Minder werklozen in oudere stadswijk

De verbetering van de werkgelegenheid en daarmee de terugdringing van de werkloosheid in de achterstandswijken van de 25 steden die betrokken zijn bij het grotestedenbeleid van minister Van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid) zet door.

De leefbaarheid in achterstandswijken is wel enigszins verslechterd vergeleken met het stedelijk gemiddelde gedurende de eerste periode, waarin het convenant tussen de steden en de minister van kracht is geweest.

Dit blijkt uit het Jaarboek Grotestedenbeleid 1999. Het jaarboek geeft een beschrijving van de situatie per 1 januari 1999 en de ontwikkeling gedurende de afgelopen jaren in de 25 steden die onder de werking van het beleid vallen.

Een toename van de werkgelegenheid en een daling van de werkloosheid is in het hele land zichtbaar, dus ook in de 25 steden die meedoen met het grotestedenbeleid. De werkgelegenheidsgroei in de steden houdt tot en met 1997 gelijke tred met de landelijke ontwikkeling, namelijk negen procent hoger dan in 1994. De daling van de werkloosheid gaat zelfs iets sneller dan landelijk.

Dat geldt overigens niet over de hele linie; mensen die nog maar kort werkloos zijn komen sneller aan een baan dan langdurig werklozen. Verder profiteren autochtonen eerder van de gunstige economie dan allochtonen.

Ook vorig jaar bleef de ontwikkeling gunstig. Toen daalde in de helft van de steden de werkloosheid in achterstandswijken iets sneller dan in de rest van de stad. Die tendens wordt nu in 19 van de 24 steden gezien. Utrecht behoort tot de in het oog springende, ongunstige uitzonderingen.

Wat betreft het onderwijs in de 25 grote steden blijkt - op grond van de Cito-eindtoets - dat het niveau van groep 8 in het basisonderwijs licht is gestegen. De steden lopen daarmee in op de rest van Nederland, want daar is het niveau stabiel gebleven. In de achterstandswijken stijgt het niveau zelfs sneller dan elders in de stad. In het voortgezet onderwijs is weinig resultaat behaald, het slagingspercentage blijft min of meer stabiel.

De stadsbesturen slagen er niet in te zorgen voor een `aanmerkelijke verbetering' van de leefbaarheid van de stad en al helemaal niet in verbetering van de situatie in `de meest bedreigde wijken'. Dat was wel een van de belangrijkste doelstellingen van het convenant.