Kritiek met een gouden hart

`Ik was voor het eerst ongesteld geworden. Niet elke verandering is een verbetering, vond ik, maar mijn mening werd niet gevraagd.' Dat is de toon. Een stoere toon. Een toon die zegt: ik trek me nergens iets van aan, ik lach overal om. Het kind dat de hoofdpersoon is, ironiseert zichzelf en zijn of haar wereld ermee. `Ik heet Mark.', `Ik niet.'

Het is niet zo moeilijk te zien wat een schrijver ermee wil bereiken: hardheid die de eenzaamheid en de kwetsbaarheid van de hoofdpersoon juist des te schrijnender zal maken, zonder dat er gevaar voor sentimentaliteit bestaat. Het eenzame meisje dat blij is als ze een kopje thee krijgt aangeboden van de buurman denkt: `Dat heeft hij goed geraden, dat je me daarmee plat krijgt. Thee. Koekjes. Ganzenborden. Vreemde gebruiken van de plaatselijke bevolking.' Zo'n meisje heeft afstand, ook, of juist, tot zichzelf.

Het meisje in kwestie heet Lori, en ze is geschapen door Karlijn Stoffels, de vrouw die een handelsmerk heeft gemaakt van deze toon. In haar met een Gouden Zoen bekroonde eersteling Mosje en Reizele maakte de Pools-joodse Mosje er af en toe gebruik van om zijn emoties en angsten op afstand te houden. Het gaf humor aan een boek dat anders gemakkelijk ondraaglijk zwaar had kunnen worden. In haar volgende boeken deed Stoffels het weer, maar niet langer af en toe.

De veertienjarige Lori uit Stoffels' nieuwste boek, Rattenvanger, heeft wel reden om haar gevoelens niet te veel tot zich toe te laten, want haar huiselijke situatie biedt weinig vreugde of zelfs maar gewoon aardigheid. Haar moeder is manisch depressief, wat betekent dat ze of vreemde activiteiten ontwikkelt (het hele huis blauw schilderen, achtervolgers afschudden etcetera) of zwijgt. Van haar dochter trekt ze zich nauwelijks iets aan en van het huishouden al evenmin. Lori's vader is van deze moeder gescheiden. Hij stuurt zijn dochter veel nietszeggende briefjes en één keer in de maand of nog minder ziet ze hem een uurtje op Schiphol tussen twee vluchten door. Waar Pa woont is niet duidelijk. Hij heeft geen tijd om te wonen. De enige die zich ooit wat van het kind heeft aangetrokken is Oma, maar die is dood.

Goed voor mislukking en asocialiteit zou je zeggen, maar niets van dat al. Lori doet haar huiswerk om haar gedachten af te leiden en haalt hoge cijfers, ze speelt geweldig piano, ze maakt opgewekt het huis schoon en kookt eten, de populairste jongen van de school is verliefd op haar en bovendien heeft ze dus voortdurend die humoristische toon ten aanzien van zichzelf. Alleen de nieuwe, jonge buurman breekt daar doorheen. Hij luistert. En al spoedig doet hij meer dan luisteren. Veel meer.

Lori's tweeslachtigheid ten aanzien van de seksuele avances van de buurman is een sterk punt van dit boek. Ze is blij met de aandacht en de warmte, en bovendien vindt ze de aanrakingen opwindend. Tegelijkertijd wil ze niet, ze wil hem niet aanraken, ze wil hem niet eens zien terwijl hij haar streelt, ze vindt liefde, als het dit is, een tamelijk weerzinwekkend, zij het opwindend spel. De buurman verandert van een prins en redder in een ondraaglijke last.

De zwakke kant van deze roman is het overbewuste. De eerste keer dat de buurman haar uitkleedt en streelt, en ze merkt dat ze dat fijn vindt, denkt Lori: `Mijn lichaam heeft me verraden. Mijn lichaam is volwassen en het wil iets wat ik niet wil.' Dat is wel een erg analytische gedachte. Zo reageren ook andere kinderen opmerkelijk wijs. Een meisje tegen wie Lori op onaardige toon iets over haar vriendje zegt, antwoordt: `We zoenen niet. Nog niet. En ik ben blij toe. Want als we alleen maar in dezelfde ruitme zijn is de lucht al van priklimonade. Snap je.' Het zijn allemaal kleine volwassenen die bovendien een cursus volwassenheid hebben gedaan. Ze zijn allemaal even ruimhartig en weldenkend en aardig. Terwijl we intussen van de meesten moeten denken dat ze echt uit deze harde maatschappij komen: dus Marokkaanse ouders hebben waarmee ze worden gepest, of ouders ver weg in Suriname, of ouders zoals die van Lori. Maatschappijkritiek met een gouden hart, daar komt deze roman op neer. Wat jammer is, want Stoffels heeft wel iets te vertellen.

Karlijn Stoffels: Rattenvanger. Querido, 137 blz. ƒ25,-