`Schaamte voor het land'

De journalist Wayne Johnston verliet Newfoundland en werd schrijver. Centraal in zijn nieuwe epische roman staat de loopbaan van Joe Smallwood, twintig jaar premier van de voormalige Britse kolonie. Een staalkaart van onvermogen en minderwaardigheidsgevoel.

Een van de meest aansprekende passages in Kolonie van onvervulde dromen doet zich voor als Joe Smallwood, wiens levensverhaal in deze epische roman wordt verteld, kort na zijn verkiezing tot premier van Newfoundland uitkijkt over de hoofdstad St. Johns. Het is 1 april 1949. Hij ziet `de straatnaamborden met de namen van de gouverneurs die stuk voor stuk elders waren geboren en begraven.' Zijn overwinning beschouwend, op basis van een weinig heldhaftig programma dat onafhankelijkheid verwerpt maar voorziet in aansluiting bij Canada, bedenkt hij: `Over alles lag het schuldgevoel dat samengaat met het uitvoeren van iets dat afschuwelijk maar onontkoombaar is.'

Men kan lang discussiëren over de vraag wie de ware hoofdpersoon is van Wayne Johnstons roman – deze Joe Smallwood of Newfoundland zelf – maar in beide gevallen is het boek te lezen als een kroniek van inadequaatheid, onvermogen en minderwaardigheidsgevoel. Het land werd lang als kolonie geregeerd door Engeland, dat echter na de Tweede Wereldoorlog liet weten niet meer in het eiland geïnteresseerd te zijn. Het was te arm en te onontwikkeld om op eigen benen te staan en er was geen politicus bereid als kampioen voor de zaak van de federatieve aansluiting bij Canada op te treden – behalve Smallwood.

``Het toppunt van Smallwoods ambitie was Eerste Minister van Newfoundland te worden', aldus Johnston. ``Tegelijk schaamde hij zich altijd voor zijn land, zoals vooral duidelijk werd in de jaren van zijn premierschap, toen hij een totaal economisch wanbeheer voerde en het land bijna uitverkocht aan elke buitenlandse investeerder die voor even de schijn kon ophouden dat hij niét op het eiland neerkeek.' Joe Smallwood was zeker geen heroïsche figuur, en in die zin dan ook een onwaarschijnlijke held voor een lijvige roman, erkent de auteur. ``Zijn verkiezing had hij voor een groot deel te danken aan de armelui van buiten de stad die hoopten dat hij hen van de hongerdood zou redden. En dat deed hij, door het land aan Canada aan te bieden.'

Smallwood was een geboren Newfoundlander, hij was van arme afkomst en bracht het eerste deel van zijn carrière door in de journalistiek. Allemaal elementen die Johnston gemeen heeft met zijn anti-held en die maakten dat hij zich voor diens loopbaan en motieven ging interesseren. ``Als jongen realiseerde Smallwood zich, als elke Newfoundlander met ambitie, dat hij zijn heil elders moest zoeken. Hij ging naar New York, waar hij bijna van honger bezweek, en keerde terug. Daar scheidden zich onze carrières.'

Tot dan toe had Johnston de keuze tussen schrijver worden en als journalist in Newfoundland blijven. ``Ik deed veel aan rechtbankverslaggeving, een drukke baan op het eiland, en ik heb bijvoorbeeld ook die zeehondenjacht verslagen die in het boek voorkomt. Maar ik realiseerde me dat er niet veel meer was dan dat; en dus besloot ik, toen ik 23 was, schrijvte worden – maar daarvoor moest ik wel weg.' Hij vestigde zich in Toronto en is inmiddels de auteur van vier romans, waarvan The Divine Ryans bekend werd door een verfilming. Maar pas The Colony of unrequited dreams bracht zijn naam op de literaire kaart.

Het boek is het indrukwekkendst waar Johnston de lange voettochten beschrijft die Smallwood in de jaren twintig en dertig maakte over het barre en bittere eiland, om de spoorwegarbeiders en vissers in vakbonden te verenigen. Dat is prachtig om te lezen, en het overtuigt meer dan de beschrijving van Smallwoods binnenwereld; dit boek bewijst opnieuw hoe moeilijk het is van een ondiep karakter een interessant personage te maken. Zo blijft Smallwoods motivatie om actief socialist te worden in het vage. Johnston legt zijn mening daarover bijpolitieke tijdgenoten in de mond, volgens wie Smallwood het socialisme omarmde als enige manier waarop een arme jongen de machtsstructuur kon binnendringen.

Johnston maakte het zich niet eenvoudiger door het boek grotendeels in de eerste persoon enkelvoud te schrijven, en daarmee zijn optiek nog meer te begrenzen. ``Dat was een bewuste keuze, die ik precies om die reden maakte: om me te beperken. Ik wilde dat gevoel beschrijven dat tegen de claustrofobie aanligt, van in het hoofd kijken van iemand die op zo'n geïsoleerde plek leeft. En vergis je niet, dat was toen nog veel erger dan nu: er waren geen vliegtuigen, er was alleen een boot, de wereld was heel ver weg. En het eiland zelf heeft ook nog eens zulke enorme afmetingen, het merendeel van de bewoners had in die tijd nog nooit de hoofdstad gezien.'

Wayne Johnston moet even tevreden gniffelen wanneer ik zeg het karakter van Sheilagh Fielding, de antagoniste uit zijn roman, het meest levensechte van het hele boek te vinden. ``Zij is, misschien wel als enige, voor honderd procent verzonnen. Er schijnt wel een vrouw te hebben bestaan met enkele van haar kenmerken, maar dat ontdekte ik pas toen het boek af was. Als je verwijzingen wilt vinden naar echt bestaande mensen dan kan ik zeggen dat ze een samenstelsel is van de zeven vrouwen aan wie ik het boek heb opgedragen; en daarnaast heeft ook zij nog het een en ander van mijzelf.'

Johnston schiep het Fielding-karakter omdat hij ``een Boswell/Johnson- of Quijote/Sancho Panza-achtige verhouding zocht. Fielding is niet alleen iemand met wie Smallwood zijn hele leven een liefdesverhouding heeft die gedoemd is te mislukken, of op zijn best platonisch te blijven, ze is ook een columniste die Smallwoods weg naar de macht kritisch begeleidt. Zij is degene die het gespleten gevoel over het eiland in zich verenigt, maar in tegenstelling tot Smallwood is zij niet geïnteresseerd in hoe de rest van de wereld tegen Newfoundland aankijkt. Ze is intelligent en geestig genoeg om de spot te drijven met de Engelse kolonialen, en ze doet dat in plaats van met ze samen te zweren, zoals Smallwood. Ze is veel zelfverzekerder dan Smallwood, maar bovendien vertegenwoordigt ze de andere weg, de andere keuze in het leven. Om haar contouren te geven moest ik haar meerdere stemmen geven: ze spreekt in brieven, in haar dagboek, haar columns en in een fictieve geschiedenis van het eiland die ik als een soort contrapunt door het boek heb geweven.'

Smallwoods karakter is dat van de typische Newfoundlander: behept met een minderwaardigheidscomplex omdat de rest van de wereld niks om hem geeft, maar tegelijkertijd zo geïsoleerd dat hij selfreferential is. ``Een Newfoundlander vergelijkt zichzelf alleen met andere Newfoundlanders. Daarom was het ook het moeilijkst om vanuit Smallwoods optiek die periode van zijn regering te beschrijven waarin hij zichzelf en de wereld probeert ervan te overtuigen dat Newfoundland een belangrijke factor op het wereldtoneel is; en daarom heb ik dat grotendeels vanuit de verzonnen optiek van Fielding gedaan.'

Dat eigenlijk Newfoundland de hoofdpersoon is wil Johnston wel aarzelend bevestigen, als het maar niet impliceert dat hij een apologeet is voor dat eiland, of dat het boek alleen door bewoners ervan te waarderen is. Uiteindelijk is het ook een eerbetoon aan het half miljoen bewoners, ``mensen in wier lichaam oude, naar de zee stromende rivieren met het bloed meerazen.' ``De droom van een natie bestaat er nog steeds, hoe zinloos ook want je hoeft maar naar het land te kijken om te zien dat het dat nooit zal worden.' Joe Smallwood bleef er meer dan twintig jaar de baas en leidde de provincie bijna als een tiran. Johnston ziet het als typerend voor een jongen van arme afkomst dat hij meer bezig was met zijn macht te consolideren dan te regeren. Tegenwoordig gaat het economisch goed met Newfoundland, vanwege de olie- en gasboringen die het land welvaart brachten. ``Dat was hard nodig omdat de visserij enorm is achteruitgegaan en de zeehondenjacht is afgelopen. Veel van de opbrengsten gaan weliswaar nog steeds elders heen, maar de barre armoede van de eerste helft van deze eeuw is voorbij. De federatie met Canada heeft, uiteindelijk, het land alleen maar goed gedaan. Ook de opbrengsten van de hydro-electriciteit bleken een zegen. Tegenwoordig branden alle wolkenkrabbers van Manhattan op energie uit Newfoundland. En dat geeft weer aanleiding tot vele grappen, zoals je je kunt voorstellen.'

Wayne Johnston, Kolonie van onvervulde dromen. Vertaald door Marianne Gossije. De Geus, 588 blz. ƒ49.90.