is het ook met religie: je moet je volledig overgeven.

Toegegeven, bij het zien van enkele titels van de essays, `Tuttelen met de Tora' en `De zwijgende Farao en mijn abortus' vreesde ik meer pijnlijke ontboezemingen à la Zomergasten. Maar de vijftien bekentenis-essays in deze bundel zijn, met uitzondering van twee, buitengewoon boeiend. Benima zet zichzelf daarbij schaamteloos neer als stralend middelpunt van het universum en positioneert zich onbescheiden als spreekbuis voor de naoorlogse generatie joden in Nederland. Maar steeds verbindt ze het persoonlijke met belangwekkende maatschappelijke zaken. De stukken gáán ergens over: vreemdelingenhaat, oorlogstrauma's, grote emoties als liefde, eenzaamheid en haat, en begrippen met een hoofdletter: Waarheid, God, Liefde en Verbeelding.

Mooi is bijvoorbeeld het essay `Waarom tolerantie zo moeilijk is'. In het Oude Testament staat 37 keer het gebod om de vreemdeling lief te hebben, tegenover één keer het gebod om de naaste lief te hebben. `Als de bijbel richtlijnen geeft, kun je er vergif op innemen dat ze tegen de natuurlijke geneigdheid van de mens ingaan.' Het overnemen van eetgewoonten, taal en kleding – Chinees halen, het joodse woord `bajes' in de mond nemen of de Amerikaanse jeans dragen – is nog geen teken van tolerantie ten opzichte van vreemdelingen, laat staan ten opzichte van een multiculturele samenleving, schrijft Benima. Tolerantie is moeilijk, en dat heeft te maken met `het innerlijk landschap' van mensen. Dat is een landschap van taal en cultuur, van beelden en teksten waarmee je bent opgegroeid. Voor de Nederlander is dat bijvoorbeeld `Aap, noot, mies', verhaaltjes van Annie M.G. Schmidt en de lucht van kroketten.

Een ander essay, het enigszins dogmatische `De ijskast van de Messias', getuigt juist van weinig tolerantie. Beinima trekt fel van leer tegen christenen die `niet doen wat de jood Jezus wilde'. Doen wat de jood Jezus wilde, betekent leven volgens de joodse wetten van de Tora, en dus kosjer eten: `Je drinkt samen Bokma en voelt je samen Nederlanders, of niet. Uiteindelijk is het misschien wel zo simpel. Je eet dezelfde dingen of niet.'

Een schaap vangen is uitgebalanceerd en goed geschreven. Bij vlagen vliegen er wonderschone zinnen uit Benima's pen. De essays bevinden zich tussen preek en provocatie, tussen persoonlijk en politiek. Met name dat laatste is een verdienste: ze zijn polemisch genoeg om interessant te blijven, en houden daarom de aandacht vast. In het slotstuk van de bundel, `Het bloeiende zaad van de waarheid' laat Benima ongegeneerd alle teugels vieren. Het essay gaat over de pijn die ze voelt vanwege liefdesverdriet. Benima is de schaamte volledig voorbij: een eigen geschreven gedicht, in het Engels (`this morning my vulva is wide with a silver desire' luidt een versregel), is de leidraad van het essay. Ze `snikt', `hormonen glimlachen' en God is `Onstelpbaar'. Het is misschien wat te veel, te druiperig en te pathetisch, dit Grote Lijden om een Grote Liefde, maar het illustreert haar lef.

Wat me stoorde is naast Benima's obsessie met de man, haar neiging tot herhalen en het gebrek aan argumentatie. Ze schrijft over de deuk die naoorlogse joodse mannen hebben opgelopen in hun mannelijkheid. Joodse mannen zijn zachtmoedig, maar ze zijn ook bang en voelen zich weerloos, omdat ze hun vrouwen niet konden beschermen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Joodse feministen moeten het ontgelden. Met enkele vijandige zinnetjes neemt Benima afstand: `Redderende mannen die met hún baby, de Tora, in de weer zijn. Vanachter de mechitsa – het door joodse feministen zo gehate, door mij geliefde hekwerk voor het vrouwenbalkon – kun je ze goed bezig zien. (...) De joodse feministen haten de scheiding tussen mannen en vrouwen. Niet dat het tuttelen van de baby Tora ooit verwoord, laat staan geanalyseerd wordt.' Dat er vrouwen zijn die het in hun hoofd hebben gehaald om te pleiten voor een God die niet alleen een Hij is, maar ook een Zij, vindt ze ronduit stompzinnig. `God, de entiteit die zoveel ambivalente gevoelens oproept, kan alles zijn, desnoods een beetje Vrouw of Moeder; for the time being moet God soms ook Godin zijn. Maar Man, Vader, in godsnaam, geen Man, geen Vader.' Benima's proza loopt hier over van hoofdletters, mening en emotie, maar sommige zinnen zijn ook na twintig keer lezen volslagen onbegrijpelijk.

Waarom illustreert Benima alles met haar eigen leven? In `Teksten van krankzinnigheid' gaat Benima in op de vraag hoe schrijvers verslag kunnen doen van ervaringen die zo afschuwelijk zijn, concentratiekampen bijvoorbeeld, dat ze eigenlijk te groot zijn voor de taal. Verhalen doen altijd tekort aan de ervaring, maar ze zijn noodzakelijk. Schrijven is een manier om krankzinnigheid te beteugelen. Wie te veel heeft aan beelden, woorden en gevoelens, wordt gek. Misschien is dat wel waarom de essays van Benima erin slagen je te raken. Je voelt de krankzinnigheid op bijna elke bladzijde. Schrijven is overleven.

Tamarah Benima: Een schaap vangen. Over religie, liefde en creativiteit. Contact, 224 blz. ƒ36,90