Hilversum op de wereldkaart

Wordt het ergens op een ministerie in kolommen uitgemeten? Alles wordt nageteld, en het zou me dus niet verbazen. Ik schat dat van het ogenblik waarop Big Brother voor het eerst werd uitgezonden tot op de dag van vandaag dit programma en zijn afleidingen Nederland de grootste publiciteit in de buitenlandse pers heeft bezorgd. Eens waren het de klompen en de polders, toen de tolerantie, de nederwiet en de euthanasie. Nu is het – onverslijtbare culturele voltreffers als Rembrandt, Van Gogh en het Concertgebouworkest daargelaten – John de Mol.

Ik herinner me een artikel uit de Financial Times, een maand of zeven geleden, van een verslaggever die een bezoek aan de beroemde containers in Almere had gebracht. Ja, had een woordvoerder met die ingehouden nationale trots van `Wij Hollanders' gezegd, ja, zoiets kan alleen in een land waar in de hoofdstad de dames gewoon in de etalage zitten. Het artikel van de Brit had een toon van misprijzende verbazing.

Dat is veranderd. In de New York Times van 11 april staat een verhaal van een halve pagina, gedegen, met een ondertoon van respect en een landkaartje van Noordwest-Europa waarop Hilversum in een vet kader, als een soort culturele hoofdstad is ingetekend. Parijs staat er niet op; Berlijn wel, maar kleiner. De verslaggever beschrijft wat `Big Brother', `De Bus' en `Chains of Love' en andere varianten ongeveer voorstellen, vat de kritiek op de `voyeuristic game shows' samen, en komt dan tot de kern.

,,Goed of slecht'', schrijft hij, ,,Endemol Entertainment is deel van een belangrijke verandering in de Europese media. Niet zo lang geleden leunde de Europese commerciële televisie zwaar op Amerikaanse producties en showmasters als Oprah en David Letterman. (-) Aangemoedigd door de grote vraag zijn de Europese producenten hard op weg het gat te vullen, en vaak met verbazingwekkend resultaat.'' De NY Times noemt dan een paar Britse voorbeelden, en gaat verder: ,,Maar Endemol is de producent die de markt van de game shows domineert. (-) Big Brother heeft Endemol definitief op de kaart gezet. (-) Vooral dankzij dit programma is de overname door Telefonica tot stand gekomen.'' En dan volgen de getallen en de bedragen.

Het gaat er nu niet om wat u en ik van Big Brother enz. denken. Herinneren we ons de tijd waarin we steen en been klaagden over de stortvloed van Amerikaanse programma's, de pogingen van Hilversum om met Nederlandse producties in Nederland voet aan de grond te krijgen, niet incidenteel maar duurzaam. `Waaldrecht', `Glazen stad', `Oud geld', drama's uit het ziekenhuis en de advocatuur. Soms werd er iets tevoorschijn gebracht dat het aanzien waard was, nooit kwam het tot een continuïteit in de productie, zo stevig geworteld dat daarmee tegen de zegetocht van Amerikaanse producties kon worden opgebokst, en altijd bleef het strikt nationaal.

Tot John de Mol kwam en `zorgvuldig vijf aantrekkelijke jonge vrouwen en mannen selecteerde'. Die lieten zich interneren om, met een ingebouwd `spelelement' 100 dagen televisie te veroorzaken. Internationaal succes, doorbraak, fortuinen, Hilversum op de kaart. Dat heeft de NY Times goed gezien. De Fransen vechten al tientallen jaren hun strijd tegen het opdringend Amerikanisme en het wil niet goed lukken. De Mol laat een paar containers aan elkaar lassen, zet er camera's en aantrekkelijke mensen in, en voilà!

Er zijn wel een paar kanttekeningen te maken. Tien verlopen bejaarden in de containers kan ook interessante televisie opleveren. En het verwondert me dat `Big Brother' enz. niet betrokken is geraakt in de nationale discussie over de minderheden. Het kan komen. Maar het opmerkelijkste vind ik dat het nieuwe internationale genre in Nederland is ontstaan. Want niet langer dan veertig jaar geleden hoorden wij, geharnast in godsdienstige en conservatieve zeden, tot de ingetogenste, de meest preutse volken ter wereld. De strengste filmkeuring, zwembaden op zondag dicht, verzuild onderwijs en vermaak, de zwartekousenkerk en het leven achter de horren.

Het enige dat het volk zich veroorloofde – achteraf bezien de voorloper van reality tv – was het `spionnetje'. Dat zag je tot in de kleinste gehuchten en verder nergens in het buitenland. Het was een spiegeltje van ongeveer 15 bij 20 centimeter, buiten aan een verticale raamlijst aangebracht – als een optische schotelantenne. Zat je binnen in de leunstoel bij het raam, dan kon je zien wat er op straat gebeurde, zonder dat je veel kans liep ontdekt te worden. Liep je buiten en ging je erop letten, dan zag je tussen de kieren van de vitrages een rij loerende hoofden.

Toen is er iets gebeurd waardoor binnen een jaar of veertig de Nederlandse revolutie zich heeft kunnen consolideren. `De jaren zestig', zal men zeggen. Nee. Altijd weer dezelfde vergissing. Dat tijdvak hoort tot de eerste gevolgen. Voordien is er iets in het Nederlands bewustzijn, of onderbewuste, verschoven, omgedraaid, ondersteboven geraakt dat de jaren zestig onafwendbaar maakte, en daarna een kettingreactie heeft veroorzaakt, tot en met de fase `Chains of Love' die de laatste is. Voorlopig.

Waar is het einde, vroeg de NY Times aan John de Mol. ,,Die vraag is me 100.000 keer gesteld. Waar liggen de grenzen? Ik kan u geen algemeen antwoord geven. Het gaat op grondslag van case-by-case.'' Dat zullen we dus nog zien. Hier vraag ik me af waarom nog geen cultuurhistoricus een boek met een overtuigende verklaring over deze triomfantelijke Nederlandse revolutie heeft geschreven.