Pretmakertje

Mijn vader werd door mij als rechtgeaarde zoon wel eens zo tot wanhoop gebracht dat het hem bijna fysiek raakte. Niet dat ik me rottiger gedroeg dan mijn leeftijdsgenoten, maar ik was nogal onhandig. Dat ik daarin sprekend op hem leek, wilde hij niet toegeven. Zodra ik iets deed met stekkers en snoeren, iets met timmeren of in elkaar of uit elkaar halen, ging dat vaak niet al te goed. Dan kwam soms een half plafond naar beneden of bij stil weer vielen er zo maar twee vensterluiken in een open bakkerskar. Snoer kapot aan de stofzuiger? ,,Geef maar hier moeder, dat maak ik wel even.'' Een halve week zonder licht. Het hele stoppenkastje stond in brand.

Storing op de radio vlak voor de voetbaluitslagen? ,,Ik hoor het al, de eindlamp zit los. Laat mij maar even begaan, even aandrukken en weg storing. Als jullie mij niet hadden!''

Weg storing? Zeg maar rustig: weg radio die nog niet eens was afbetaald. ,,Ik begrijp vader niet. Dan kan hij in dit geval toch mijn kristalontvanger gebruiken?'' En ja hoor, nooit zal ik het vertwijfelde gezicht van mijn vader vergeten toen hij voorovergebogen bij het sigarenkistje met spoel en lamp aan een knop zat te draaien. Aandachtiger dan aandachtig met mijn koptelefoon uit de oorlog op zat hij te luisteren. Hij hoorde alleen maar geruis. Arme vader. Niks uitslagen. ,,Geef mij maar even, ik zoek het zo voor je op.'' Verdraaid, ik had de uitzending te pakken. Er zat maar één maar aan. Uit de overdaad aan geruis hoorde je duidelijk wie tegen wie had gespeeld, maar op het moment suprême van de uitslag hoorde vader alleen maar geslis. Dat ging hem te ver. De kristalontvanger ging met koptelefoon en al het raam uit.

,,Lieve God, wat heb ik gedaan dat ik zo moet worden gestraft met zo'n zoon? Hij is net Attila, waar die jongen zijn voet heeft gezet daar kan geen gras meer groeien.'' ,,Ga toch even naar de buurman die zit nu ook te luisteren en in die tussentijd heeft onze Paul de radio al lang weer aan de praat gekregen, of niet kind?'' ,,Ik naar die vreselijke buurman? Waar jij dat rotsvaste vertrouwen vandaan haalt in die jongen. Kijk hem daar staan. Moet je die zelfvoldane grijns zien; die man blaast nog een keer dit hele huis op.''

Dan kende mijn zelfvoldaanheid inderdaad geen grenzen meer. Hij noemde mij een man. Misschien deed ik daarom in zijn aanwezigheid ook alles fout om hem zover te krijgen.

Moeder: ,,Ik word nog eens gek van die wiebelende keukenstoel.'' Vader: ,,Wiebelt die stoel? Een stoel hoort niet te wiebelen. Waar is hier een zaag. Ik vraag om een zaag. Waar is in dit huis een zaag.'' ,,Misschien kun je er beter wat van af schuren, 't is vaak een kwestie van millimeters.'' ,,Niks millimeters. Er moet gewoon een stuk van die linkerpoot af.''

Vader aan het zagen. ,,Zo, dat is gepiept. Alhoewel, ietsje kan de rechter nu ook wel missen. Het is meer een kwestie van bijschaven, net wat je zegt.'' Alle poten kwamen aan de beurt. Alle kinderen stonden om hem heen. Had hij die poot net al niet gehad? ,,Laat nu maar vader, dat kleine beetje gewiebel...'' ,,Er wordt hier niet gewiebeld. Aan de kant. Hij zal staan zo als het hoort: dood en doodstil, al zal ik er zelf bij neervallen.'' Wiebel, wiebel. Moeder ging afwassen. De stoel werd korter en lager, zelfs voor ons Fransje was hij nu te laag.

Mijn wasmachine doet raar. Hij huppelt en er komt uit zijn ingewanden een stroompje water. De wasmachinemonteur zegt dat ik de filter moet schoonmaken. Dat gehuppel komt doordat hij niet goed staat. Hij moet waterpas staan. Als het goed is kan ik hem beneden wat bijstellen. Wel meteen doen, anders krijg ik er last mee. Voor de filter moet ik juist achterin zijn. Klepje losschroeven. Filter uitspoelen en weg gelek.

Met geen mogelijkheid krijg ik dat zware kreng van de muur af. Nou ja, dat beetje gelek. Tegen dat gewiebel sla ik onderin wat schilderijspietjes. Wasmachine aan. Weg gewiebel en het stroompje is ook verdwenen. Wat ben ik toch knap. Dat had vader nu eens moeten zien. Toen uur 's avonds. Er giert iets in de badkamer. Het lijkt alsof een vliegmachine een onverwachte daling inzet. Meer een noodlanding. Moet je eens kijken. Alles wat op het bovenblad lag ligt op de grond verspreid. Ruik ik schroeilucht? Daar zal toch geen kortsluitingsbrand in aantocht zijn? Aha, ik zie het al. Ik heb de toevoerkraan niet opengedraaid, vandaar dat er ook geen water ontsnapte. Nog meer gegier. We zijn zo te horen geland, maar er komt een kwaadaardig gegrom uit het binnenste van mijn volautomaat los. Zie ik vonken? Zet dan toch in godsnaam dat ding af. Ik trek aan het schakelkoord. Stilte. Stilte? Niks stilte want wat hoor ik dar voor een onheilspellend gezoem uit mijn radiator die onder het plafond in de badkamer hangt? Dit geluid is nieuw. Vlug ren ik naar beneden naar de verwarmingsketel. Hier lijkt alles normaal. Lijkt. Veel gegorgel en gepruttel. Dit is niet in orde. Hier deugt iets niet. Gas uit. Vlug, dat gas moet uit! Ja, maar hoe ook weer? Snel weer naar boven. Nog steeds het gezoem. Misschien staat de radiator droog. Ik kijk naar de manometer. Die staat ver onder nul. Ik heb twee volwassen zonen, waar zijn die nu hè? Nu hun vader in nood zit? In levensgevaar? Je hoort van de ene gasexplosie na de andere de laatste tijd. Een eenzame bewoner is zo ver weggeslingerd dat hij nog steeds niet is teruggevonden.

Ik moet de S.O.S. bellen, daar zit niks anders op. Mijn huis staat op punt de lucht in te vliegen. ,,Rustig aan meneer, sluit eerst de stroom uit, dan dooft de waakvlam en morgen belt u de technische dienst. Waar zit de schakelaar?'' ,,Hoe moet ik dat weten? U bent van de S.O.S.'' ,,Dan zou ik van al die duizenden woningen moeten weten...'' ,,Als u een beetje een goede S.O.S.-man zou zijn was dat inderdaad het geval. Wel eens gehoord van de Titanic?''

Eindelijk, daar komt iemand. Hij luistert aan de verwarmingsbuizen. Hij klopt er aan. Het zoemen gaat onverdroten voort. Hij weet het niet. Wat doet ie nu? Hij knielt. Hij probeert het geluid te traceren. Hij graait in de troep op de grond. Triomfantelijk houdt hij mijn zoemende tandenborstel omhoog. Hij drukt op de schakelaar. Stilte.

,,Tandenborstel. Ik had er gek van opgekeken als ik bij u een pretmakertje was tegengekomen.''

    • Jean-Paul Franssens