Nieren laten niemand onberoerd

Het Anatomisch Museum in Groningen wordt met sluiting bedreigd. Tijdens het Museum Weekeinde, dat zaterdag en zondag wordt gehouden, worden er speciale rondleidingen gegeven.

De doodskoppen staan in het gelid in de gietijzeren, antieke vitrinekasten in het Anatomisch Museum te Groningen. Eén ervan heeft een opvallend brede onderkaak. `Russische schedel van een militair, in Moskou geboren, staat erbij, en: `sterk ontwikkelde torus supra orbitalis.' Dat slaat niet op die onderkaak, maar op het voorhoofd.

Begin negentiende eeuw zocht de medicus Pieter de Riemer verbanden tussen schedelvorm en karaktereigenschappen. Hij verzamelde schedels van allerlei mensen, zoals `een geboren zot, `een persoon met niet zo'n bijster groot verstand' en `een gedistingueerd en verstandig persoon'. Zijn collectie is in 1909 opgenomen in het museum. Een hele rij schedels heeft geen naambordje. Conservator John Le Grand weet er meer van. ,,Die zijn van een paar boeven die in 1806 werden geradbraakt en onthoofd'', vertelt hij. Le Grand is al 15 jaar preparateur bij de vakgroep anatomie van de Rijksuniversiteit Groningen en besteedt een vijfde van zijn werkweek aan de museumcollectie. ,,Dit vind ik een van de mooiste stukken'', zegt hij wijzend naar een soort rioolbuis van glas met een ruggengraat erin. ,,Helemaal opengewerkt, zodat je alle zenuwstrengen ziet lopen.''

De ruggengraat staat op sterk water. Je kunt geen lichaamsdeel verzinnen of het staat hier wel op sterk water. Longen, pikzwarte rokerslongen, harten, levers, nieren, oren en ogen – ze zijn allemaal te bewonderen. Het `aangezigt van een kind door opspuiting der vaten schoon bloozende', staat er bij een naar omstandigheden nog levendig ogend kindergezichtje in een pot. De blozende kleur is te danken aan rode was, waarmee het preparaat ooit is ingespoten. Een overlangs en een overdwars doorgesneden penis delen een potje, verderop prijkt een uitgeknipte vagina.

Het bizarst is de verzameling van Petrus Camper, een briljant geneeskundige uit de achttiende eeuw. Het zijn de oudste collectors items in het museum. Nog meer schedels, embryo's, van piepklein tot volgroeid, een tweeling, gezichten van allerlei lieden, uitgesneden rond neus en mond. Vanuit een pot lacht een volle mond de museumbezoeker toe. `Aangezicht van een neger', staat erbij. Camper vergeleek mensenhoofden van diverse rassen met apenkoppen. De negerhuid ziet lijkbleek. ,,In de loop der eeuwen kan zoiets verbleken'', zegt Le Grand. Een baby, precies voor de helft van de huid ontdaan zodat de onderliggende spieren zichtbaar zijn, is juist donkerbruin geworden. Geleidelijk aan vervangt Le Grand de vloeistoffen van de honderden natte preparaten, want zelfs op sterk water vergaan lichaamsdelen op den duur. ,,Ze willen het museum opdoeken'', vertelt hij, ,,en de collectie opslaan. Dat kan niet; op den duur zouden die preparaten verloren gaan. En het zou toch zonde zijn zo'n prachtige collectie weg te stoppen?''

Het anatomisch museum is met de vakgroep anatomie gevestigd in een statig pand op de hoek van het terrein van het nieuwe Academisch Ziekenhuis. Het bijna honderd jaar oude gebouw staat op de nominatie gesloopt te worden. Anatomie verhuist naar een verdieping in een nieuwe torenflat van geneeskunde en farmacie, waar voor de skeletten en embryo's geen plaats is. En al was er plek, dan zouden de vitrinekasten te hoog zijn voor de lage hoogbouw-etages. Als aandenken aan de bijzondere collecties schildert kunstenaar Geurt van Dijk nu doodskoppen en geraamtes op de wanden van de nieuwbouw. Mooie muurschilderingen, maar je kunt beter de echte collectie bewaren, vindt hoogleraar anatomie prof. dr. Gert Holstege. ,,Inmiddels overweegt men een ander museumlocatie, maar het is juist zo handig dat je hier alles bij elkaar hebt: laboratoria, werkkamers, collegezalen, snijzaal. En we hebben hier meer ruimte dan in de beoogde nieuwbouw. Sloop is bovendien nergens voor nodig. Ze weten niet eens wat ze voor dit gebouw in de plaats willen zetten!''

Ook geneeskunde-studenten protesteren tegen sloop. ,,De sfeer, de specifieke geur in dit gebouw is inspirerend'', vindt Robert van de Graaf van de studenten-actiegroep Sterk Water. ,,Dankzij de hoge ramen in de snijzalen heb je er prachtig licht. En je kunt altijd het museum even inlopen. Je ziet hier hoe het lichaam in elkaar zit. Driedimensionaal en met inbegrip van allerlei afwijkingen. Een nagemaakt model of computeranimatie laat altijd de ideale situatie zien, ontdaan van alle irrelevante weefsels en vetkwabben. Maar voor een nier zoals deze'' – hij wijst op een nier met twee afvoerbuizen in plaats van de gebruikelijke ene – ,,moet je echt naar het museum.''

Laatste bezienswaardigheid is het gastenboek. De commentaren variëren van `schitterend' tot `walgelijk', maar niemand schrijft `aardig of `gaat wel.'

Tijdens het museumweekend (15&16 april) worden er rondleidingen, lezingen en een college over de werking van de hersenen gegeven. In de snijzaal worden demonstraties gegeven. Anatomisch Museum, Oostersingel 69, Groningen, treintaxi of stadsbus 3 of 6 (halte AZG-noord), website www.coo.net.rug.nl, tel 050-3632455.