Omcirkel wat van toepassing is

Martijn Engelbregt verzamelt formulieren en gegevens om die op zijn eigen manier te verwerken. Kafkaiaanse bureaucratie, maar niet grauw zoals je gewend bent.

De werkruimte van kunstenaar Martijn Engelbregt (1972) doet denken aan het kantoortje van een wat rommelige archivaris. Op zolder werkt Engelbregt, een onopvallend geklede jongeman, in twee kleine kamertjes waar veel te zien valt: overal kartonnen dozen met nummers en labels, in de hoek een computer. Grote stalen archiefkasten met kartonnen hangmappen vullen een wand. Er hangt een foto aan de muur van drie vrienden van Engelbregt die het moment van fotograferen niet hebben zien aankomen. Een jongen buigt zich verbaasd naar de camera, een langharig meisje hangt verveeld in een stoel, een afgesneden derde figuur kijkt verward in de lens. Engelbregt heeft het toestel uit de verte met een draadontspanner bediend.

Aan de muren hangen door Engelbregt vormgegeven affiches: felle kleuren, strakke letters, tabellen en grafieken: een vreemde eigen wereld. Kafkaiaanse bureaucratie, maar niet grauw zoals je gewend bent, niet zuchtend en vol ergernis, maar vol kleur en plezier. Ik mag overal aan zitten en open de archiefkasten waarin de meest vreemde dingen liggen opgeslagen. Gegevens van duizenden mensen die formulieren hebben ingevuld, keurig geordend in genummerde mappen, heel systematisch. Daartussen brieven, tekeningen, foto's en krabbeltjes. Ook dozen vol met genummerde plastic zakjes waarin Engelbregt de inhoud van zijn portemonnee archiveert.

Op een bureau ligt een boek dat Engelbregt voor zorgverzekeraar ONVZ vormgaf: `Hoe gaat het', knalgeel met vlakken, pijlen, nummers, pictogrammen en uitscheurbare bonnetjes. Engelbregt is onlangs genomineerd voor de ADCN-prijs, een reclameprijs voor het beste ontwerp van de Art Directors Club Nederland. We gaan naar de woonkamer om wat te praten, een paar verdiepingen lager.

De website van Martijn Engelbregt heet EGBG oftewel Engelbregt Gegevens Beheer Groep. Het is een website die het begrip gegevensbeheer naar een bizar niveau trekt : EGBG betekent ook `Eens Gegeven Blijft Gegeven.' EGBG spaart persoonlijke informatie, denkt na over het beheren van gegevens, en het verwerken hiervan, daarom bestaat: EGBG-gegevens, EGBG-artikelen, EGBG-tentoonstellingen en EGBG-publicaties.

De Beheer Groep, Engelbregt in zijn eentje en tevens directeur, speelt met de vormgeving van onze bureaucratie zoals het enquêteformulier. Op de website van EGBG staat bijvoorbeeld het `Tegenscript', dat de VPRO-gids enige tijd geleden publiceerde. Engelbregt schrijft: ,,Telemarketeers maken gebruik van een telescript: de handleiding voor een te voeren telefoongesprek. Alle mogelijke wendingen die een gesprek kan hebben worden hierin stap voor stap behandeld. Telemarketeers hebben hierdoor een grote voorsprong op u en mij. Zij bepalen het moment waarop we gebeld worden, zij bepalen het gespreksonderwerp.''

In een prachtig vormgegeven formulier `het Tegenscript' – een grafisch schema met letters, kleuren, lijnen en pijlen – laat EGBG zien hoe het anders kan: ,,Wanneer uw huisvrede met een dergelijk telefoontje eenmaal is verbroken, draait u eenvoudig de verhoudingen om. U geeft niet langer antwoord op gestelde vragen, maar u stelt zelf vragen.''

EGBG geeft bijvoorbeeld de tip om de volgende vraag aan de enquêteur te stellen: `Krijgt u vrij als u naar de tandarts moet?'

Engelbregt vertelt: ,,Toen mijn Tegenscript gepubliceerd werd, waren veel telemarketeers erg kwaad, zij hebben verschillende Tegen-Tegenscripts gemaakt. Toen ik het Tegenscript op het web publiceerde, volgden er telefoontjes van telemarketeers over rechtszaken die ik zou kunnen verwachten, gepaard met scheldkanonnades en soms ook gegiechel. Ze vonden dat ik aan broodroof deed.''

Is het Tegenscript op een politieke gedachte gebaseerd?

,,Toen ik met formulieren begon te experimenteren had ik een `waarschuwingsgedachte'. Pas op aan wie je informatie geeft!'' zegt Engelbregt. ,,Maar inmiddels verzamel ik zelf te graag gegevens. Al ga ik met die gegevens anders om dan de buitenwereld.''

Bonbons

Op tafel heeft Engelbregt een reeks archiefmappen voor mij klaargelegd. Van tevoren heb ik een grote envelop ontvangen met door Engelbregt verzorgde publicaties. De inhoud werkt als een doos handgemaakte bonbons, voorzichtig alles uitpakken: allerlei soorten kaarten in geel, groen of roze, logo's, vlakken, lijnen en grafieken. Stickers, rebussen, affiches en vooral veel formulieren (invullen met blokletters/ deze ruimte niet beschrijven). De taal is ambtelijk: `Met trots weet EGBG te melden dat het verjaardag-bezoekers onderzoek een deelname coëfficiënt had van maar liefst 0,978 %.'

Vragen die doen denken aan enquêtes uit damesbladen:

Hoe tevreden bent u over uw uiterlijk (omcirkelen wat voor u van toepassing is)

zeer tevreden | tevreden | ontevreden | zeer ontevreden | weet niet | privé

Achter al deze kaarten en affiches zitten verhalen over tentoonstellingen en projecten – zoals in Lokaal 01 te Breda waarmee EGBG met het adressenbestand van het kunstenaarsinitiatief aan de haal is gegaan en een `nep-aangifte formulier' rondstuurde tot ergernis van de Gemeente Breda.

Onlangs publiceerde de VPRO een `consumenten onderzoek' – als reactie op de poging van de VARA commercieel te gaan – over `de potentie van commercialisering van de achterban'. Een typisch EGBG-werk: een formulier met talloze keuzemogelijkheden, van algemene vragen naar steeds delicatere, zoals bijvoorbeeld: hoeveel rollen toiletpapier gebruikt u per week? – eindigend in een bon met de vraag om adresgegevens en het ingevulde formulier op te sturen. Engelbregt: ,,Elke keer ben ik weer verbaasd hoeveel privé-gegevens mensen bereid zijn te verstrekken. Ook de vraag: Wat is uw `bruto besteedbaar inkomen' – wat een volkomen belachelijk begrip is – wordt beantwoord. Sommige mensen belden zelfs de VPRO om te vragen wat daarmee bedoeld werd.''

Engelbregt studeerde in 1996 cum laude af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. In het eerste studiejaar werd leerlingen gevraagd mooie ontwerpen te gaan verzamelen en dit zette Engelbregt aan het denken:

,,Begrippen als mooi en lelijk vond ik onzinnig. Uit grafische interesse was ik geboeid door formulieren. Ik ben alles gaan verzamelen wat mensen zo kunnen invullen. Naarmate ik mij meer in de vorm verdiepte, vroeg ik mij af waarom en hoe mensen dingen invullen. Formulieren hebben een `schijnbare' objectiviteit, zo kwam ik erbij om formulieren over formulieren te gaan maken. Formulieren hebben hun eigen `geautomatiseerde' standaard. Voor mijn afstuderen besloot ik een driedimensionaal formulier te maken.''

Engelbregt laat foto's zien van een installatie die herinnert aan het werk van de Russische kunstenaar Ilja Kabakov. In een soort bureaucratisch doolhof word je van de ene ruimte naar de andere gevoerd. Sommige ruimten lijken op stemhokjes, overal hangen dozen waar je ingevulde papieren en kaartjes in moet stoppen voor je verder mag. De keuzemogelijkheden liggen vast. De laatste ruimte is het zenuwcentrum waar de informatie gecategoriseerd wordt. Engelbregt: ,,Deze archiefruimte waar EGBG gegevens ordende, was een onderdeel van de installatie. Sommige mensen die binnen kwamen lopen, schrokken en zeiden: `O, sorry, ik mag hier natuurlijk helemaal niet naar binnen'.''

Anders dan Kabakov, lijkt Engelbregt te genieten van de bureaucratie en de schoonheid ervan te willen omarmen met knallende kleuren. Althans, zo lijkt het in zijn formulieren.

Ambtelijkheid

De starre wegen die je moet bewandelen om door het driedimensionale formulier te komen, combineren ambtelijkheid met lichtzinnigheid, wat het geheel nogal vreemd en misschien wel Hollands maakt: ach, die bureaucratie, het hoort erbij en is best leuk.

Engelbregt: ,,Iedereen is bezig zijn leven te formaliseren. Als je op vakantie bent maak je kiekjes: hier sta ik, dit ben ik, en dat is de Eiffeltoren. De foto is het bewijs. In mijn eigen omgeving ben ik begonnen met kleine onderzoekjes – ik ben bijvoorbeeld eigen strippenkaarten gaan maken.''

Uit een doos haalt Engelbregt stapels strippenkaarten met zijn eigen logo erop. Of het legaal is of niet, die gedachte verdwijnt zodra de kaarten op een rij liggen: wat een mooi patroon. Het herinnert me aan een streepjescode die een man die ik ooit in het zwembad zag op zijn rug had getatoeëerd.

Engelbregt is gefascineerd door menselijk handelen dat min of meer toevallig wordt vastgelegd door fotografie, stempelautomaten of een formulier. Zo nam hij om de minuut een foto uit de trein van Amsterdam naar Utrecht en die reeks beelden verwerkte hij weer in exposities of drukwerk.

Een wand in zijn woonkamer wordt versierd met de plattegrond van het metro-netwerk in Berlijn. De plattegrond lijkt op de vormgeving van EGBG: gekleurde lijnen, nummers en letters. ,,In Berlijn stempelen ze anders dan in Nederland: op het stempel staat de naam van het station waar je opstapt. Ik wilde alle 166 stations die Berlijn in 1995 had, vastleggen. Ik ging naar alle stations, nam de trap naar buiten en maakte een foto, willekeurig: een moment.''

Engelbregt legt uit dat hij zich vaak heeft afgevraagd of hij nu voor of tegen het registreren en categoriseren van gegevens is. ,,Het lijkt of ik nodeloos gegevens opsla. Maar dat doet iedereen. Sommige mensen verzamelen suikerzakjes of plakken entreekaartjes in hun vakantieboek. Ik ben er achter gekomen dat ik geen consumentenman ben, noch mijn vinger wil opheffen: pas op! Mensen moeten kunnen kiezen en zich daar bewust van zijn.''

De Gegevens die Engelbregt opslaat, denk ik later, zijn voor hem als verf voor een schilder. Hij onderzoekt zowel het materiaal – de vorm van formulieren of een toevallige foto – als het moment, de manier van ondervragen.

`Bent u gelukkig? Gelukkig niet / Helaas wel' is zo'n dwingende vraag. Engelbregt liet in café's formulieren achter met vragen die steeds persoonlijker werden. Er kwamen honderden reacties per post retour, die EGBG verwerkte: Engelbregt ontwierp verjaardagskaarten en schreef een wedstrijd uit: Herken uw eigen voordeur, waarbij hij voordeuren van adressen uit zijn archief fotografeerde.

Uniform

Voor een kunstwerk in de Schutterswijk te Gorinchem, in de volksmond het Kremlin, ontwikkelde EGBG formulieren om de bewoners op democratische wijze vragen te stellen over wat voor kunstwerk ze in de buurt wilden. ,,Vanuit de dienst Kunstbehoefte ging ik langs bij de bewoners, voorzien van een officiële identiteitskaart en een EGBG-uniform. Ik maakte een praatje, vulde het formulier in en nam een foto vanuit het raam waar ik op bezoek was.''

Het vervolg: publicaties in het Stadsblad, een affiche en een kunstwerk. EGBG ordende gegevens zoals: ,,Welke vorm vindt u dat het kunstwerk moet krijgen?'' en publiceerde de antwoorden: `Iets op een sokkel / Maakt niet uit / Beter geen vrouw met blote borsten.'

Engelbregt: ,,Het was de eerste keer dat ik zelf enquêteerde. Het kunstwerk bestond voor mij uit het gehele proces. Democratisch over een kunstwerk meedenken, ruikt naar ambtenarij. Heel Nederlands. De bewoners raakten door het formulier betrokken. Uitkomsten van hoe formulieren ingevuld worden zijn onvoorspelbaar, maar ze vallen te categoriseren.''

EGBG heeft inmiddels gegevens van duizenden mensen opgeslagen en elke dag komt daar informatie bij. Wat moet je daarmee? ,,Het adressenbestand zegt mij niets'', zegt Engelbregt. ,,Doordat mensen mij protestbrieven sturen of zelfgemaakte formulieren, krijgen ze een gezicht. Zo onderscheid ik mensen die zich moeiteloos laten meevoeren door het systeem, en anderen die agressief reageren door bijvoorbeeld formulieren te verscheuren. Ik ben wel eens opgebeld door een marketingbureau of ik mijn gegevens wil verkopen, maar daar ben ik helemaal niet in geïnteresseerd. Mijn thema is: waarom verstrekken mensen gegevens. De omgang met gegevens zoals marketingbureaus dat doen, is zeker niet de mijne. Het wordt voor mij pas interessant als mensen zoeken naar methodes om zich buiten het systeem te plaatsen. Hen kan ik niet categoriseren: zij komen in aparte dozen.''

Http://www.xs4all.nl/~egbg

Van 26 mei - 2 juli 2000, Tentoonstelling

`De best verzorgde boeken'

in samenwerking met CPNB,

Stedelijk Museum Amsterdam.

Vraag: `Welke vorm vindt u dat het kunstwerk moet krijgen?'

Antwoord: `Iets op een sokkel / Maakt niet uit / Beter geen vrouw met blote borsten'