Een verplattings offensief

Herman Franke kruist de degens met Bas Heijne, die hem vorige week een `cultuurpessimist' noemde. Reageren en Heijne's stuk nalezen kan op www.nrc.nl.

`Grenzen tussen hoge en lage cultuur vervagen', kopte NRC Handelsblad op de voorpagina toen vorige maand een onderzoeksrapport verscheen van het Sociaal en Cultureel Planbureau over `Het bereik van de kunsten'. Hierop baseert Bas Heijne een optimistische beschouwing over wat er in Nederland cultureel aan de hand is (Cultureel Supplement 7-4-2000) die hij heel salonfähig als volgt besluit: ,,Met pessimisme doen we onszelf tekort, lijkt me. Relativisme is de dood.''

Volgens Heijne wordt de `hoge' cultuur niet bedreigd door een commerciële massacultuur. ,,Ze wordt alleen met andere ogen bekeken, ze dient zich ook op nieuwe manieren aan'', schrijft hij. Maar als hij het SCP-rapport helemaal had gelezen (www.scp.nl) had hij vast een minder geruststellende toon aangeslagen. En misschien had hij ook mij dan niet zo onheus afgeschilderd als een narrige dwaas die zich druk maakt over `de teloorgang van de beschaving in het algemeen en de Nederlandse in het bijzonder' en die een `wereldvreemd wereldbeeld' koestert `dat ontleend lijkt aan dat van de leden van het Klassiek Verbond anno 1950'. Als ik even onbeschaafd mag zijn als verbondslid: wat een gelul! Heijne had een starre, zwartgallige pessimist nodig om een tolerante, wereldwijze middenpositie in te kunnen nemen. En daarom maakte hij maar zo'n pessimist van mij. Zijn beschouwing was gelukkig boeiend genoeg om het hem te kunnen vergeven.

Maar heeft hij gelijk? Is het inderdaad zo dat slechts de culturele cosmetica en presentatie veranderen en dat er niets moois en waardevols bedreigd wordt, laat staan verloren gaat? Zag ik het allemaal te somber toen ik schreef dat de massaculturele druk van onderaf zo sterk is `dat bovenin het ene mooie cultuurgoed na het andere over de rand wordt geduwd en ongemerkt verdwijnt in de vergetelheid'? En is het niet zo dat de meer fragiele, `hogere' kunstvormen (waartoe ik overigens ook veel moderne vormen van dans, theater, muziek en beeldende kunst reken, kunst dus waar inspanning en scholing voor nodig is om er van te kunnen genieten) ten onder dreigen te gaan?

Zeker is dat het SCP-onderzoeksrapport de optimistische zienswijze van Heijne niet ondersteunt. Neem de opkomst van de `culturele omnivoor', de allesvreter, de kunstconsument die `eerst naar Wagner, dan naar Hazes' gaat, zoals de kop boven de beschouwing van Heijne suggereert. Ook in nieuwsberichten over het SCP-rapport werd de heuglijke geboorte van de culturele omnivoor gemeld. Heijne ziet `fascinerende ongerijmdheden' in het culturele gedrag van deze nieuwe mens. Maar wie goed om zich heen kijkt en het rapport zorgvuldig leest, ziet dat de omnivoor van zeer eenzijdige komaf is. De allesvretende cultuurmens is geen baby maar een goed opgeleide veertig-plusser die naar Mozart en naar popmuziek luistert, die naar de opera maar af en toe ook naar een Endemol-musical gaat en die Homerus even weglegt omdat er op SBS een lekkere shitfilm begint. Het is de babyboom generatie die de klassieke kunstvormen nog kreeg aangereikt en de popcultuur zelf vestigde. De nieuwe omnivoor vreet per saldo dus minder `hoge' kunst dan zijn cultureel kieskeuriger leeftijdsgenoten voorheen. Daar komt bij dat de omnivoor zelden een jonge volwassene is die vanuit de popmuziek uitstapjes naar de klassieke muziek maakt of die het stripboekje eens verruilt voor een literaire roman. De oudere deelnemers aan de `hogere' cultuur buigen weliswaar geregeld naar de massacultuur, maar een omgekeerde beweging doet zich nauwelijks voor. Daarin zie ik geen fascinerende ongerijmdheid maar een bevestiging van hoe dominant de commerciële, mediagenieke massacultuur is geworden.

Rap-Shakespeare

Het fascinerende van deze ontwikkeling zit hooguit in de nieuwe kunstvormen die er door ontstaan: gerapte versies van Shakespeare, ballet op house muziek, symfonieorkesten die met popmusici samen werken, romans met een zap-structuur, clips en reclamefotografie als kunst, Salman Rushdie's The ground beneath her feet. Evenals Heijne vind ik deze grensdoorbrekingen een uitdagende en spannende verrijking van het culturele klimaat. Waar massacultuur en klassieke kunstvormen elkaar raken kan het prachtig vonken. Maar ook deze kunstuitingen trekken geen groot en jong publiek want de consumptie ervan vergt evenzeer inspanning en culturele scholing. En als de makers van kunst aan nog meer marktwerking worden blootgesteld, zoals staatssecretaris Van der Ploeg het wil, zullen zij het nog moeilijker krijgen, of wat minder Shakespeare in hun gerap doen. Wat echt, qua consumptie, groeit en bloeit is de commerciële populaire cultuur.

Het komt allemaal wel goed als ze ouder worden, kreeg ik vaak te horen nadat ik mijn sombere visie op culturele ontwikkelingen in deze krant had opgeschreven. Literatuur, toneel en klassieke muziek begrijp je pas als je wat ouder bent. En inderdaad, zo was het voor de generatie die kort na de oorlog werd geboren, mijn generatie. Maar dit is geen culturele wet. In het SCP-rapport worden tegen deze optimistische levensfase-gedachte ontnuchterende feiten aangedragen. Uit CBS-gegevens blijkt bijvoorbeeld dat in 1955 veel meer jongeren boeken lazen dan ouderen. De tieners en twintigers hadden een overwicht onder het publiek bij toneel- en concertuitvoeringen. De jongeren liepen in de jaren vijftig voorop bij de democratisering van deelname aan cultuur. Zij waren juist de eersten binnen hun familie die moderne schrijvers lazen, hedendaags toneel gingen zien en abstracte kunst leuk vonden. Zij konden zich, met een hbs- of gymnasiumdiploma op zak, een uitverkoren groep voelen. Zij beleefden plezier aan schilderijen en romans die hun ouders en familieleden als verderfelijk en `verwilderd' afdeden. `Hogere' kunst had een rebels appeal. Cultuurbeschouwers vroegen zich af waarom je voor toneel en romans jong moest zijn! `Het is dus geen uitgemaakte zaak dat je voor drama en literatuur bedaagd moet zijn', merken de samenstellers van het SCP-rapport dan ook op.

Het grote en fundamentele verschil met onze tijd is dat er van `hogere' cultuur juist géén appeal meer uitgaat. Toen scholieren vorig jaar protesteerden tegen de zware belasting in het studiehuis, stelden zij voor het vak `Culturele en kunstzinnige vorming' maar te schrappen, want daar had je toch niets aan voor de toekomst. Tegenwoordig willen jongeren uit alle lagen van de bevolking vooral meetellen in de over-commerciële jeugdcultuur van popmuziek, televisieroem, mode en uitgaan en ze weten dat ze bij hun leeftijdgenoten geen enkel aanzien verwerven met kennis van de moderne literatuur, jazz, beeldende kunst of de cello-sonates van Bach. Dat is wat de culturele situatie zo zorgelijk maakt. De hoger reikende vormen van kunst trekken nauwelijks jeugd, ondanks alle pogingen om het bereik van de kunsten te vergroten.

Uit het SCP-rapport blijkt zelfs dat de jongeren die in hun middelbare schooltijd onder druk van docenten en rapportcijfers nog wel eens een theater of museum bezoeken en een roman lezen, dit daarna steeds minder doen. Al op de universiteiten, eens een broedplaats van kunst en cultuur, laten zij het afweten. De toename in de belangstelling voor `hogere' kunstuitingen komt voor rekening van de veertigers en vijftigers, de mensen die het nog waarderen dat ze mogen genieten van wat hun ouders werd onthouden.

Anti-autoritair

Het gaat hier dus niet om een levensfase-verschijnsel maar om een veranderde culturele socialisatie. Volgens de samenstellers van het SCP-rapport is vooral de verandering van het opvoedings- en onderwijsregime van grote invloed geweest op de getaande belangstelling voor kunst. Voor de jaren zestig werd bij middelbare scholieren en zeker bij studenten nog bewondering voor de klassieke en gecanoniseerde cultuur gestimuleerd. Zij werden geacht blijk te geven van een ontwikkelde culturele smaak. Binnen het huidige gedemocratiseerde onderwijs bestaat dit Bildungsideal niet meer.

,,Een mentaliteit van cultuurrelativisme en een pleidooi voor anti-autoritaire opvoeding kwam ervoor in de plaats. Aan de jeugd werd een eigen cultuur toebedacht en de opdracht om esthetisch hogerop te komen kwam daardoor impliciet te vervallen'', schrijven de samenstellers van het rapport. In de jaren zeventig zette de commerciële televisie ook nog eens krachtig een cultureel verplattingsoffensief in. Dit alles leidde tot een afname van culturele vaardigheden, een wegebbend respect voor klassieke en intellectuele cultuuruitingen en een groeiende populariteit van kunstuitingen die voorheen tot de `lagere' cultuur werden gerekend.

Ik zie in dit alles geen reden om mijn culturele pessimisme wereldvreemd te noemen, laat staan fascistisch (Serge van Duijnhoven), stalinistisch (Robert Anker) of ouderwets moralistisch (Arnold Heumakers). Dat is zinloos verbaal geweld van scribenten die niets anders kunnen dan schimpscheuten formuleren tot hun zoveelste wegwerpstukje af is. Je kunt natuurlijk ook zeggen dat elk cultureel pessimisme gezeur is (Zwagerman, Pam, Noordervliet) want het is van alle tijden en de wereld is er toch niet voortdurend slechter op geworden. Goedkope redeneringen zijn ook van alle tijden, denk ik dan, en toch is liefdesverdriet niet verdwenen. En de wereld is er in veel opzichten inderdaad niet slechter maar zelfs oneindig veel beter op geworden. Nooit en nergens hebben mensen het materieel en immaterieel beter gehad dan in het huidige westen en in het bijzonder in Nederland. Maar daarom mag je het toch wel treurig vinden dat een groeiend aantal jonge mensen onder invloed van een alles verplattende cultuurcommercie van veel mooie kunstvormen wordt afgehouden, juist nu die kunstvormen materieel binnen het bereik van bijna iedereen liggen? In dit licht bezien is het een culturele schanddaad dat na de Franse klassieke zender Hector nu ook concertradio van de kabel is verdwenen. Nu is er nog Classic FM, de klassieke popzender. Ik hoop niet dat Bas Heijne daar op doelt als hij het zo optimistisch over `de nieuwe manieren' heeft waarop de `hogere' cultuur zich tegenwoordig aandient.

Herman Franke is schrijver van onder meer de essaybundel `De tuinman en de dood van Diana.'

Voor reacties en Heijne's stuk: www.nrc.nl