Het opent me de ogen

Naast zijn bulldozer leest een werkman Walt Whitman. Amerika houdt van poëzie! Aflevering 15 van een serie over Amerikaanse cultuur.

Het gebeurt niet vaak dat je een bouwvakker over poëzie hoort praten op de Amerikaanse televisie. Maar april is Nationale Poëzie Maand. En John Doherty (34), die gasleidingen legt voor een bedrijf in Boston, vertelt in het avondnieuws wat zijn favoriete gedicht is en waarom.

Zittend op de treeplank van zijn modderige bulldozer kijkt hij zijn televisiepubliek ernstig aan. Een man met een open, scherp gesneden gezicht in zijn werkplunje. Stoere vent, spijkerbroek, plompe schoenen, oranje veiligheidsvest om op te vallen in het verkeer. Op de col van zijn zwarte trui staat in witte letters de naam van de metaalwerkersbond. In zijn hand houdt hij het boek waaruit hij een gedeelte voorleest van Song of Myself van Walt Whitman.

,,There is that in me - I don't know what it is - but I know it is in me'', zegt Doherty met Whitman. Zijn blik is niet spottend, ironisch of dramatisch, maar oprecht en licht verwonderd, alsof hij luistert naar zijn eigen stem. Er klinken wat vogeltjes op de achtergrond, verder is het stil.

Poëzie op het avondnieuws is niets bijzonders in Amerika. Althans niet bij de publieke omroep PBS, waar poet laureate Robert Pinsky zo'n twee, drie keer per maand een gedicht komt voorlezen. De ene keer heeft hij iets uitgekozen omdat het basketbal-seizoen zijn hoogtepunt nadert, de andere keer omdat het zomer is, of oorlog, of omdat de president bijna wordt afgezet. Het zijn meestal gedichten van anderen – zowel Amerikaanse als buitenlandse dichters – die niet voor de gelegenheid geschreven zijn, maar er wèl iets over te zeggen hebben. Maar nu wil Pinsky niet zelf voorlezen, hij wil Amerika aan het woord laten. Hij heeft een oproep aan zijn landgenoten gedaan om hem te schrijven over hun favoriete gedicht. De bedoeling is niet om één gedicht als winnaar aan te wijzen (zoals begin dit jaar bij een peiling onder Nederlandse poëzielezers Marsman's `Herinnering aan Holland' als populairste gedicht uit de bus kwam). Pinsky wil horen waaròm men van een gedicht houdt.

Zo'n achttienduizend Amerikanen uit alle lagen van de bevolking reageerden op zijn oproep. Vijftig van hen zocht Pinsky op met de camera, om hen op film hun lievelingsgedicht te laten voorlezen en toelichten. Het televisienieuws zendt af en toe zo'n filmpje uit. Een vrouwelijke rechter van het Hooggerechtshof in Georgia met `For my People' van de zwarte dichteres Margaret Walker. Een Aziatisch-Amerikaanse studente met `Minstrel Man' van Langston Hughes. Een dakloze met Emily Dickinson. En Doherty met Whitman. Sommige filmpjes zijn te bekijken op het internet (www.bu.edu/favoritepoem/archive/index.html).

Met zijn drilboor ploegt Doherty een gaaf stuk asfalt om. Hij zegt: ,,Dat ik me verwant voel met dit gedicht komt niet omdat Whitman het heeft over arbeiders, over hard werken in de buitenlucht en over gewone, werkende Amerikanen.'' Met een witte helm op staat hij in een vers gegraven greppel, badend in fris ochtendlicht. Hij schuift twee knalgele gaspijpen in elkaar. ,,Het sprak me aan omdat het opbeurend is en me de ogen opent voor dingen in het leven die ik niet eerder had gezien.''

Hij zit in een rommelige werkkeet, met naast zich zijn lunch-trommel. ,,In de laatste zinnen zegt Whitman: waarschijnlijk begrijp je niet wat je net hebt gelezen, maar blijf kijken, dan komt het wel en zul je ervan gaan houden. Die woorden staan me nu altijd bij, wat ik ook lees.'' Hij bestuurt zijn happer, hij schept een goot uit en hij ontvouwt zijn poëtica. Dit is geen komedie van Woody Allen. Dit is ernst. Wie zei dat poëzie een elitair publiek heeft? Wie dacht dat bouwvakkers alleen maar praten over auto's en lekkere wijven?

Doherty knijpt een beetje met zijn ogen en leest voor: ,,You will hardly know who I am or what I mean, but I shall be good health to you nevertheless, and filter and fibre your blood. Failing to fetch me at first, keep encouraged. Missing me one place, search another. I stop somewhere, waiting for you.''

De nieuwslezer is zichtbaar geroerd. ,,Dit is fantastisch'', verzucht hij tegen de poet laureate, die naast hem in de studio zit en glimt van trots. Pinsky legt uit dat hij met zijn vijftig filmpjes van Amerikanen die over hun lievelingsgedicht vertellen, een soort portret van Amerika in het jaar 2000 heeft willen maken. ,,Nu eens niet gezien in het licht van de populaire cultuur, van showbusiness of sport, maar via de liefde van Amerikanen voor een fundamentele, heel oude kunstvorm.''

Het hele project is dus niet alleen een ode aan de poëzie, maar vooral ook aan ode aan Amerika. Alsof de poëzie op zichzelf niet genoeg is en begeleid moet worden met een zachte, maar gestage roffel van nationalistische borstklopperij. Wat een land, is de onuitgesproken boodschap, waar de liefde voor de dichtkunst geen barrières kent van ras, geslacht of klasse! Wat een land, waar de bouwvakkers (of althans sommige, of althans deze) serieus poëzie lezen! America! America! God shed His grace on thee. Wat er ook allemaal mis mag zijn met dit land en zijn cultuur, bij een harde kern klopt het hart nog op de goede plaats. En als een stoere werkman als John Doherty zo opgaat in poëzie, dan zullen vast heel wat leesschuwe jongeren hem als rolmodel zien en zelf ook eens een bundel openslaan.

Wie weet. Het filmpje over Doherty, zijn gedicht en zijn bulldozer is er ontroerend en fascinerend genoeg voor. Zijn optreden is ongetwijfeld oprecht en gemeend, maar het is bijna tè mooi, tè gladjes – alsof het allerbeste reclamebureau is ingehuurd om met een geraffineerde media-campagne poëzie bij het volk aan de man te brengen. En het publiek is er rijp voor. ,,Bij de zoekmachine Lycos op het internet'', vertelde Robert Pinsky opgetogen in de nieuwsuitzending, ,,zijn er maar zeven woorden die vaker worden opgevraagd dan het woord poëzie''.