Meedogenloze strijd roeiers Holland Acht

Twee keer heeft roeier Nico Rienks vorig jaar overwogen uit de Holland Acht II te stappen. Na ,,keiharde gesprekken'' met bondscoach Korzeniovski gelooft de tweevoudig olympisch kampioen in een derde titel in Sydney.

Mopperend wandelde bondscoach Kris Korzeniovski naar de kantine van het roeicentrum in Sevilla. Het slechte weer in Spanje had zijn trainingsprogramma de afgelopen weken danig in de war geschopt. ,,De jongens zijn psychisch vermoeid, we zijn dit oord meer dan zat'', verontschuldigde Korzeniovski zich na een futloze race op de rivier Guardaqubir, die de oude stad in Andalusië omringt. De in Polen geboren Amerikaan heeft zijn selectie voor de Holland Acht II nog niet voltooid. En dus loerden de roeiers in Sevilla ook stiekem naar elkaar.

Gisteren maakte Korzeniovski bekend dat Gijs Kind in de Holland Acht voorlopig plaatsmaakt voor Richard Jansen. Het team bestaat tot na de regatta in mei in Duisburg uit Nico Rienks, Erwin Heeringa, Geert-Jan Derksen, Niels van der Zwan, Gerrit Jan Eggenkamp, Richard Jansen, Peter van der Noort, Adri Middag en stuurman Merijn van Oijen. In de soms meedogenloze strijd om een plaats in de Holland Acht vormde Rienks tijdens de vierde trainingsstage in Sevilla wederom de stabiele factor in de Nederlandse ploeg.

De 37-jarige roeier heeft die ,,eeuwige onrust'' al zovaak meegemaakt in zijn imposante loopbaan. ,,Ik raak niet nerveus als we een dag geen progressie boeken'', zegt Rienks. ,,Maar in een selectieperiode ben je toch wat voorzichtiger met elkaar.Je durft geen kritiek te uiten op andere roeiers. Straks denken ze: `Nico wil me zeker niet in de ploeg'. Na de regatta in Duisburg moet alles duidelijk zijn.''

Rienks hoopt dat de ,,selectie niet belastend'' is voor de harmonie in de Holland Acht II. Hij kent de frustraties van teamgenoten als Adri Middag, die sinds de voor hem teleurstellende Spelen in Atlanta twee keer uit een vier werd verbannen. Dit keer lijkt de boegroeier eindelijk ,,in een winnende boot'' te zijn gestapt, hoewel een wereldrecord met de Acht nog geen garantie vormt voor olympisch succes. Maar het twee meter lange krachtmens Middag worstelt traditioneel met zijn techniek. ,,Daarom heb ik altijd het gevoel dat ik me extra moet bewijzen. Aan mijn vermogen ligt het niet. Een roeier is geen schansspringer, waarbij ook de stijl meetelt.''

Desondanks zegt Korzeniovski nog dagelijks te moeten sleutelen aan de techniek van zijn roeiers, van wie ,,de meesten nauwelijks ervaring hebben''. Aan het echec van de vrouwen in Atlanta wordt hij liever niet meer herinnerd. Maar ook bij de mannen heeft de rechtlijnige Korzeniovski moeten wennen ,,aan die typisch Nederlandse cultuur, waarbij sporters over elk detail met hun coach willen discussiëren''. Zijn adagium: ,,Ik duld geen inspraak van roeiers, die nog niets hebben gepresteerd. Helaas ontbreekt in Nederland het respect voor de coach.''

Zes jaar werkt Korzeniovski nu bij de Nederlandse roeibond. ,,Maar als coach moet ik telkens scepsis overwinnen. Ik heb concessies gedaan aan mijn Amerikaanse aanpak, die wordt in Nederland niet geaccepteerd. Mijn landgenoot Arie Selinger heeft toch de basis gelegd voor de gouden medaille voor de volleyballers in Atlanta. Maar zijn naam mag in Nederland niet meer hardop worden uitgesproken. Nu is schaatscoach Peter Mueller aan de beurt, omdat hij voor het WK sprint uitriep: `It's showtime baby'. Het werd helaas showtime voor Wotherspoon. Maar nog even en iedereen beweert dat Mueller er niets van kan. Nederlanders hebben blijkbaar een slecht geheugen.''

Zelfs met het boegbeeld van de Nederlandse roeisport kwam Korzeniovski in conflict. Nico Rienks voerde vorig jaar na zijn rentree in de Holland Acht ,,keiharde gesprekken'' met Korzeniovski. ,,Hij heeft zich aan het Nederlandse systeem weten aan te passen'', concludeert Rienks. ,,Ik heb twee keer overwogen te stoppen. Ik kan niet tegen die eeuwige strijd met elkaar en ik wilde geen coach, die zich boven de groep plaatste. Ook mentale begeleiding vind ik overbodig. Als ik in een boot stap, kijk ik mijn teamgenoten diep in de ogen en vraag: `doen we het met elkaar?' Dat respect is de basis.''

Maar volgens Rienks is de commercie in de Nederlandse topsport al zover doorgeschoten dat sportieve idealen op de achtergrond zijn geraakt. Hij kondigde in Sevilla zijn vertrek uit de atletencommissie van NOC*NSF aan, omdat ,,ik niet meer weet wie ik in die commissie eigenlijk vertegenwoordig''. Rienks ergert zich vooral aan de hypocrisie in de strijd tegen doping. ,,Ik ben mordicus tegen doping, hoewel het roeien zich natuurlijk leent voor het gebruik van stimulerende middelen. Maar ik vraag me af of alle atleten wel tegen doping zijn. Er worden in de atletencommissie wel eens gevallen besproken en dan denk ik: `moet ik nu ook de belangen van dopinggebruikers behartigen?'''

Rienks kreeg binnen de atletencommissie ook geen steun in zijn kritiek op de `strippenkaart' van NOC*NSF. Sporters met een A-status krijgen een vergoeding van maximaal 3.000 gulden per maand, atleten met neveninkomsten uit een werkkring — zoals Rienks — worden gekort. ,,De strippenkaart is in feite een strafregeling door NOC*NSF'', meent Rienks. ,,Je wordt gestraft als je enige feeling met de maatschappij wilt houden door naast je sport te werken. Dan krijg je niet meer dan duizend gulden. Ik vind het belachelijk dat NOC*NSF sporters niet stimuleert na te denken over hun toekomst. De atletencommissie is net zo kortzichtig. Daar zijn ze blij met elke gulden van NOC*NSF.''