Rendell zet een dwaalspoor uit

In haar 47ste boek Vermoorde Schuld behandelt Ruth Rendell zoveel mogelijk sociale problemen. Het is opmerkelijk hoe de Engelse schrijfster per verhaal van aanpak wisselt. In haar vorige roman, A Sight For Sore Eyes, concentreerde ze zich op wereldvreemde personages, maar in Vermoorde Schuld (de vertaling van Harm Done) passeren zoveel heikele kwesties de revue dat ze het zicht op de plot bijna ontnemen.

Van vrouwenmishandeling tot pedofielen en hun resocialisatie, van tienerzwangerschappen tot het volksgericht; Rendell gaf ze een plaats in haar nieuwe Inspecteur Wexford-verhaal, het negentiende. Wexford is een vriendelijke oude inspecteur met twee volwassen dochters en kleinkinderen, die alleen al met zijn onderzoekende blik de daders tot bekennen krijgt. In het verhaal van Vermoorde Schuld is Wexford niet dwingend aanwezig. Rendell geeft ook ruimte aan zijn dochters, aan andere rechercheurs, en aan de bewoners van de verarmde sociale woningbouw in Kingsmarkham, die zoveel ophef veroorzaken als er een veroordeelde pedofiel in de buurt komt wonen.

Voor de intrige heeft de pedofiel weinig betekenis. Want dat die oude versleten man de kidnapper zou zijn van het driejarige meisje Sanchia, probeert Rendell niet eens aannemelijk te maken. De functie van de pedofiel is juist dat hij afleidt van de plot, hij geeft Rendell gelegenheid om de sociale ongelijkheid van Kingsmarkham te accentueren. Zo lijkt Rendell steeds te zoeken naar mensen die een bepaald probleem kunnen vertegenwoordigen. Het zou een schetsmatig beeld kunnen geven, maar dat weet Rendell door uitgebreide beschijvingen van achtergronden en gedrag te vermijden.

Het bevreemdt wel dat het eerste deel van de roman een dwaalspoor blijkt te zijn. Kort na elkaar worden twee tienermeisjes ontvoerd, en na een paar dagen ongedeerd weer vrijgelaten. De weinig ingenieuze ontknoping levert twee tragische daders op, een achterlijke neef en een doodzieke tante die hem zo graag een dienstmaagd wil nalaten. Intussen heeft Rendell al vast een andere zaak aangezwengeld - het ontvoerde meisje Sanchia - en dit blijkt de werkelijke intrige.

Sanchia staat symbool voor al het leed dat Rendell onder onze aandacht wil brengen. Ze staat voor de kinderloosheid van een familievriendin, ze symboliseert geweld binnen het huwelijk - want werd geconcipieerd tijdens een verkrachting - en het sociale isolement van mishandelde vrouwen. Vrouwenmishandeling is Rendells hoofdthema en de mechanismen die daarmee samenhangen legt ze mooi uit. Bijvoorbeeld hoe de getroffen vrouw toch nog van haar man kan houden, en haar onmacht om hem te verlaten. Die theorieën worden onderbouwd door de belevenissen van Wexfords dochter als vrijwilligster bij de telefonische hulplijn, gevestigd in een blijf-van-mijn-lijf-huis.

Rendell mag de ontwikkelingen dan beschrijven alsof ze het heeft over een-kopje-thee-met-een-koekje, ze smokkelt samen met de manke plot veel sociaal medegevoel haar verhaal in.

Ruth Rendell:

Vermoorde schuld.

Uit het Engels vertaald door

Hugo en Nienke Kuipers.

Het Spectrum, 381 blz. ƒ36,50