`Functioneel bloot bestaat niet'

In Utrecht won ze een Gouden Kalf, in Berlijn een Gouden Beertje. Actrice Nadja Hüpscher, bekend uit de films van Eddy Terstall, maakt haar debuut in het theater.

De fans die naar Kasimir en Karoline van het RO Theater gaan om filmster Nadja Hüpscher in haar eerste toneelrol te zien, wacht een teleurstelling: Hüpscher speelt een bescheiden rolletje en is onherkenbaar vermomd. Wie na een half uur nog steeds denkt: `waar blijft ze nou?', moet op een spichtig kermisdelletje letten met blonde poppenkrullen, een kattengezicht en een schelle stem. Opmerkelijk voor wie haar kent uit de films Hufters en hofdames, De boekverfilming, en Rent-a-Friend. Daarin speelt ze kwetsbare meisjes met opgestoken donker haar, een rond gezicht en dikke amandelogen, verbaasd rondkijkend als een Eskimomeisje dat net uit haar winterslaap is gehaald.

Hüpscher vindt het heerlijk om voor het toneelstuk, dat morgen in première gaat, zo onherkenbaar te zijn: ,,Als ik die pruik opzet en in de schmink ga, voel ik me meteen iemand anders. Samen met Isabella Chapel speel ik twee volksmeisjes die vol goede moed naar de kermis gaan. We willen zo graag, maar het wordt weer niets, dus draven we door: `Kijk, hier ben ik! Pak me dan!' Eerst wilde ik er een naïef, vrolijk meisjes van maken, later ben ik steeds platter Rotterdams gaan praten en vetter gaan spelen.'' Kasimir en Karoline (1932) van Ödön van Horvath gaat over een seksuele rondedans op de Münchense oktoberkermis in de nadagen van de Weimarrepubliek.

De 28-jarige Hüpscher speelde sinds 1997 in vier speelfilms en een aantal korte films. In films moet je niet teveel bewegen en alles subtiel spelen. Op het toneel moet je juist alles uitvergroten. Hoe was de overstap van film naar toneel? Hüpscher: ,,Ik moest veel technische dingen leren. Ik moest leren om met de grote ruimte om te gaan, verstaanbaar te praten, het publiek te bereiken. Ik had wel iets aan mijn filmervaring. Bijvoorbeeld dat ik me niet zo bewust moet zijn van al die mensen die zitten te kijken.''

Hüpschers carrière begon als in een meisjesdroom. Ze werkte in het Amsterdamse café Thijssen toen ze door regisseur Eddy Terstall werd gevraagd om mee te spelen in zijn nieuwe film. Ze volgde nooit een acteursopleiding, maar bleek een natuurtalent: ,,Als kind ging ik met mijn ouders wel veel naar toneel en film. Als ik bij een balletuitvoering zat, kreeg ik hysterische buikpijn van het gevoel dat ík op dat podium wilde staan. Ik dacht steeds: `Ik wil niet hier op een stoel zitten en straks cola drinken. Ik wil dáár staan.' Ik heb naast school altijd amateurtoneel gedaan, en dans, viool, piano. Het kwam echter niet bij me op om professioneel te gaan spelen. In plaats daarvan heb ik culturele bedrijfsvoering gestudeerd. Toen we Hufters en hofdames maakten, had ik helemaal niet het gevoel dat we met iets serieus bezigwaren. We waren gewoon een groepje jonge mensen met een bakfiets die een filmpje maakte.''

Het succes van de film, die voor zo'n drie ton werd gemaakt, hing samen met het sympathieke no-budget imago. De grappige zedenschets over een groepje hippe twintigers in de Amsterdamse Jordaan wekt de indruk dicht bij het leven van de spelers te staan. Hüpscher: ,,Ik heb in die film geprobeerd niet te spelen, maar zo naturel mogelijk te doen. Het meisje in de film is ongeveer zoals ik ben. Ik had wel moeite met de naaktscènes. Functioneel bloot bestaat niet. Het ziet er gewoon mooi uit, dat is de enige reden. Het blijft eng en beschamend om te doen. Soms kleedde de helft van de crew zich ook uit, zodat ik niet de enige was die bloot was.

,,De film had succes, maar voor mij veranderde er niet zoveel. De opnames duurde maar twee weken en ik kreeg geen salaris. Ik had verder gewoon allerlei baantjes. Als iemand vroeg wat ik deed, durfde ik geen `actrice' te zeggen. `Student' zei ik meestal. Ik heb nooit gedacht: ik word filmster. Nou ja, eigenlijk wel. Heel stiekem. Vooruit, ik heb eigenlijk altijd gedacht, ik word filmster.''

Sinds zij vorig jaar een Gouden Kalf kreeg voor haar rol in De boekverfilming, is Hüpscher een echte filmster. In De boekverfilming speelt Hüpscher haar beste rol: een ziekelijk verlegen meisje dat door haar ex-vriend gestalkt wordt en door haar psycholoog misbruikt. Het meisje wekt evenveel vertedering als kregel op. Nu werkt Hüpscher voltijds als actrice. Ze speelt een harde bedrijfsleider in Terstall nieuwste film Rent-a-Friend, en zondag was ze te zien in de tv-film Nacht in de stad. Tijdens het filmfestival in Berlijn kreeg ze een Gouden Beertje, een aanmoedigingsprijs voor jong Europees talent.

Hüpscher: ,,Als ik niet speel, voel ik me slap van binnen. Die drang heeft te maken met je voor de leeuwen gooien en weten dat je toch wel blijft staan. Op het podium staan geeft me vrijheid om de explosies van gedachtes, gevoelens, lef en humor in mijn hoofd eruit te gooien. Het is intens leven. De afgelopen twee maanden dat ik bij het RO Theater repeteerde, heb ik me zo wankel gevoeld, zoveel gehuild en gelachen. Je bouwt in korte tijd een intieme relatie op met onbekenden. Ik ben geen pop die allerlei kunstjes kan. Ik wil in een rol mijn eigen emoties tonen, anders kan ik geen contact maken. Ik weet wel dat er acteurs zijn die er heel anders over denken, die zuiver op techniek spelen. Maar voor mij is dat onmogelijk. Als mijn spel niet strookt met mijn gevoel, kan ik nooit checken of het klopt wat ik doe. Ik mòet mijzelf laten zien. Dat is een puur maar ook eng gevoel, alsof ik naakt ben.''

`Kasimir en Karoline', t/m 21/4 in RO Theater Rotterdam. Tournee t/m 17/6. Inl. 010-4047070